Een eindeloze reis naar ergens - Stap 129


Verhalen over je voorouders zouden altijd heldendichten moeten zijn lezer, waar je ook uit voortkomt het is belangrijk de mooiste herinneringen aan je bloedlijn over te blijven dragen. Zodat u weet waar u vandaan komt. 

Wie afstamt van grootsheid is zelf veel eerder geneigd eenzelfde splendeur te willen bereiken  en wie voor een dubbeltje geboren is...... nou ja ik bedoel maar.

Eenmaal om de bergkam heen keken we uit op een prachtige baai, met een groot stuk groen land dat reikte van de bergwand tot waar het strand begon. Daarom heen lage rotsformaties en plateaus het was prachtig. We hielden halt en staarde naar dit stukje paradijs tussen de grove stenen wanden. Het was Retsj die opmerkte dat er iets vreemds aan de hand was met het stuk land.

De bomen stonden op het eerste gezicht willekeurige verspreid, maar bleken als je het geheel bekeek een prachtige cirkel te vormen. De bomen binnen de cirkel gaven weer andere vormen weer. Het had iets weg van een dier. Hoe langer ik keek des te duidelijker werd het beeld.

Het was een draak. Zou dit het zijn. Dit was duidelijk door mensen handen vervaardigd. Was dit mijn heimat, en die draak. Niemand geloofde toch in draken. Het waren tot figuren in folkloristische verhalen voor kinderen verwoorden. Ook al lag dat voor mij anders, voor mijn stam hadden ze geen waarde.

Dan was dit dus niet onze nederzetting geweest. Enigszins temeer geslagen keek ik naar het schitterende stuk land, zo zou het er toch ongeveer uitgezien moeten hebben. Dat was voldoende ik had nu een beeld bij de oude verhalen. Verhalen over de zee en al haar verschrikkingen van de waterzuiging die boten zelfs bij prachtig weer verslond in enkele seconden tot de monsters die in de zee huisde.

De enorme achtpoot, wiens tentakels langer waren dan bomen. Zij hoefde maar een arm om een boot te leggen en deze versnipperde. Terwijl zij met haar andere armen naar de bemanning graaide om deze met smaak de verorberen. Ze werden naar het zwarte gat aan de onderzijde van haar kop gebracht. Het zou tandeloos zijn, maar nog nooit had iemand het van dichtbij gezien en er over kunnen vertellen.

Ja de huiveringwekkende verhalen van toen we nog een zeevolk waren. Zij werden als waardevolle parels van generatie op generatie doorgegeven. Dan was er nog de Dreng, de luchtdraak. De beschermer van de oude stam, zij zorgde voor de juiste wind en beschermde haar te gen ongewenste bezoekers. Al was zij al door velen vergeten, want draken waren voor kinderen. Daarnaast had de Dreng zijn waarde verloren toen de stam moest vertrekken.

Het was mijn nieuwsgierigheid, mijn oor dat nooit rusten, dat ooit eens een verhaal over haar gehoord had, al had ze meer een bijrol ik was haar nooit vergeten. Maar als zij dan in oude tijden, zonder vergruist en vergeten te zijn ,door het vertrek, zo'n belangrijke rol had gehad zou dit haar beeltenis dan zijn? De hoop ontvlamde in mij, maar doofde bijna gelijktijdig toen ik zag dat wij van deze oase warden gescheiden door een enorme kloof.

Reiko had het ook gezien, hoofdschuddend staarde hij de diepte in: 'Het was te mooi geweest,' sprak hij zachtjes. Dit kon niet waar zijn, ik staarde naar de kloof er moest iets zijn dat we over het hoofd zagen.

Na lang zoeken moest ik er aan geloven, de oase konden we niet bereiken. Nergens was een pad, of pas door de kloof. Ik liet mijn paard voorzichtig afdalen. Tegen beter weten in moest ik het van dicht bij bekijken. Het kon niet zo zijn dat wij zover komen om het dan letterlijk links te laten liggen.

Heel langzaam daalde het paard het steile stuk af, hier en daar brokkelde stukken rots af onder haar gewicht, en mijn tenen waren gekromd, maar ik moest deze teleurstelling van dichtbij zien. Mogelijk was er nog iets dat verwees naar de oude tijd.

Het leek een eeuwigheid te duren voor ik de rand van de kloof bereikt had en staarde naar de overzijde waar zo goed als gelijk de plateaus met nu duidelijk zichtbare funderingen lagen. Ik steeg af en staarde in de diepte. Tot mijn verbazing ontdekte ik dat er aan de overzijde iets uitgehouwen was in de rotsen, langs de steile wand waren treden uitgehouden in de muur, treden die naar beneden liepen. Ze liepen met de kloof mee naar het zuiden, door een bocht in de kloof die mij het zicht op hun bestemming ontnam.

Waar eindigt dit, ik kon niet verder zien, noch was het mogelijk om aan mijn zijde van de kloof verder zuidwaarts te gaan. De rosten maakten dit onmogelijk, misschien zouden we bovenlangs een stuk terug kunnen gaan. Maar nergens hadden we een ander mogelijkheid gezien om af te dalen. Het antwoord moest hier liggen, maar waar?

Ga naar deel 130 van dit online feuilleton. Het verhaal is gebaseerd op regressietherapie, fantasie en levensvragen voor meer achtergronden zie "Waarom ik mijn boek blog". 
Voor een overzicht van alle delen tot nu toe klik hier.

help


Beloon de maker en jezelf

Wordt Yoors lid!