Een eindeloze reis naar ergens - Stap 150


Wat doet u lezer, hoe loyaal bent u aan de hand die u voedt? Wordt uw visie bepaald door wie u betaald, bent u te koop? Of durft u in te gaan tegen hen die uw leven verrijkt, die zorgt dat u en de uwen het goed hebben. 

Zijn gevulde magen en een dak boven uw hoofd meer waard dan principes? 

Of durft u gerust te blaffen naar de baas?

 

“Als je het mij vraagt, is hij betrouwbaar. We hebben bijna 2 jaar samen gediend. Hij deed dit net zoals ik niet geheel uit vrije wil. Al was hij daar opener over dan ik. Waarschijnlijk ook omdat ik er niet bewust van was. Hij had open kritiek op de manschappen die genoten van het bloedvergieten. De reden dat hij diende was eveneens zijn vader. De man was een groot soldaat geweest en zijn zoon moest in zijn voetsporen treden. Gelukkig voor Kreytu was zijn vader zwak. Tegen het einde van zijn tweede jaar als soldaat moest hij als enige zoon de plaats van zijn vader innemen. Zijn vader overleed snel daarna en sindsdien bestuurd hij de zijn vaders land.

Wat ik niet weet is hoe dat hem heeft beïnvloed. Mogelijk heeft het immense landgoed hem veranderd. Mogelijk dat hij zijn rijkdom wil beschermen en de heerschappij, die hem dat mogelijk maakt, steunt. Maar mijn gevoel zegt me dat als ik iemand ken die mij tot steun wil zijn het Kreytu is. Zeker als hij hoort van de brief.

Toch, mocht het zo zijn dat ik gevangen genomen wordt, vertrek en kom niet terug voor mij. Het zal moeilijk zijn om mijn kaken op elkaar te houden, hun methodes om een mens te laten praten zijn verschrikkelijk. Mochten ze weten dat jullie nog in leven zijn zal ik proberen jullie voldoende voorsprong te geven. Dan zal ik ze een leugen voeren. Ze vertellen dat jullie nog aan de kust zijn en ik alleen vooruit gereisd ben om te onderzoeken of we bij Kreytu een veilige haven hadden.

Reis twee dagen naar het oosten en vervolgens naar het noord oosten. Daar liggen vele boeren nederzettingen, waar jullie voorlopig als arbeider terecht kunnen. Genoeg, Kreytu was mijn vriend en naar alle waarschijnlijkheid is hij dat nog," Dadrie keek in de vlammen, hij klonk zelfverzekerd. Maar de veranderingen hadden hem toch onzekerder gemaakt dan voorheen. Hij wist weer enigszins wie hij was en wie hij wou zijn. Maar toch twijfelde hij, nu hij een ander was, zou Kreytu dat dan ook zijn?

Zoals hij daar zat kon ik zo met hem mee voelen, ook ik was een ander. Ook ik twijfelde of bij mijn terugkomst mijn vrienden nog steeds mijn vrienden zouden zijn. Maar mijn terugkeer zou nimmer mijn dood betekenen, iets wat Dadrie mogelijk te wachten stond.

“Het lijkt me het best als ik hem vertel dat ik om persoonlijke redenen gedeserteerd ben. Dat ik jullie heb geholpen te ontsnappen om zo de aandacht gedeeltelijk van mij af te leiden. Dat ik blind was, verleid werd door deze duivelse vrouw,' hij lachte naar Cabilah. 

"Die mij bedroog zodra ze uit mijn greep was. Dat ik nu verloren rond dool en nergens anders terecht kon. Daar zal hij gevoelig voor zijn. Hij heeft in zijn leven nou niet bepaald geluk gehad met vrouwen, dus zal het hem wellicht aangrijpen. Dan zal ik de tijd gebruiken hem te peilen, om er achter te komen of ik hem de waarheid kan vertellen.”

“Het klinkt als een doordacht plan, iets wat ik je moet nageven, maar wees op je hoede wacht liever te lang dan te kort op zekerheid. Ze hebben mij gezegd dat we voorlopig geduld moeten hebben dus laten we de tijd nemen," sprak ik rustig terwijl ik een hand op zijn schouder legde en verder ging. “Vertrouw op je gevoel, ook al vertrouw je je gevoel nog niet geheel. Ik geloof dat jij een goede kennis bezit van hoe mensen in elkaar zitten, je gevoel zal de rest doen, heb vertrouwen en neem de tijd.”

“Bedankt,” sprak Dadrie zacht. "Laten we gaan slapen, morgen hebben we nog een lange rit voor de boeg en het vertier hier in de buurt uiterst armzalig," iedereen lachte. 

Ik trok de dieren huiden over me heen en viel in slaap. Gerust op het feit dat die Kreytu een antwoord zou brengen waar we niet aan gedacht hadden. Simpelweg omdat we niet de juiste vraag hadden gesteld.

Het moet geruime tijd later zijn geweest toen ik gewekt werd, het was Numico. Het was zijn beurt om de wacht te houden en hij had iets gehoord. Met een vlugge beweging greep ik mijn boog, die aan mijn hoofdeinde lag, en ging ik plat op mijn buik liggen. Het vuur brandde nog, het zou stom zijn om het te doven, daarmee zouden we wie of wat daar dan ook was laten weten dat we op de hoogte zijn van hun aanwezigheid.

Voorzichtig kroop ik achteruit zodat ik in de duisternis zou komen te liggen en het vuur tussen mij en de plek waar Numico naar gewezen had zou zijn. Ondertussen had Numico ook Cabilah en Dadrie gewekt die mijn voorbeeld volgde. Toen hoorde ik het ook, het kraken van takken ritselen van bladeren. Toen weer stilte, er moet iets daar in of achter die lage struiken zich schuilhouden, Numico gaf aan dat het deze kant op kwam.

Toen hoorde ik het weer het geluid kwam snel dichterbij, nog heel even en het zou de open plek bereiken en het vuur zou hem verlichten. Maar er kwam niks. “Het zal wel niks zijn,” sprak ik tegen Numico. “Waarschijnlijk een vos of iets dergelijks."

“Nee het kwam echt op ons af,” fluistert de jongen. "Dat voel ik, het zoekt ons."

Schouderophalend kijk ik naar Numico, mijn boog hangt langs mijn lichaam. “Ik ga weer... ,”maar ik had geen tijd de zin af te maken van achter ons besprong iets Cabilah. Nog voor ik kon richten lag ze onder een enorm beest dat zijn bek opende, een lange tong gaf een natte lebber over Cabilahs gezicht. En in het vale maanlicht dat de bladeren door lieten zag ik wie het was. 'Monta jongen,' riep Cabilah vol vreugde.

 

Ga naar deel 151 van dit online feuilleton. Het verhaal is gebaseerd op regressietherapie, fantasie en levensvragen voor meer achtergronden zie "Waarom ik mijn boek blog". 
Voor een overzicht van alle delen tot nu toe klik hier.

 
 


Beloon de maker en jezelf

Wordt Yoors lid!