Een eindeloze reis naar ergens - Stap 159


Lezer na menig jaar in dit leven dient af en toe de balans opgemaakt te worden. 

Wat kwam erbij, wie ging er af?  

Waar ben ik en waar kwam ik eigenlijk vandaan? 

Waarom ben ik geworden wat ik eigenlijk niet wou zijn? 

Het universum stuurt ons zoveel  signalen, of wij ze oppikken is een tweede. 

Twee dingen zijn me na al die tijd wel duidelijk. Geduld is een schone zaak en God heeft een ziek gevoel voor humor (en ik ook dus kan ik wel met hem/haar lachen).

(leest u liever deel 1 eerst klik hier)

 

Peinzend over alles wat kon gebeuren viel ik inslaap, ik sliep tot ver in de morgen. Toen ik ontwaakte was ik vrij van alle gedachten en twijfels, die de voorgaande nacht mijn geest hadden geterroriseerd.

Vanuit mijn raam zag ik dat Dadrie en Numico al aan het werk waren op het land. Ik waste me en liep vervolgens via de keuken naar buiten. Nog voor ik buiten was duwde Cabilah mij een kom soep en een homp brood in handen. De smaak was verrukkelijk en als een uitgehongerde werkte ik het naar binnen.

Buiten was iedereen druk bezig een grote groep koeien bij elkaar te drijven en ik volgde hun voorbeeld. We brachten ze naar een weide en hielden de dieren gedurende de middag in de gaten. Kreytu legde ondertussen uit hoe we het beste konden drijven en op welke manier we ongewenst dierlijk bezoek verjoegen.

In de namiddag nam hij Dadrie en mij mee naar een waterstroom. We reden een heel eind langs de stroom in de richting van de bergen. Het water stroomde sneller naarmate we stegen. Toen we halt hielden kon ik in de verte de landerijen nog net zien.

“Dit is de grens van mijn land”, sprak Kreytu “ik ga jullie iets tonen dat alleen mijn vader wist.”

Hij liep naar een bosschage, onder een flinke laag bladeren kwam er een zeef tevoorschijn. Kreytu ontdeed zich van zijn schoenen stroopte zijn pijpen op en stapte in het water. Hij hield de zeef onder water en bewoog hem langzaam over de bodem. Hij haalde de zeef weer boven water, bekeek de inhoud en smeet deze weg. Dit ritueel herhaalde hij gedurende enige tijd.

Ik keek Dadrie aan hij keek terug. Beide schudde we ons hoofd. Het was duidelijk dat de man goud zocht, maar het leek erop dat hij geen geluk had. Het was ook vreemd, want we waren geen nederzettingen of kampementen met goudzoekers tegen gekomen op de weg hier naar toe. Toen kwam Kreytu uit het water en hij legde zijn zeef weer onder de struiken.

“Helaas,” zei ik zacht, Kreytu keek naar me op en lachte.

“Niks helaas hoor,” en hij opende zijn hand te midden van de hand bevond zich een glimmend knopje. Was het werkelijk waar?

Hij reikte het me aan en ik bekeek het van dichtbij. Het was werkelijk goud, niet veel maar hoe lang was hij bezig geweest.

“Mijn geheim is nu ons geheim. Natuurlijk mogen Cabilah en Numico delen in de kennis, maar laat het onder ons blijven. We kunnen slechts korte periodes hier zoeken, het mag niet duidelijk worden wat wij hier doen. Als iemand hier ook maar lucht krijgt, wordt dit land overspoeld met gelukszoekers. Trouwens daarvoor biedt de stroom ook te weinig, maar mogelijk zal ze ons kunnen helpen sneller voldoende financiële middelen te vergaren. 

Voortaan maken wij gedrieën elke namiddag deze rit. Zogenaamd om het land en haar grenzen te inspecteren. Dat moet ons een uur per dag geven. Volgens mijn berekeningen zouden we na een jaar voldoende hebben om allen de stad vrijelijk in en uit te mogen. Het is voorlopig onze beste kans, want mijn status staat me momenteel slechts toe één van jullie aan te nemen als directe assistent, waardoor hij recht heeft te gaan waar ik ga en dus vrij de stad kan betreden."

We reden terug en Kreytu's woorden bleven galmen in mijn gedachten. ´Een jaar´, hoe groot is de kans dat mijn dorp nog een jaar lang onopgemerkt bleef? Zelfs al achtte ik de kans vrij groot, hoe zat het dan met al die andere dorpen? Een heel jaar voor we verder konden. Langzaam aan begreep ik wat ze bedoelde met geduld, het ging duidelijk niet om weken.

Numico stelde mij die avond gerust, hij herinnerde me aan het vertrouwen dat ik tijdens onze gevangenschap had gehad.  Dat onze kans blijkbaar in de toekomst lag en wij hier nog belangrijke zaken zouden leren. Dingen die ons mogelijk zullen steunen in het bereiken van de Sikh.

Ik wist dat Numico weer gelijk had, maar dat ik het niet wou weten. Wat mij betreft gingen we morgen. Ik kon niet leven met dit wederkerende oponthoud.

 

Ga naar deel 160 van dit online feuilleton. Het verhaal is gebaseerd op regressietherapie, fantasie en levensvragen voor meer achtergronden zie "Waarom ik mijn boek blog". 

Voor een overzicht van alle delen tot nu toe klik hier.