×

Yoors


Inloggen
Registreren
×

Yoors










Een eindeloze reis naar ergens - Stap 164

Een eindeloze reis naar ergens - Stap 164


Het is er bijna volledig duister, vol van krochten en onverlichte nissen. Strompelende struint u verder in de verkeerde richting. 

Opgezwolgen in het zwart, enkel nog voortbewegend op de tast. De wanden vochtig, op sommige plaatsen zakken uw handen diep in het dikke slijm dat steeds meer van de ruimte lijkt te bedekken. 

Nu de rommelzolder van herinneringen opgeruimd is, wordt het tijd de diepste groeven van uw hart te verkennen.  

(leest u liever deel 1 eerst klik hier)

Dadrie plofte in een stoel in de hoek, de kan wijn in zijn hand. Ook ik vulde mijn glas nog maar een keer, het viel me mee dat ik niet uit mijn vel sprong. Het besef dat dit blijkbaar nodig is was sterker. Maar het zat me niet lekker, ik dacht aan mijn dorp en de dorpen in de regio. Een half jaar langer zou de troepen wel heel dichtbij kunnen brengen.

Een drukkende stilte vulde de kamer en het enige geluid kwam van het knetterende vuur. Totdat een luid gegiechel de rust verstoorde. Het werd luider en luider tot de deur open zwaait en Cabilah in de armen van Kreytu wordt binnen gedragen. Beide hebben ze een glimlach van oor tot oor en giechelen als verliefde twintigers.

“Wat is er zo verdomde grappig,” moppert Dadrie uit de hoek van de kamer.

“Nou oude vriend, ten eerste jouw gezicht. En waarschijnlijk de blik op je gezicht die daar op volgt en uiteindelijk de blik die daarop zal volgen. Maar om bij het begin te beginnen. Dadrie vriend, ik moet je wat vragen. Denk er gerust over na, maar niet te lang alsjeblieft.

Ik heb jouw zuster net ten huwelijk gevraagd en zij heeft ja gezegd, op voorwaarde dat jij er mee akkoord gaat. Blijkbaar hecht ze veel waarde aan jouw mening, wat ik dan weer niet snap, maar het zij zo. De afgelopen maanden heb ik een vrouw leren kennen die ik nooit meer wil laten gaan, de afgelopen weken blijkt dit wederzijds te zijn.

Dus hierbij vraag ik je twee dingen punt één wil je ons je zegen geven, en ten tweede wil je mijn getuige zijn.”

Dadrie draait zich verschrikt om, zijn norse blik maakt plaats voor een glimlach, die overgaat in een schaterlach. “Jullie willen mijn zegen om je in het ongeluk te storten, nou ik gun het jullie van harte. Dat jullie maar kinderen mogen krijgen die op Cabilah lijken en niet op die rattekop van jou.”

“Dank je broertje. Het zal misschien vreemd zijn, maar zou jij mij weg willen geven?”

“Tuurlijk zus, alles voor jullie geluk. Maar wat ik niet begrijp, is de volgende blik waar hij het over had,” zegt Dadrie wijzend op Kreytu.

“Zover was ik ook nog niet, maar het komt op het volgende neer. Aangezien ik een pas heb voor de stad en ik binnen haar muren wil trouwen, geeft mij dat het recht zeven personen naast mij en mijn bruid uit te mogen nodigen voor een verblijf van drie dagen binnen de muren van de stad.”

“Waarom heb je me dat niet eerder verteld. Ik heb al twee dagen lang een zwarte wolk boven mijn hoofd en jij speelt mooi weer, maar licht mij vooral niet even in over wat er in jouw zaagsel rond gaat fijne vriend.”

“Dadrie, Dadrie ik moest als eerste natuurlijk je zuster vragen. Aangezien ik dat nog niet gedaan had, kon ik jou natuurlijk moeilijk in gaan lichten over mijn plannen. Maar de blik op je gezicht is, zoals ik het me had voorgesteld. Kijk ik weet dat drie dagen ons niet veel tijd geeft, maar we hebben een kans. Als het zo moet zijn dan zou zelf één dag toereikend moeten zijn, laat staan drie.”

We feliciteerden de twee en toen dat gebeurd was en ik weer naast Numico zat keek ik hem van opzij aan. 

”Verandering hè vriend,” zei ik. Numico lachte en knikte.

Ga naar deel 165 van dit online feuilleton. 

Het verhaal is gebaseerd op regressietherapie, fantasie en levensvragen voor meer achtergronden zie "Waarom ik mijn boek blog". Voor een overzicht van alle delen tot nu toe klik hier.




expand_less

Meest gestemde posts



expand_less

Recente posts



expand_less

Volgers



expand_less

Collecties