Een eindeloze reis naar ergens - Stap 20


Lezer u reist al 20 stappen met mij mee, begint u een beetje in het ritme te komen. Dan hoop ik dat u na vandaag niet afhaakt en dat u inmiddels doorheeft dat ik er niet op uit ben u te choqueren. 

Dat ik u enkel meeneem op deze reis en verslag doe van wat ik hoor en zie. Voor hen onder u die geen sterke maag hebben is vandaag misschien de dag om een stap over te slaan. Ik wil u als lezer niet onderweg verliezen. 

Afijn, zeg me niet dat ik u niet gewaarschuwd heb.

Moe en warrig, vanwege het tekort aan slaap, ga ik zitten aan de lage tafel in de hoek van mijn hut. Het laatste restje stomp van de kaars die ik van morgen heb uitgeblazen vervang ik door een nieuwe, die ik vervolgens aansteek. Vuur is een kostbaar goed, wat 'leven mogelijk maakt´. Mijmerend over vuur, haar warmte en het belang van een dergelijk kleinood voor zo velen houdt me bezig, totdat de woorden van Numico me weer te binnen schieten. ´Meester wanneer gaat op reis'.

Een reis ondernemen, dat was ik toch niet van plan, of wel soms? De kleine man had al vaker dingen gezegd die waar bleken. Op reis? Waarom, hoezo, waarheen zou ik gaan. Ik was nog nooit buiten het dorp geweest. Ondanks dat toen ik de kaart van het gebied maakte, ik alle zaken die ik noteerde weleens met eigen ogen zou willen zien, had ik nooit de moed gehad om een dergelijke reis te overwegen.

Die reis zou betekenen dat ik de veilige omgeving van het dorp moest te verlaten. lk had het antwoord op Numico's vraag geprobeerd te destilleren uit de verkregen informatie. Maar nu bleek meer en meer dat als ik het antwoord  wou vinden, ik de wegen op die kaart zelf moet bewandelen. Want niemand zal mij het antwoord kunnen geven, simpelweg omdat ik eenieder met enige kennis al gevraagd heb. 

Toch wil ik de vraag beantwoorden, het is alsof er meer achter zit dan slechts de bevrediging van mijn eigen en Numico's nieuwsgierigheid. Het is alsof onhoorbare stemmen mij influisteren, 'vindt het antwoord.' Alsof onzichtbare handen mij duwen. Alsof gidsen en geesten belang hechten aan deze queeste.

Vlammen laaien hoog op en verlichten de nachtelijke duisternis. Ze kleuren de wereld oranje geel en werpen enorme schaduwen op de grond. De tanden van de vlammen grijpen om zich heen, als kaken van een enorme draak, die alles verscheurend om zich heen bijt. Kaken zoekend naar zaken die nog niet vernietigd zijn door zijn onstuitbare kracht. Ik hoor het hout kraken, hier en daar knalt een kruik en ik ruik de geur van verschroeid vlees, terwijl de vlammen verder aangewakkerd worden door de wind.

Dan keer ik mijn rug naar het inferno. Ik zie de resten van hutten die hier ooit stonden. Het zijn enkel nog smeulende bergjes, die overblijven nadat ze door de vuurzee zijn overspoeld. Ik hoor geschreeuw, gekrijs uit doodsangst dat door mijn botten gaat en een huid vol kippenvel op me achter laat.

Ik ren naar de plek waar het geluid vandaan kwam. Daar aangekomen verstijf ik. Het is onmogelijk me te verroeren terwijl ik kijk naar een schouwspel dat zich in het vage licht van het brandende dorp afspeelt.

Twee mannen houden een vrouw tegen de grond gedrukt, door haar armen en benen met kracht in bedwang te houden. Ze kronkelt als een aal, terwijl de derde haar van haar kleren ontdoet en in het gezicht slaat. Ze spuugt, ze mist, hij spuugt. Een grote kolder groen geel slijm druipt vanuit haar oogkas langs haar neus over haar lippen. Van de pijn gilt ze het uit, maar door haar mond te openen om gillen glijdt de rochel haar mond binnen en verslikt ze zich. Dan gilt ze harder dan voor heen, in de oranje gloed zie ik dat de derde man haar inmiddels gepenetreerd heeft.

Ze bedaart, kijkt hem doordringend aan: "Voel je nu een echte man, wat ben jij een held zeg. Een held met een lul zo klein dat ik hem niet eens voel." 

De man stoot nu agressiever dan de eerste paar keer. De vrouw lacht minachtend, steeds harder, bijna hysterisch. De man pakt een mes met een kort lemmet in de vorm een sikkel. Met een snelle handbeweging snijdt hij de keel van de vrouw door. Hij stoot nog tweemaal en zucht dan diep. Hij legt zijn wijsvinger op de lippen van de vrouw en zegt "Sshhht," terwijl het bloed dat uit haar hals gutst haar hoofd omringd.

“Wie wil haar nu?” Buldert hij. De jongere man die haar voeten vasthield strompelt weg. Ik hoor dat hij even verderop in een onverlicht gedeelte zijn maaginhoud met de planten en dieren deelt.

Next Step:

Gerelateerde Blogs

Ook iets te Schrijven/Bloggen



Wordt Yoors lid!

Aanmelden