Een eindeloze reis naar ergens - Stap 30


De wet van Murphy, u vast wel bekend lezer? 

Waarom moet alles wat fout kan gaan toch altijd fout gaan en juist op dat ene moment, dat enkele moment, waarop je wenst dat het nou voor één keer eens goed zou gaan? 

Is dit nou werkelijk deel van het mens zijn of is het dat wij niet door hebben hoe vaak het niet mis gaat, dat wij  enkel die keren herinneren dat Murphy ons zijn les leest?

Zonder problemen bereikte ik de grot, mijn hart klopte in mijn keel, niet zo zeer van de inspanning, als wel van de spanning. Het voelde als of het kloppen blauwe plekken op mijn longen zou achterlaten. 

Op het gevoel ging ik dieper de grot in, opzoek naar de plek waar de granen en zaden bewaard werden. Met mijn handen voelde ik de eerste houten stellages, hierop stonden de stenen potten met ingemaakte groenten en vruchten. Voorzichtig nam ik twee van de potten en stopte ik ze in de tweede draagzak die ik bij me had. Het zou nog minstens enkele meters zijn voordat ik de bocht in deze rotsgang, zou bereiken. Dan zou ik bij het schijnsel van een klein vuur de rest van mijn proviand kunnen verzamelen. 

Dieper sloop ik de grot in, ik voelde een ruk aan mijn rechter schouder, gevolgd door gekraak. In eerste instantie wou ik wegduiken, maar toen besefte ik wat er waarschijnlijk gebeurde. Mijn armen schoten vooruit om volledig op het gevoel iets op te vangen. Iets wat ik niet kon zien. 

Mijn linkerhand miste doel, maar gelukkig was mijn rechter beter geplaatst. De stellage die ik net gepasseerd had was blijven haken aan een uitsteeksel van mijn draagzak. Alle potten zouden te pletter geslagen zijn tegen stenen vloer ware het niet voor mijn 'wakkere´ geest, die begreep dat ik niet aangevallen kon worden en dat het dus een niet levend voorwerp moest zijn. 

Voorzichtig zette ik de stellage weer recht en bereikte zonder verdere incidenten de bocht. Ik nam de vuurstenen, het droge gras en  de twijgen die ik al weken van tevoren had verzameld, zodat ze kurk droog zouden zijn wanneer het zover was. In een hoekje even voorbij de bocht maakte ik een minuscuul vuurtje, enkele seconden waren genoeg om te zien waar wat stond. 

De rijst en zaden pakte ik in kleine koeien blazen, ook nam ik nog  enkele geneeskrachtige kruiden meer. Veel meer paste er niet in de draagzak en veel meer zou ik de eerste twee weken ook niet nodig hebben. Daarna zou ik toch een andere manier moeten verzinnen om mijn voedsel bij elkaar te schrapen. 

Met een schop beweging van mijn rechter voet wist ik genoeg zand over de smeulende resten en laatste vlammetjes te krijgen, dit hulde de grot weer in donkerte. Even moest ik mijn ogen laten wennen aan deze complete duisternis, toen begon ik voorzichtig aan de terugweg.

Eenmaal buiten gekomen keek ik neer op de kleine nederzetting, die mij zo vele jaren goed gezind was geweest. In gedachte vroeg ik vergiffenis voor de diefstal die ik net had gepleegd. Ik dankte haar voor de goede tijd, keek toen omhoog naar de flonkerende sterren. Daar ergens lag de oorsprong van ons leven en daar zouden wij aan het einde van elk leven naar wederkeren. Daar waar onze voorvaders zijn, al hoopte ik dat mijn terugkeer naar die plaats nog even op zich zou laten wachten. 

Nog één keer vroeg ik de sterren en mijn voorouders om bescherming tijdens deze reis. Terwijl ik dat deed, voelde het alsof een warme hand op mijn schouder werd gelegd. Toen ik hier bewust van werd draaide ik me om, om mij te vergewissen van het feit dat er werkelijk niemand achter mij stond. Gelijk verdween het gevoel en ik  begon aan mijn afdaling.

Het was nog maar enkele meters en dan was ik weer op de vlakke grond van ons dorp, dus ik versnelde mijn pas een beetje. Rechts van me was de vuurplaats, ik zag hoe de twee jonge bewakers dobbelen, onderwijl wierpen ze af en toe hun blik op de dansende vlammen. Het was alsof de geeloranje vlammen een hand vormde en me uitzwaaide, ik kon een glimlach niet onderdrukken. Evenmin het feit dat ik door deze kleine afleiding op een losse rots was gaan staan en ik nu al mijn concentratie nodig had om niet achterover te vallen. Met een hoop rare bewegingen wist ik mijn evenwicht te behouden, maar ik kon niet voorkomen dat de steen met enige geluiden de berg afrolde om vervolgens met een behoorlijke knal tegen een rots aan de rand van het dorp tot stilstand te komen.

Ga naar deel 31 dit is een dagelijks feuilleton, het verhaal is gebaseerd op regressietherapie, fantasie en levensvragen. Voor het volgende deel klik hier. Voor een overzicht van alle delen tot nu toe klik hier.

Klik hieronder voor uw mijlpalen:


Beloon de maker en jezelf

Word Yoors lid