Een eindeloze reis naar ergens - Stap 92


Hoe goed doet u het lezer? Kijkt u met minachting naar de wereldom u heen? Oordeeld en veroordeeld u een ander? Doet u dat onbewust, omdat u uwzelf niet goed genoeg vind? Of bewust, om uwzelf beter te voelen, suprieur en blind voor al uw tekortkomingen.  Als dat zo is kan u het niet helpen. We zijn allen blind en tevens snel overtuigd van ons eigen gelijk. Maar dat gelijk bestaat enkel in het oog van de toeschouwer.

Als ik op me knieën zak om hem te wekken voel ik de aarde heel zacht trillen. Met een sprong ben ik bij het vuur en doof dit met een grote schep zand. Ik gooi mijn leren deken er overheen om de rook pluim te verbergen. Nu komen er slechts kleine wolkjes via de zijkanten onder de huid vandaan.

Ik besef me dat we onmogelijk te zien zijn vanaf het pad, wanneer ik in het duister tuur om de weg te ontwaren. Samen met Monta sluip ik in de richting van de weg. Op een vijftal meters afstand verschuilen we ons in een struik wiens dorens mij overal steken.

Het getril is inmiddels toegenomen en nog voor ik een wat comfortabelere positie in de struik heb kunnen innemen hoor ik de hoeven naderen. De grond trilt zo hard dat ik er zeker van ben dat dit een grote groep ruiters betreft. Op dit uur van de nacht verwacht ik niet dat dit de meest vriendelijk van mensen zullen zijn.

Monta is en zit als een standbeeld zo stil, alsof hij voelt wat de bedoeling is. Dan raast de eerste ruiter voorbij. Hun hoge tempo maakt het lastig iets te onderscheiden, maar langzaam aan wennen mijn ogen en zie ik de troep ruiters, gekleed in het zwart, aan me voorbij schieten.

Dit zijn niet de ruiters uit de droom, nog de ruiters die Cabilah beschreef. Hun helmen en uitrusting zijn veel grootser en sierlijker dan die van de demonen. 

Mijn hart begint minder hard te kloppen nu ik besef dat dit niet zijn wie we dachten dat het waren. En terwijl de wind een wolk opzij duwt komt de maan er achter vandaan. Ze is bijna vol en verlicht de donkere nacht. Als ik me klaarmaak om rustig terug te sluipen naar ons kamp valt het maanlicht op de schouder van één van de laatste passerende  ruiters. Een gouden embleem wordt zichtbaar en ik verstijf.

Pas als de laatste ruiter al geruime tijd uit het zicht is en de stampende hoeven in de verte wegsterven durf ik mijn plekje te verlaten. Vanaf het moment dat ik het embleem zag tot nu zijn er honderden dingen door mijn hoofd geschoten, waarvan ik er nu al geen enkele kan terug halen.

Deze ruiters waren niet dezelfde als die ik in het visioen gezien had, nog waren het de demonen die Cabilah's dorp hadden verwoest. Deze waren beter gekleed en in veel grotere getale. Ik moet honderden ruiters voorbij hebben zien komen.

Dit was te veel, hier moest ik de rest over vertellen. Ze reden tenslotte in de richting van Kratyo. Waar ook wij spoedig hoopten aan te komen. Ik wekte iedereen behalve de nieuwe. Het leek me verstandig eerst te overleggen met de mensen die ik vertrouwde, voor ik buitenstaanders binnen liet.

Het duurde even voor we rond het vuur zaten en in eerste instantie was Numico niet blij op dit nachtelijk uur gewekt te worden. "Hou op met die onzin," had hij slaapdronken gesproken, tot hij in mijn ogen keek en zag dat ik terdege serieus was.

“We hebben ze gevonden, nog geen half uur geleden reed er een groep van honderden ruiters richting Kratyo. Maar er was iets vreemds. Hun kleding was anders, maar ze droegen hetzelfde symbool.”

Ga naar deel 93 van dit dagelijkse feuilleton. Het verhaal is gebasseerd op regressietherapie, fantasie en levensvragen. Voor een overzicht van alle delen tot nu toe klik hier.

help


Beloon de maker en jezelf

Word Yoors lid