Beslommeringen van een directeur


Evert-Jan van Stoetewael keek vanuit zijn directiestoel naar buiten. Dat was misschien het enige voordeel van zijn werk, een kantoor op de bovenste verdieping en met een fantastisch uitzicht over stad en streek.

Zijn vader en grootvader waren vóór hem ook directeur geweest van het familiebedrijf, een van de grootste zuivelfabrieken uit het gewest. Trotse mannen met een groot plichtsbesef en een enorme werklust. Evert-Jan had dat wat minder. Begrijp me goed, hij was niet lui aangelegd en met zijn plichtsbesef was ook niets mis. Als het nu maar een ander soort fabriek was geweest. Tandpasta of zo. Want een zuiveldirecteur met een koemelk-allergie, die letterlijk over zijn nek ging bij de aanblik van een glas melk of een bekertje yoghurt, dat maakte niet bepaald een sterke indruk.

Evert-Jan zuchtte diep. De dag was vandaag ook al niet best begonnen. Hij had juist zijn auto geparkeerd en was op de voordeur afgestapt toen hij een penetrante geur opving. Achterom kijkend zag hij bruine voetstappen en een blik onder zijn schoenzolen bevestigde zijn bange vermoeden. Door binnen te lopen zou hij de nieuwe mat opsieren met vlekken en een stevige geurvlag. Dat mocht niet gebeuren en die schoenen moesten dus schoon. Zijn vingers waagde hij daar niet aan, zijn gouden vulpen ook niet. Uit de grote asbak bij de voordeur zocht en vond hij tussen de peuken een afgebrande lucifer om daarmee de ongerechtigheden weg te pulken. Toen de lucifer brak en hij alsnog met zijn vingers in de smurrie terecht kwam ontsnapte hem een kreet van ergernis. Hij prees het lot dat hij altijd een stevige zakdoek bij zich had, zeg maar formaatje tafelkleed, en veegde hiermee zijn vingers schoon. De zakdoek vouwde hij zorgvuldig op en stopte deze gedachteloos weer in zijn broekzak. Een kwartiertje later kwam hij deze  echter weer tegen toen hij werd overvallen door een flinke niesbui bij de aanblik van een nieuwe reclameposter met daarop prominent een glas melk.

Een kwartiertje poetsen in de toiletruimte, waarbij het hele programma aan zeepjes uit de kast werd gehaald, had het grootste deel van de dampen die rond vingers en neus waren blijven hangen min of meer weggewerkt.

De zakdoek had hij niet meer in zijn broekzak durven steken. Even had hij getwijfeld, misschien zou hij met een schaar de vuiligheid kunnen wegknippen, maar nadere inspectie leerde dat dit een hopeloze exercitie zou zijn. Met spijt schoof hij de zakdoek in de afvalbak in de toiletruimte. Met een vage grijns bedacht hij dat de geur daar in ieder geval minder uit de toon zou vallen. Wel jammer, hij zou weer naar de winkel moeten voor nieuwe zakdoeken.


(c) 2018 Hans van Gemert

Afbeelding: Pixabay

Schrijfuitdaging januari 2018

Doe ook mee met de schrijfuitdaging!


Mijn eerdere invullingen van de schrijfuitdaging van januari 2018:

signup

Word lid en beloon de maker en jezelf!