De lentewandeling van oom en tante (2)


Wat gaat hieraan vooraf?

Achter glas is het vroege lentezonnetje aanmerkelijk warmer dan buiten. Er is een huivering en een korte aarzeling, maar dan hakt oom Frits de knoop door: 'We krijgen het vanzelf wel warmer als we in beweging zijn.'

Een wijze opmerking, want zo is het natuurlijk ook. Met ferme tred stappen oom Frits en tante Coby geruime tijd naast elkaar over het voetpad dat een eindje verderop overgaat in een door bomen omgeven schelpenpad. Het zonnetje schijnt vrolijk tussen de nog kale boomtakken en verspreidt licht op plekken waar over een maand vooral schaduw te zien zal zijn.

Oom Frits kijkt genietend om zich heen. 'Mooi is het hier.'

'Zeker,' beaamt tante, die de rits van haar jasje nog wat hoger probeert op te trekken, 'maar het begint in mijn maag nu wel te kriebelen. Ik heb zin in iets warms.'

 

Het versterken van de inwendige mens is iets waar ook oom Frits maar zelden bezwaar tegen maakt, sterker nog: het is iets dat hij van harte toejuicht.

'Ik wil ook wel wat warms. Een kop koffie, of zo. En liefst met wat erbij. Zit hier niet ergens een boscafé of zoiets?'

Tante knikt bevestigend. Oom en tante hebben rekening gehouden met eventuele opkomende maagkriebels, en de route van de lentewandeling is daarom niet geheel toevallig gekozen. Een paar honderd meter verderop doemt het bedoelde boscafé al op.

Oom Frits wijst met een glimlach op het terras, waar nog natte stoelen gekanteld tegen al even vochtige tafels rusten. 'Ik denk dat je liever binnen zit, toch?'

Op sommige vragen is een antwoord echt totaal overbodig en dus stapt tante Coby na een wat misprijzende blik op oom op de deur af.


(c)2019 Hans van Gemert

Eigen afbeelding 


Deze twee episodes uit het leven van oom Frits en tante Coby passen beide in de 140-woorden-uitdaging van FrutselenindeMarge:

Hoe gaat het verder?