De Schietoefening


In het dorpje waar Freek woonde was er maar één politieman, Sjef. Dat was trouwens ook genoeg, want in het dorp en de verre omgeving woonden uitsluitend brave, vredelievende mensen. Sjef had als politieman een mooi leventje. Misdaad bestond er eigenlijk niet, en zijn werk bestond er dus vooral in dat hij kleine overtredingen corrigeerde en jongelui aansprak op kattenkwaad.

De jaren gingen voorbij en de dag kwam dat Sjef met pensioen wilde gaan. Dat was natuurlijk geen probleem. 

Er werd meteen een groot plakkaat opgehangen. Wie de positie van Sjef wilde innemen hoefde zich alleen maar te melden.

De meeste mensen hadden geen interesse. Ze werkten al in hun winkel, in de werkplaats of op het land. Ook Freek werkte elke dag op de boerderij van zijn vader. Maar om politieman te worden, dat leek hem toch wel wat. Hij besloot een brief te schrijven.

Twee weken later kwam de hoofdcommissaris naar het dorp om eens met Freek te praten. Hij stelde allemaal moeilijke vragen. En Freek vertelde precies wat hij zou doen als er overtredingen waren en hoe hij het kattenkwaad zou aanpakken. De commissaris was heel tevreden. Toch wilde hij ook nog wel even weten wat Freek zou doen als er echte rovers en boeven zouden komen. Kon hij bijvoorbeeld ook schieten? Hierbij wees hij op een groot geweer dat hij speciaal voor dit gesprek had meegenomen.

Freek had nooit veel anders in zijn handen gehad dan een riek, een hooivork of een stevige spade, maar het geweer leek hem niet zo ingewikkeld. Dat moest hem toch wel lukken.

‘Laat dat maar eens zien!’ zei de commissaris. En samen liepen ze het dorpje uit om een veilig plekje te vinden om schietoefeningen te doen. Ze kwamen bij het strand.

Op een aantal houten palen zat een vijftal pelikanen stoïcijns en tevreden om zich heen te kijken, want het leven was goed. Freek keek eens goed naar het groepje pelikanen. De commissaris had het tafereeltje nog niet ontdekt. Freek begreep: dit was zijn kans, maar dan moest hij wel snel zijn. Hij schouderde het geweer, en schoot het af. De commissaris keek geschrokken. ‘Wat.. wat…’  stamelde hij, ‘waar heb je op geschoten?’

Freek wees naar de pelikanen die nog steeds ongestoord en onverstoord op de palen zaten.

‘Kijk,’ wees hij, wijselijk verder zijn mond houdend.

De commissaris keek en keek nog eens. ‘Maar, dat is geweldig!’, riep hij toen, ‘Je bent aangenomen!’

Samen liepen ze terug naar het dorpje. De pelikanen zaten nog steeds allemaal lekker rustig op de palen. Het leven was nog steeds goed.


(c) 2017 Hans van Gemert

Bijdrage in 'Fotowoorden maart', van Irene Schievink.

Kopafbeelding: Pixabay