De sluimerende snacker


 Ik zal het maar gewoon zeggen, het hoge woord moet er een keer uit. Ik ben te zwaar. Niet al te veel misschien, maar toch: te zwaar. Er mag zogezegd wel een paar pondjes vanaf. Om dit voor elkaar te krijgen heeft mijn vrouw een drastisch programma ingesteld. Elke dag een uurtje bewegen, wandelen of fietsen bijvoorbeeld. Bovendien worden de maaltijden aangepakt. Verkeerde vetten zijn uit den boze en het snacken in de avond behoort tot het verleden. Het tafelkleedje dat doorgaans ’s avonds een hele last aan schaaltjes en glazen diende te dragen bleef angstvallig leeg. Alleen twee kale glazen water en een roestige schaar. Gevolg: een permanent hongerig gevoel.

Mijn vrouw bewaakt mijn doen en laten nauwkeurig. Elke voetstap in de buurt van de koelkast wordt met argusogen gevolgd, en de smakelijke zaken uit onze kelder haalt zij zelf. Op strategische plaatsen zijn camera’s gemonteerd die het belastend materiaal gaan schieten zodra ze een beweging detecteren.

Dat is nog niet alles. Vandaag kwam ze thuis met een mat. Jawel, gewoon een mat. Ze had die bij de sigarenwinkel op de hoek gehaald.

‘Is dat niet een rare plaats om een mat te halen?’ vroeg ik nog.

‘Nee hoor’, en ze vertelde dat de sigarenhandelaar er de brui aan geeft. Wie rookwaar of lucifers nodig heeft moet voortaan ergens anders. Hij houdt grote uitverkoop. Mijn vrouw vertelde dat ze zelfs een vrouwtje met de hele voordeur heeft zien lopen. Nou ja zeg!

De mat kreeg een mooi plaatsje onder de trap. Dat vond mijn vrouw mooi. Zei ze.

Afgelopen nacht hield een heftig gerommel me uit mijn slaap. Geërgerd sloop ik naar het slaapkamerraam om te zien welke onverlaat op deze onchristelijke tijden feestjes aan het bouwen was. Buiten echter was het stil, het gerommel bevond zich geheel binnen de muren. Op dat moment besefte ik wie de onverlaat was: mijn maag, die heftig protesteerde tegen de gedwongen vastenperiode.

Ik keek naar de slapende gestalte in bed. En ik kreeg een idee. Eigenlijk een heel best idee, dacht ik bij mezelf. Op kousenvoetjes sloop ik de slaapkamer uit en de trap af. Mijn voet raakte de mat. Hoorde ik dat goed? Een belletje? Ademloos bleef ik staan. Nee, verder bleef het stil.

Ik sloop verder, op weg naar de keuken. Het licht knipte ik niet aan, zodat de bewakingscamera’s mij niet zouden kunnen herkennen. Met een snelle beweging griste ik een beker romige vruchtenyoghurt uit de koelkast, het enige dat zo voor het grijpen stond.

Grijnzend rukte ik het dekseltje van het bekertje en zette de witte vloeistof aan de mond.

Met kracht spuwde ik het vervolgens weer uit. Tandpasta! Wie zet er nu een beker tandpasta in de koelkast!

Achter mij hoor ik een gegrinnik. Vol leedvermaak hoor ik mijn vrouw zeggen:

‘Het winkelbelletje van die mat heeft me precies op tijd wakker gemaakt. Ik wist wel dat je iets zou proberen!’


(c) 2018 Hans van Gemert

Afbeelding: Pixabay

Mijn overige invullingen van deze schrijfuitdaging

Word lid en beloon de maker en jezelf!