De snelwegschoen. Het verhaal van Linker en Rechter.


Op zekere dag stapte Martijn de schoenwinkel in de Dorpsstraat binnen. Na enkele paren gepast te hebben viel zijn keuze op een bijzonder mooi setje, bestaande uit twee schoenen met de namen Linker en Rechter. Martijn was erg blij met zijn nieuwe schoenen en zijn nieuwe schoenen waren erg blij met Martijn. Samen beleefden ze allerlei avonturen. Martijn ging met Linker en Rechter op vakantie naar verre landen, naar het werk, en ze waren zelfs bij elkaar als Martijn met zijn vriendin uit eten ging. Hoe mooi kon het leven zijn?

Tot die ene verschrikkelijke dag aanbrak, net toen ze een jaar samen waren. Martijn ging opnieuw de schoenwinkel binnen en kocht een nieuw paar schoenen. ‘Ik houd ze meteen aan’, hoorden ze Martijn zeggen. En dat gebeurde. Linker en Rechter werden in een donkere doos gestopt, waar ze pas die avond uit mochten. Maar in plaats van te mogen staan op hun vertrouwde plekje onder de stoel op de slaapkamer, werden ze nu in de donkere kast gezet. Je begrijpt, dat vonden Linker en Rechter helemaal niet fijn. Als het diep in de nacht was fluisterden ze samen en haalden ze herinneringen op aan de mooie dagen toen ze nog met zijn drietjes op stap gingen.

De dagen verstreken, de ene na de andere. Maar de kast bleef dicht en donker, Linker en Rechter verloren elk gevoel voor tijd en hun gesprekken werden minder en minder. Maar hun dromen over de verre landen en de mooie dagen, die gingen gewoon door.

Op zekere dag ging de kast open en Linker en Rechter fleurden op van het binnenstromende licht. Zouden ze dan eindelijk weer? Maar nee. Martijn haalde er alleen een overhemd uit en de kast werd opnieuw gesloten.

Linker en Rechter schoven in het donker dichter naar elkaar toe. ‘Dit kan zo niet langer’, zei Linker. ‘Nee’, zei Rechter, ‘ik wil zo graag het licht weer zien!’

‘We lopen gewoon weg!’ Dat was een goed idee van Linker en samen overlegden ze hoe ze dit het beste konden aanpakken. De volgende dag kregen ze hun kans. Martijn haalde weer een kledingstuk uit de kast, maar de kastdeur bleef deze keer op een kiertje staan.

Linker en Rechter dachten niet lang na, het was nu of nooit! Heel voorzichtig slopen ze die nacht uit de kast, toen van de trap af en door het kattenluikje naar buiten. O, wat was het heerlijk om weer buiten te zijn! Samen liepen ze door de donkere straten. Natuurlijk moesten ze heel goed uitkijken dat de mensen hen niet zagen lopen, dus als er iemand in de buurt kwam stonden ze helemaal stil, liefst in een verborgen hoekje langs de weg. Toen ze bij de snelweg waren gekomen zei Linker: ‘Ik denk dat we hier links af moeten.’ Dat was Rechter niet met hem eens. ‘Nee, we moeten juist rechts af.’

Daar bleven ze even ruzie over maken, tot Rechter de knoop doorhakte. ‘Weet je wat,’ zei hij, ‘We splitsen. Jij gaat links, ik ga rechts. En als we dan aan het einde van de wereld komen, dan komen we elkaar vanzelf weer tegen.’ Dat klonk als een goed idee. ‘O, wat zullen we elkaar mooie verhalen kunnen vertellen dan!’

Zo gezegd, zo gedaan. Linker ging naar links, Rechter ging naar rechts. En zo trokken ze ieder de wijde wereld in.

Mocht je dus ergens langs de snelweg een losse schoen tegenkomen, dan is dat waarschijnlijk Linker of Rechter, want zover ik weet hebben ze het einde van de wereld nog niet bereikt.


(c) 2017, Hans van Gemert

Vind je dit een leuk #verhaal ? Laat het me weten in een reactie. Delen van dit #schoenenverhaal op jouw Facebookpagina wordt óók zeer gewaardeerd!