De wonderballetjes (1): Van levensbelang


De inleiding op dit verhaal vind je hier.


Een laatste zucht… en toen stierf hij.

Jochem staart naar zijn dode vader in het bed. Met een gevoel alsof de bodem onder zijn voeten niet meer vast is, alsof alle houvast wegvalt, dringt het besef tot hem door dat zijn vader er niet meer is. Zijn vader, met wie hij zoveel leuke momenten had gekend, waar hij mee had kunnen lachen, gesprekken mee kon voeren tot diep in de nacht, om raad had kunnen vragen, is er niet meer. Hij voelt de tranen opwellen in zijn ogen. Allerlei emoties vechten om een plaatsje op de voorgrond. Verdriet, teleurstelling, een enorm gevoel van leegte en, jawel, ook een spoortje woede. Zijn vader is gestorven met dat grote geheim op zijn lippen, net op het moment dat hij eindelijk zou vertellen wat dat grote geheim, het levensbelang van die twee verdomde balletjes was. Die gekke balletjes die hij zo goed als altijd bij zich droeg.

Die balletjes. Ook nu heeft zijn vader de twee balletjes nog stevig geklemd in zijn dode vingers. Het voelt haast als schennis, als een verstoring van de serene rust die over de dode is gekomen, als Jochem de twee balletjes overneemt. Die stomme balletjes. Met een gevoel van spijt en ergernis, dat het grote geheim een geheim zou blijven stopt hij ze in zijn broekzak. Dat is voor later.

In de dagen die volgen is het een drukte van jewelste. Er moet van alles worden geregeld. Even geen tijd voor die balletjes, waarom ook. Jochem had ze thuis uit zijn broekzak gehaald en in een laatje van zijn bureau opgeborgen. Nu even niet.

De dagen komen en gaan en in de dagen na de begrafenis begin het leven langzamerhand weer zijn gewone gangetje te gaan. De dagen worden weken, de weken worden maanden. De rauwe plek in zijn binnenste begint te verzachten.

Er zijn inmiddels vijf maanden verstreken. Vijf vreemde maanden met vreemde gebeurtenissen. Er waren kleine en grotere tegenslagen geweest. Zijn vriendin was vertrokken, het dak bleek te lekken en iemand had een winkelwagentje tegen zijn dure auto aangereden zodat er was een kras en een deuk in zijn auto was gekomen. De dag erna was er een gebroken ruit in de woonkamer, zijn fiets gejat en hij liep al tijden met een verkoudheid waar hij maar niet vanaf kon komen. Het zijn van die dingen die iedereen wel zou kunnen meemaken. Het is alleen zo’n naar rijtje achter elkaar.

Het vervelendste gebeurde vanmiddag. Mark, zijn directe chef had hem binnengeroepen in het kantoor. ‘Ik heb slecht nieuws Jochem’, zo was hij begonnen, ‘Die reorganisatie …’ Het drong nauwelijks meer tot Jochem door. Hij was er al bang voor geweest, zo goed gingen de zaken de laatste tijd niet. Op het eind van de maand was hij weer vrij man, tenzij er wonderen zouden gebeuren. Maar ja, daar kun je niet op wachten.

’s Avonds zit Jochem in zijn woonkamer. Zomaar, zonder duidelijke reden, heeft hij zijn bureaula opengeschoven. En daar liggen die balletjes. Ze roepen een gevoel van weemoed in hem op, een plotselinge vlaag van verdriet. Zonder er bij na te denken pakt hij de balletjes op. Ze zijn niet zo groot, je kon ze gemakkelijk in je broekzak meenemen. Trouwens, dat had zijn vader ongeveer z’n hele leven ook gedaan. Net een beetje groter dan knikkers, maar een stuk lichter. Vreemd materiaal, Jochem kan niet goed thuisbrengen wat het is. Geen metaal of glas, maar het voelde ook niet als kunststof.

Hij rolt de balletjes op zijn bureau heen en weer. Ze rollen perfect. Je kunt er nog een spelletje mee doen, met het éne balletje proberen het ándere te raken. Jochem rolt het balletje. Juist op het moment dat ze elkaar zouden raken lijkt het of de snelheid word afgeremd, dan voegen ze zich heel zacht bij elkaar. Raar. Jochem rolt nog eens, met hetzelfde resultaat. Jochems aandacht is gewekt. Dit zijn toch wel heel rare balletjes.

Buiten valt de schemering in. Het zal niet lang meer duren voor het donker wordt, maar Jochem heeft geen tijd voor lichtschakelaars. Met zijn ogen en vingers tast hij het hele oppervlak van de balletjes af. En nu het donker wordt…. Het lijkt alsof de balletjes een heel flauw licht afgeven. Het wordt alleen maar gekker. Jochem schuift met een snel gebaar de gordijnen dicht, om al het resterende zonlicht en licht van lantaarnpalen buiten te sluiten. Aandachtig tuurt hij opnieuw naar de balletjes. Het licht is nu duidelijker dan eerst, een mat wittig licht dat als een schilletje om de balletjes heen ligt. Jochem strekt zijn vinger voorzichtig naar het balletje uit, zorgvuldig aanraking met het oppervlak vermijdend.

Net als zijn vinger het lichtende schilletje raakt, springt het licht over. Het puntje van zijn vinger straalt nu ook een heel zacht licht uit en begint te tintelen. Geschrokken trekt Jochem zijn vinger terug, om het heel voorzichtig even later nog eens te proberen. Weer slaat het licht over op hem, verspreidt zich over zijn vinger, zijn hand, zijn arm en heel zijn lijf, samen met een licht tintelend gevoel. Prikkelend, maar niet onaangenaam. Zijn andere hand strekt zich naar het andere balletje. Op het moment dat hij ook hier het licht raakt wordt de tinteling sterker. Het lijkt alsof hijzelf nu meer licht uitstraalt dan de balletjes zelf. De tinteling heeft een vreemd effect, hij voelt zich beter, energieker, alsof hij vol stroomt met nieuwe ideeën, met nieuwe kracht. Hij laat de balletjes los. Het tintelende gevoel stroomt langzaam weg, Jochem voelt hoe zijn nieuwe kracht en ideeën samen met het tintelende gevoel verdwijnen. Hij strekt opnieuw zijn handen uit naar de lichtende schil om de balletjes, wacht tot het licht hem weer omsluit en de prikkeling terug is. Hij grijpt de balletjes nu stevig vast. Het licht en het tintelende gevoel worden zwakker, maar de kracht in hem blijft even sterk. Met een plotseling inzicht houdt hij de balletjes stevig in zijn hand.

Op dat moment gaat zijn telefoon. Mark, zijn baas aan de lijn.

‘Weet je Jochem,’ begint Mark, ‘vanmiddag had ik het erover dat er een wonder zou moeten gebeuren om je baan te behouden. Nu, dat is zojuist gebeurd. We hebben zojuist plotseling een mega-order in de wacht gesleept!’


(c) 2015-2017, Hans van Gemert

Kopfoto: Pixabay