Een anticlimax voor Joost


Joost had de hele dag al met enig wantrouwen rondgekeken. Het hele huis was schoon. Brandschoon. Niet dat het anders een varkensstal was, maar het poetswerk werd meestal gefaseerd en met enige terughoudendheid uitgevoerd. Dat was goed genoeg, ook volgens Loes. Maar vandaag was het anders. Loes was als een wervelwind door alle vertrekken gegaan en had zelfs de moeite genomen om bovenop de kasten en plintjes te stoffen. Bovenop de kasten! Joost wist niet hoe het hij had.

Hij was niet ingezet voor het poetswerk. Niet dat hij daarvoor te beroerd was, natuurlijk droegen ze beiden in hun huishouden ieder een gelijkwaardig steentje bij. Maar vandaag was hij naar de winkel gestuurd met een lange boodschappenlijst, die hem door Loes ietwat schichtig was aangereikt.

‘Doe jij die boodschappen nou maar, dan poets ik nog even verder. Ik zit er nou lekker in.’ Dat had ze gezegd, en met een bevreemd gezicht had Joost het lijstje aangenomen. Hij had wel eens iets gelezen over een grote voorjaarsschoonmaak, maar in de afgelopen jaren had hij daar niet veel van gemerkt én geen enkele behoefde gevoeld om het thema ter sprake te brengen.

Terwijl hij het winkelwagentje voortduwde langs de uitgestalde artikelen waren hem de items op het lijstje wel opgevallen. Er stonden allemaal dingen op die ze normaal gesproken niet in huis hadden. Lekkere producten, dus echt bezwaar had hij niet. Of toch een beetje, toen hij de prijskaartjes bekeek. Hij haalde zijn schouders op. Het was lente, mooi weer, dus een keer wat extra’s, daar was toch niks mis mee?

Toen hij thuis was gekomen had hij de boodschappen opgeruimd, en Loes had een opwarmmaaltijd in de magnetron geschoven. Ook al zoiets raars, hij had toch net allemaal lekkere versproducten gehaald? Trouwens, Loes reageerde nog steeds zo schichtig. Alsof ze ergens mee zat. Nou ja, dacht Joost, ik merk het vanzelf.

Na het eten stond de koffie op tafel en Joost nam een slokje en liet het warme vocht genietend achter in zijn keelgat verdwijnen. Hij keek naar de klok. Het was exact acht uur en precies op dat moment hoorde hij het belsignaal van zijn telefoon. Hij nam op.

‘Dag Joost!’, de gevreesde stem van zijn schoonmoeder klonk hem als nagels over een schoolbord in de oren. ‘Zo leuk dat ik een weekje bij jullie kom! Haal je me op, ik sta bijna aan het station!’


(c) 2018 Hans van Gemert

Afbeelding: Pixabay

Schrijfuitdaging april 2018

Iedereen kan meedoen, dus grijp je kans:

signup

Word lid en beloon de maker en jezelf!