Het leeslogboek, een extra prikkel om te lezen


Niet alle kinderen komen even gemakkelijk tot lezen. En dat is jammer, wie gemakkelijk en vlot leest kan ook moeilijker teksten aan. Wie goed en snel kan lezen heeft in de maatschappij betere kansen. Het leeslogboek is een extra prikkel om tot lezen te komen.

Lezen op school

In de basisschool krijgen de meeste kinderen in groep 3 leesonderwijs. Sommige scholen beginnen zelfs al in de kleutergroepen met de eerste kennismaking met letters en soms zelfs met het lezen zelf. Voor volwassenen die kunnen lezen is het haast niet te bevatten wat er allemaal bij komt kijken bij een geslaagd leesproces. Er moeten heel wat stappen en deelstappen worden gezet voor het geschreven woord in ons brein is omgezet tot een klank met een begrip.  

 

Om je een idee te geven zie je hieronder welke deelstappen zoal gezet moeten worden, en dan is deze lijst nog niet eens uitputtend:

  • Je ogen zien een woord
  • In het woord zitten aparte tekens: de lettertekens
  • De lettertekens moeten herkend worden
  • De lettertekens moeten worden omgezet naar klanken
  • De klanken moeten aan elkaar worden geplakt tot een woord
  • De klank moet worden gekoppeld aan een woord
  • Het woord moet worden gekoppeld aan een betekenis
  • De betekenis van het woord moet in een samenhang worden begrepen

En als je dan denkt dat je er bent, moet je je realiseren dat de klank van een letter lang niet altijd hetzelfde is. Een klank is namelijk afhankelijk van de letters ervoor of erna. Zo zal de letter a in een woord als bal anders klinken dan in een woord als balen. Of wat dacht je van de letter e, die in woorden als het, een of de al drie verschillende klanken heeft. Of in het woord vergeten, waarin die drie klanken in één woord maar toch met hetzelfde letterteken terug te vinden zijn.

Prestatie

Het is voor kinderen een hele prestatie om alle leesmoeilijkheden te overwinnen en tot lezen te komen.  De meeste kinderen kunnen op het eind van groep 3 eenvoudige teksten lezen, en het niveau van de teksten wordt in het erop volgende leesproces verhoogd. Het aantal lettergrepen per woord wordt hoger, het aantal woorden in de zin ook en bovendien komen er nieuwe betekenissen en begrippen bij. 

Zo tegen groep 7 zullen de kinderen het hoogste leesniveau op de AVI-schaal bereikt hebben, maar dat wil niet zeggen dat de leesontwikkeling op dat punt stopt.


Lezen is belangrijk

Het is niet voor niets dat het leesonderwijs op de basisschool zo’n prominente plaats heeft gekregen en dat een groot deel van de actieve uren op school hieraan wordt besteed. Het lezen is de basis voor het leren, voor het opdoen van informatie over allerlei onderwerpen. We krijgen in de samenleving heel wat informatie te verwerken die in tekstvorm op ons afkomt. Het geschreven woord maakt ons wegwijs in boeken, tijdschriften en websites. Snel kunnen lezen is een voorwaarde om tot kennis te komen. Bovendien kun je door te lezen kennis nemen van een wondere wereld vol verhalen.

Verdieping

Snel kunnen verklanken van teksten is een belangrijke vaardigheid, maar het is niet het enige dat belangrijk is. Het gaat ook om het doorgronden van de bedoeling van de schrijver. Bij het lezen van teksten is de informatie belangrijk, maar ook het eigen denken. Hetgeen te leest moet worden beoordeeld, ben je het eens met de schrijver? Heb je aanvullende informatie nodig? Of wijs je het resoluut af en zo ja: waarom? Het lezen van teksten vraagt om een verdieping, het aanboren van een diepere laag die verder gaat dan het verklanken alleen.  En dat maakt het hele proces zoveel interessanter.

Het belang van een goede leesontwikkeling is belangrijk voor het goed kunnen functioneren in de maatschappij. Het stimuleren van deze leesontwikkeling vraagt daarom alle aandacht. Sommige kinderen worden al gestimuleerd door het lezen zelf, door het betreden van alle fantastische verhalen die in druk verschenen zijn. Voor anderen is een extra zetje, een extra hulpmiddel nodig. Een van die mogelijke hulpmiddelen is het bijhouden van een leeslogboek. Het leeslogboek is een reflectieboek, een middel om kinderen te laten reageren op het gelezen boek. Het is belangrijk dat dit geen saai karweitje is en niet teveel tijd kost, het is niet de bedoeling dat het invullen van een leeslogboek juist afschrikkend werkt. De werkvormen in het leeslogboek moeten daarom kort en afwisselend zijn.

Voor de kinderen

Voor de kinderen moet het leeslogboek uitdagend, leuk en afwisselend zijn. 

Het gaat in het leeslogboek dan onder meer om de volgende punten:

  •  

    Het bijhouden van het leeslogboek is een manier om de belangrijkste dingen van het boek te kunnen onthouden.
  • Je kunt bijzondere verhalen verwerken
  • Het opzoeken van andere boeken en verhalen van dezelfde schrijver
  • Het opzoeken van andere boeken en verhalen waar dezelfde illustrator aan gewerkt heeft
  • Het is een verzameling van leuke en spannende boekfragmenten of uitspraken
  • Het kunnen bijhouden van ervaringen tijdens het lezen
  • Het kunnen nadenken over de informatie die gelezen is in het verhaal of boek
  • Het kunnen adviseren van andere kinderen. Is het aan te raden dit boek te lezen of juist niet? En uiteraard: waarom is dat zo?
  • Ontdekken welk soort boeken je leuk of interessant vind, en welke genres je helemaal niet liggen.

Voor de leerkracht

Het bijhouden van een leeslogboek heeft uiteraard ook consequentie voor de leerkracht. Het gaat hierbij om de motivatie van de leerkracht, maar ook om praktische, voorbereidende zaken.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Opbrengen van enthousiasme voor het lezen zelf en voor het leeslogboek
  • Regelmatig nieuwe werkvormen en ideeën toevoegen aan het leeslogboek. Dat zorgt ervoor dat het bijhouden van een leeslogboek voor de kinderen leuk en spannend blijft.
  • Niet alleen het bijhouden van het leeslogboek is belangrijk, maar ook wat er precies wordt genoteerd. Ofwel: het gaat ook om de inhoud. Laat kinderen erover vertellen, ervaringen met elkaar delen, e.d.
  • Kinderen kunnen de werkbladen van het leeslogboek zelf toevoegen. Zorg ervoor dat de te kiezen werkbladen regelmatig op een andere plek in het klaslokaal gevonden moeten worden. Ook dit soort variatie draagt bij aan het doorbreken van een mogelijke sleur.
  • Kijk regelmatig door het  leeslogboek van de kinderen. Voor kinderen is het belangrijk te weten dat er aandacht is voor hetgeen ze gemaakt, geschreven of getekend hebben.
  • Deel de leeservaringen met de groep, zo ontstaat er een gezamenlijke waardering voor het leeslogboek, maar vooral voor het lezen zelf.

 

Hoe ziet het leeslogboek er uit?

Je kunt allerlei werkvormen in het leeslogboek gebruiken. Het is het gemakkelijkst als het leeslogboek in een ringband verzameld wordt, zodat nieuwe bladen eenvoudig door de kinderen zelf kunnen worden toegevoegd. Het is ook belangrijk dat kinderen kunnen kiezen uit een aanbod van verschillende werkbladen die ze voor de verwerking van het gelezen boek kunnen gebruiken.

 Niet elk werkblad, niet elke werkvorm is voor elk boek even geschikt. Door te laten kiezen voorkom je demotivatie. Let er wel op dat kinderen regelmatig een ander werkblad kiezen en niet steeds hetzelfde werkblad ‘maak een tekening’ of zoiets uit de kast trekken. Voor de werkbladen kun je denken aan onderwerpen zoals:

  • Maak een woordspin van het boek. Je schrijft in het midden de titel, en je kiest andere woorden zo dat het voor andere kinderen duidelijk wordt waar het boek over gaat.
  • Maak een tekening over wat heel leuk, heel spannend of heel verdrietig was in het boek.
  • Bedenk een andere, bij het boek passende titel voor het boek.
  • Maak een leuke collage over dit boek.
  • Schrijf zelf iets over het boek.
  • Wie was (waren) de hoofdpersoon (hoofdpersonen) uit het boek? Schrijf die naam (namen) op, en vertel er iets over.
  • Schrijf de moeilijke woorden op, en schrijf de betekenis op. Je hebt hiervoor een woordenboek nodig.
  • Zou je het boek op een andere manier kunnen laten aflopen? Maak zelf een nieuw, spannend einde en schrijf dat op.
  • Welk boek vond je helemaal niet leuk en wilde je niet verder uitlezen? Schrijf de titel van dat boek op en waarover het gaat. Schrijf ook waarom je dit boek niet wilde uitlezen.
  • Maak een stripverhaal over dit boek.
  • Wie was de schrijver van dit boek? Wat weet je over deze schrijver? Heeft deze schrijver nog meer boeken geschreven?
  • Wie was de tekenaar van dit boek? Wat weet je over deze tekenaar? Heeft deze tekenaar nog meer boeken geïllustreerd?
  • Kun  je zelf een nieuwe, bij het boek passende, voorkant ontwerpen?

 

Vormgeving en vervolg

Je begrijpt dat bovenstaande ideeën in aantrekkelijke werkbladen vormgegeven moeten worden, zodat ze de kinderen aanspreken. Realiseer je dat bovenstaande lijst verre van compleet is. Creatieve leerkrachten zullen ongetwijfeld allerlei ideeën kunnen toevoegen.  Het is belangrijk je te realiseren dat het leeslogboek belangrijk kan zijn voor het stimuleren van lezen, maar geen doel op zich is. Het gaat uiteindelijk om het snel leren lezen en het ervaren van het plezier daarin.


(c) 2016-2017 Hans van Gemert.

Dit artikel heb ik eerder gepubliceerd op Infobron.nl

Foto's: Pixabay

Vind je dit artikel interessant?

Reacties zijn welkom, en natuurlijk is het fijn als je dit artikel deelt.

Goed en gemotiveerd leren lezen is per slot van rekening belangrijk genoeg!