Het nieuwe leven van de boze tovenaar

Het nieuwe leven van de boze tovenaar

 

Duizend jaar, het was een lange tijd om te slapen. Tovenaar Mallus rekte zijn stramme spieren uit en beende voorzichtig op en neer in de diepe kerker onder zijn kasteel die hem zolang als gevangenis en slaapplaats had gediend. Met een schaar knipte hij de meterslange baard af, hij zou er anders maar over struikelen. Een hol gevoel in zijn maagstreek wees hem op nog wat anders. Honger. En niet zo’n beetje ook. Niet zo gek natuurlijk, na zo’n lange tijd. Het heeft zijn voordelen om tovenaar te zijn en met een zwaai met zijn toverstaf toverde hij allerlei heerlijke spijzen op tafel.

'Ik zal met kleine hapjes beginnen', zei hij in zichzelf, 'dat lijkt me beter.’

En dat is natuurlijk ook zo, duizend jaar is een hele tijd voor je maag en darmen.

Hij liet zich de lange maaltijd goed smaken en hij voelde hoe zijn krachten toenamen. Hoe heerlijk zou het zijn om straks weer de zon op zijn huid te voelen, een koele bries in het gelaat. Zouden de mensen hem nog kennen? Zouden ze de angstige verhalen aan elkaar nog doorvertellen?

Hij voelde hoe zijn lippen in een grijns krulden. Wat dachten ze wel niet, die zielige mensen! Hem zomaar dwingen tot een duizendjarige slaap! Hij zou zich wreken, ze zouden er spijt van krijgen! Hij zou ze weer de stuipen op het lijf jagen met zijn toverij. Bijvoorbeeld, met een simpele beweging een ruimte in het licht zetten – of het licht juist wegnemen. Of, waar hij ook altijd veel succes mee had gehad, op afstand in woord en beeld tegen iemand praten. Of …. Er was zoveel!

Mallus besloot dat het tijd was om poolshoogte te nemen. Hoe zou zijn kasteel erbij staan? Natuurlijk had hij een beschermende toverspreuk uitgesproken toen hij aan zijn gedwongen slaapje begon, maar je wist natuurlijk nooit. Hoe dan ook, hij had ook behoefte aan een hap frisse lucht.

Uit de stoffige kast trok hij een nieuw gewaad tevoorschijn. Zijn spitse hoed met brede rand plantte hij boven zijn ogen. Daarna klom hij de stenen trappen op. Een hele klim, de geheime kerkers van zijn kasteel lagen diep verborgen. Toen hij bij het luik gekomen was dat toegang gaf tot de wachtruimte bleef hij een momentje verrast staan. Het leek wel of er licht langs de spleetjes kwam. Merkwaardig. Er waren toch helemaal geen ramen in de wachtruimte? Het licht leek ook te regelmatig voor de fakkels die de wachters hier altijd gebruikt hadden. Mallus kon zich niet voorstellen dat er wachters op hem zouden staan wachten. Hoewel, zouden ze hem verwachten? De duizend jaren waren inderdaad voorbij.

Het luik was zo betoverd dat het alleen nog maar van binnenuit te openen was. Een voorzorgsmaatregel, Mallus had geen risico willen nemen. Na een korte spreuk en een zwaai met zijn toverstaf duwde hij het luik voorzichtig open.

Totaal verrast klom hij naar boven. Het hele vertrek was betoverd! Welke tovenaar had dat gedaan? Er brandden verschillende minizonnetjes aan het plafond. In de ruimte stonden allerlei tafels met kunstig beschilderde boeken en papieren. Zeer kunstig, en nog precies identiek ook! Er lagen afbeeldingen met zijn kasteel erop, en zelfs van hemzelf! Een grote zwarte plaat kwam met veel geluid tot een kleurig leven toen hij het aanraakte. Een stem begon hem toe te spreken! Mallus voelde zijn hart in zijn keel kloppen. Toverij! Zijn kasteel was betoverd! In een bak lagen zwaarden en schilden van een merkwaardig materiaal. Hij schudde zijn hoofd. Veel te zacht, daarmee kon je toch geen vijand benaderen! Op planken stonden rijen vol glazen en roemers, ook allemaal beschilderd. In de hoek stond een bak met, ja wat waren dat eigenlijk? Hoofddeksels? Mallus zette zijn eigen punthoed af en probeerde. Inderdaad, dat leek te passen, het beviel hem wel.

Ineens was er achter hem nog meer geluid, er kwamen mensen aan. Een man, een vrouw en wat kinderen. En die vrouw, wat een onwelvoeglijke kledij droeg zij, haar beide benen grotendeels bloot! Zouden dit de geheimzinnige magiërs zijn? Maar vreemd genoeg trokken ze zich weinig van hem aan. In plaats daarvan begonnen ze naar de vreemde voorwerpen te grijpen, en liepen daarmee naar het volgende vertrek. Daar zat nog iemand, zag Mallus. De mensen gaven de voorwerpen af, staken een gekleurd plaatje in een soort toverdoos en toen kregen ze de spullen weer terug.

Mallus schudde zijn hoofd. Frisse lucht, dat had hij nodig. Met een zwaai van zijn toverstaf bracht hij de protesterende dame tot zwijgen toen hij daar langs liep. Terwijl hij de frisse lucht met welbehagen binnenzoog zag hij hoezeer de wereld onder een enorme betovering gebukt ging. Mensen die opgesloten zaten in vanzelf bewegende blokjes van glimmend metaal, lichtende strepen in de lucht.

Op dat moment landde de kraai op zijn hoofd. Onverwacht, maar vertrouwd, kraaien waren altijd dienaren en boodschappen van de tovenaars geweest. Hij slaakte een zucht van verlichting. Eindelijk iets dat hij begreep.


(c) 2018 Hans van Gemert
Afbeeldingen: Pixabay

Tovenaar Mallus op drakenjacht

Hoe het verder gaat met tovenaar Mallus

Geschreven in de schrijfuitdaging van februari:

Schrijfuitdaging februari 2018

Lees hier hoe je ook mee kunt doen:

signup

Word lid en beloon de maker en jezelf!

Promote: support and profit

Support Hans van Gemert with a promotion and this post reaches a lot more people. You profit from it by earning 50% of everything this post earns!
More