×

Yoors


Inloggen
Registreren
×

Yoors










Naar het circus

Naar het circus


Deze drie verhalen zijn geschreven binnen de februari-uitdaging van Vlindertje73


De agenda van m’n mobiel is helaas maar al te duidelijk. Het is tijd voor het jaarlijkse gezellig uitstapje met de collega’s. Meestal ontaardt zo’n middag in verplichte nummertjes. En vóór je nu zegt dat er aan nummertjes ook leuke, spannende en prettige kanten kunnen zitten, ik bedoel het verplichte ‘ja’, ‘nee’, 'echt waar' en ‘o jee’ zeggen op verhalen die je elke dag al bij de koffie hoort, en eigenlijk helemaal niet wil horen. Ik ben dol op feestjes, maar dit soort spreekt me niet aan. Bovendien, met de laatste stroompjes alcohol van gisteren die wanhopig proberen mijn bloedbaan te verlaten ben ik er eigenlijk ook wel weer even klaar mee.

Maar ja, ééns per jaar collegiaal zijn… En zeker vandaag dien ik, met het oog op mijn ietwat verlate aankomst vandaag, extra in de pas te lopen. Ik gooi de pen dus maar weer neer op het als onderzetter gebruikte notitieblok, waardoor het theelepeltje op de grond glijdt. Nou ja, laat maar liggen. Ik sluit mijn werkkamer met mijn pincode-sleutel af en ga naar de kantine waar mijn collega’s al in gespannen afwachting bij elkaar staan. Gespannen, want de bestemming op zo’n teammiddag wordt elke keer bij wijze van ultieme verrassing tot het laatste moment geheim gehouden. Want dat wordt leuk gevonden. Echt waar. Dus.

Jacobien komt, en daar is over nagedacht, als laatste binnen. De hartjes om haar hals dansen tevergeefs in een poging hun veilige beschutting te verlaten. In haar hand heeft ze een kartonnen mapje.

‘Hallo lieve collega’s’, begint ze, met nog één veelbetekenende en vernietigende blik in mijn richting, ‘gezellig! De bestemming van dit jaar is allereerst het circus!’ Uit het mapje tovert ze met een blij gezicht de toegangskaartjes.

Ze wordt beloond met hier en daar een min of meer enthousiaste opmerking. Het circus. En dan met je collega’s. Wie bedenkt dat? Vroeger als kind ben ik eens in het circus geweest en het enige echt bijzondere destijds was dat tijdens die voorstelling de olifanten hun hoge nood in de piste stortten. En geloof me, zo’n olifant kan er wat van. Tijdens het opruimen verstapte een van de danseresjes zich en verdween voor een groot deel in de gedeponeerde substantie. Dat waren nog eens tijden. Toen wel.

De circustent staat een paar straten verderop op een veld opgesteld. Een afstand die we gemakkelijk kunnen lopen, en we lopen dan ook braaf achter Moeder de Gans aan.

Een vriendelijke jongeman in een soort piccolo-uniform bekijkt onze kaartjes en wijst ons de plaatsen aan. We zijn belangrijk en we boffen: we krijgen VIP-plaatsen op de eerste rij toegewezen. En jawel, ik krijg de stoel helemaal aan het begin van de rij. Of de duivel ermee speelt: Jacobien komt naast mij terecht. Misschien was het trouwens toch niet de duivel want meteen legt ze haar hand op mijn schouder.

‘Ja, sorry dat ik zo kwaad was daarnet. Maar het was ook om je dood te ergeren, dat je niet op apps en zelfs niet op die deurbel reageerde.’ Haar grote ogen zijn van een gevaarlijke grijsblauwe kleur, en haar hand blijft net zo lang liggen om er toch een tikkeltje benauwd van te worden en ik bespeur verhoogde temperaturen om me heen. De bril dient hierop nodig gepoetst te worden. We gaan zitten. Bij die beweging richt die vieze tandenborstel in mijn jaszak zich op, maar ik weet ten koste van vieze vingers een openbaring te voorkomen. Dat doet me aan de ravage op de bank in mijn kamer denken.

‘Zeg Jacobien, die handcrème van jou…’ verder kom ik niet want het orkestje zet een oorverdovend tweestemmig muziekje in: hard en vals. De voorstelling gaat beginnen.

Het zou een voorstelling worden om nooit meer te vergeten.


(c) 2017, Hans van Gemert

Vind je dit een leuk verhaal? Laat het me weten in een reactie. Delen van dit verhaal op jouw Facebookpagina wordt óók zeer gewaardeerd!




expand_less

Meest gestemde posts



expand_less

Recente posts



expand_less

Volgers



expand_less

Collecties