Over mobielen, onderzetters en een dagboek


Om alles een beetje te kunnen volgen is het handig als je de volgende verhalen eerst even bekijkt

Het is avond. Ik heb mijn verslag van mijn bezoek aan de TSW-kliniek van dokter Vlinder uitgewerkt en opgestuurd. De werkdag zit er op, mijn baas kan tevreden zijn. Ik heb vandaag nauwelijks op Yoors gezeten en eindelijk heb ik weer eens een tekst met de juiste zoekwoorden ingeleverd. Op de een of andere manier voelt dat vandaag toch extra vertrouwd. Ik kan gaan ontspannen. Ik wissel mijn computerbril weer om met mijn gewone en vlij me met een lekker glaasje wijn op de bank. En nóg eentje.

Ik wil mijn mobiel pakken om even op Yoors te kijken, maar tot mijn verbazing: géén mobiel. Wat ik wél aantref is mijn onderzettertje, waarop ineens een theelepeltje met pen is in getekend. Er staat het woord ‘oplichtster’ bij.

De gebeurtenissen van vandaag komen weer naar boven, hoe die zielige gestoorde mevrouw me aanviel met een tandenborstel. Dan moet je toch goed gek zijn, nietwaar? Het was nog niet eens een schone ook, er zat allemaal handcrème aan. Misschien heeft zij iets te maken met de verdwijning van mijn mobiel. En waarom ‘oplichtster’, ze zal toch niet de dokter bedoelen? Ik kan het beste naar de kliniek gaan om opheldering te vragen, maar het is al laat. Bellen lukt niet, want mijn mobiel… Ja, dat is nou net het probleem. Dus. Morgen dan maar.

Ik besluit er een blaadje in mijn dagboek aan te wagen, daar kun je toch net wat meer in kwijt dan in een officieel verslag

Lief dagboek, 24 februari.

Vandaag heb ik in de TSW-kliniek van dokter Vlinder hele zielige mensen gezien, allemaal geveld door een zeldzame TSW-koorts. Als dat maar niet besmettelijk is, gelukkig heb ik zelf nog helemaal nergens last van, ik heb nooit iets met TSW te maken gehad. Ik heb een heel gesprek met de dokter gehad en ze heeft me de afdeling laten zien. Dat viel niet mee, er is een hoop beveiliging, maar dat mocht ik in mijn verslag niet allemaal vermelden. Er wordt vandaag de dag al genoeg over beveiligingen gelekt. Er waren sleutels, een pincode, traliehekken een deurbel en zelfs een irisscan. Daar kom je niet zomaar in of uit!

Toen we eenmaal binnen waren zag ik in de hoek een dame die een bordje vermicelli-letters zat te eten. Nou ja, eten, het was meer een groot gefrutsel. Ze mompelde er steeds een woord bij, iets als ‘luchtheuvel’, maar dat is toch geen woord? En toen werd ik ineens aangevallen door iemand met een tandenborstel, die maar één woord kon uitbrengen: ‘handcrème’. Waarschijnlijk heeft zij mijn mobiel gejat en een geheimzinnige tekst op mijn viltje geschreven. Morgen uitzoeken. Er was ook een mevrouw die de hele tijd om ene Karel aan het roepen was. D’r vriendje zeker. O lief dagboek, en even later kwam er een mevrouw binnen met wasstrepen in haar gezicht en een brief in haar hand. Raar hoor, zal ook wel een nieuwe patiënt zijn. Ik voelde me bij de dokter trouwens niet helemaal op mijn gemak. Volgens mij kun je daar nog gekke dingen van verwachten. Nou lief dagboek, ik was blij toen ik weer buiten stond!


Ik leg mijn pen neer. Het raadsel van de tekst op het onderzettertje en van mijn mobiel houdt me toch bezig. Misschien moet ik toch vanavond nog maar even langs rijden. Met een beetje spijt plaats ik mijn wijnglas terug op tafel. Ik kijk naar het glas. Tja, glaasje wijn gedronken, of twee. Dan kun je beter niet meer rijden. Misschien kan ik hulp krijgen van iemand?

Wil je meer weten over de uitdagende TSW-therapie van dokter Vlinder? Klik dan hier.