Lang geleden. Over mijn moeder en de ballote.


Glanzend herfstweer! Op weg naar Goetsenhoven waar mijn moeder is opgenomen in een rust- en verzorgingshotel, zoals ze dat daar noemen. Door de prachtig gerestaureerde ingangspoort van een klassieke vierkantshoeve, naar de mooie binnenkoer zònder mesthoop, door de automatisch openende glazen deur de lange gang door, kamer 128 binnen. Mijn moeder in een morfineslaap en toch nog pijn. En ik, zoon en herboristje, kan alleen maar een moederhand vasthouden. Hulpeloos, loos van hulp.

Lang mag ik niet blijven, de verzorgers moeten hun werk doen. Ik wandel door de straten van Goetsenhoven, wandel door mijn ver verleden. Het lage winterlicht in de holle weg vergezelt mij over hobbelige kasseien, langs vervallen vierkantsboerderijen en lelijk opgeknapte oude huisjes met plastic ramen. En uit het verre golvend landschap komt het geluid van snelwegwagens overgewaaid.

Troostplanten in een heimweelandschap

Ik voel mij verdrietig thuis in dit verleden land, nu moet ik alleen nog de troostplanten Stinkende Ballote, Hondsdraf en Glaskruid zien, ruiken en voelen om mijn heimwee vol te maken. Stinkende Ballote is een lipbloemige plant die voor de verandering nu eens niet aangenaam ruikt. Volgens de oude literatuur en ook wel volgens mij zou hij naar roet moeten ruiken. Maar wie weet nog hoe roet ruikt, en zou de goeie ouwe roetgeur van vroeger nog dezelfde zijn als die vanvandaag. Vele min of meer muffe geuren worden ten andere onder gewaardeerd, 'het stinkt' zeggen de mensen. Terwijl dat dikwijls juist geuren zijn die ons tot rust kunnen brengen. Warme geur van gevoel.

Onze beste kalmerende planten danken hun sedatieve werking aan hun zoet-muffe geur, denk maar aan Valeriaan, Hop, Passiflora en zelfs Sintjanskruid en Lavendel kunnen in die categorie geplaatst worden. Geurstoffen zijn juist bijzonder geschikt om hersenen en zenuwstelsel te stimuleren of te kalmeren.

Over de stinkende ballote, ook een plant

De Stinkende Ballote is de laatste jaren opnieuw in gebruik geraakt als sedatieve plant. De spasmolytische werking was echter al veel langer bekend. Dr. Leclerc beschrijft resultaten bij kinkhoestspasmen, menopauzale zenuwachtigheid en angstfobieën. En in een ver verleden werd de 'Marrube noir' door Jean Ray geadviseerd bij hysterie en hypochondrie, toch zoiets als depressie zou ik zeggen. Ook Dr. Valnet geeft als hoofdindicaties: angsten, neurasthenie, ontregeling van het vegetatieve zenuwstelsel met een te sterk werkende sympathicus. Vandebussche in zijn 'Gebruik van farmaceutische en volkse geneeskruiden' vindt de Stinkende andoorn of Zwarte malruwe 'een doeltreffend zenuwversterkend middel dat te veel in vergetelheid is geraakt'. Hij schrijft dit toe 'aan de walgelijke geur die het verspreidt'. En misschien heeft hij daar wel gelijk in. Geurproblemen bij inname kunnen we echter met de moderne extractiemethodes oplossen en dus kunnen we ook de Stinkende Ballote opnieuw als medicijn gaan gebruiken. Vooral voor mensen die angstig zijn en daarbij ook last hebben van oorsuizingen is de Stinkende Ballote, liefst als extract in te nemen, een goede keuze.

Ondertussen is uit wetenschappelijk onderzoek ook gebleken dat de plant stoffen bevat oa phenylpropanoïden, die sedatieve, anti-oxidante en bloedsuikerverlagende werking hebben. Weer bijna te veel om waar te zijn, maar genoeg aanwijzingen om deze curieuze ballote met andere ogen te bekijken en verder te onderzoeken. En ik, zal bij het ontmoeten van de Ballota in een of andere holle weg ook altijd aan mijn moeder moeten denken.

Over de naam Stinkende ballote

Dodoens: Andoren (stinckende, swerte), Andoren wijfken, Andorn (schwarz), Andorn weiblin, Ballote, Malruevie (stinckende), Malruevie (swerte), Marrube noir, Marrubiastrum, Marrubin noir, Marrubin puant, Marrubium nigrum, Prassium foetidum Het merkwaardige woord ‘Ballote’ is afgeleid van de Latijnse plantennaam ‘Ballota’, dat zelf weer zijn wortels heeft in het Griekse Ballotè, een woord dat al door Dioskorides werd gebruikt, maar waarvan de betekenis eigenlijk nog steeds onbekend is, al wordt het vaak met ‘ballo’, wegwerpen, in verband gebracht.

Een verwijzing naar een oude volksnaam kattenkruid kom ik tegen bij Paque (De Vlaamsche volksnamen der Planten, 1896) – “De bladeren en bloemen, als aftreksel, worden gebruikt als prikkelend en versterkend middel en ook als wormen- en stuipenverdrijvend. De geur van deze plant is niet zonder uitwerksel op het nervensysteem der katten; haar geur trekt op die van kattepis.”