Heimweewandeling: Outgaarden


Heimweewandelingen maak ik steeds meer. Nu weer door de holle wegen bij Hoegaarden naar Outgaarden. Het is Februari. Langs de opritweg naar de autostrade tussen Tienen en Hoegaarden draai ik links een doodlopende weg in. Ik stop bij de modderige landweg die leidt naar een holle weg. Een weg die ik jaren geleden bij mijn weekendbezoekjes aan mijn ouders regelmatig bewandelde. Om er eens uit te zijn.

Holle wegen, heggerank en gevlekte scheerling

Het begin van de weg is echt een 'veld'weg, want volledig omringd door akkers. Groen is er nu in februari behalve gras nog niet veel te zien. Toch vind ik al enkele planten met frisgroen sterk ingesneden blad, meestal is dat in dit seizoen het fluitenkruid, toch ziet het er enigszins anders uit. En dan besef ik plots, het is de giftige mysterieuze gevlekte scheerling. Een plant met geschiedenis, een plant waar 2000 jaar geleden Socrates de gifbeker mee heeft gedronken.Niet leuk voor Socrates maar wel leuk voor mij om deze plant hier en nu in een Hoegaardse holle weg te vinden. Geschiedenis zit gewoon in elk plantje. Een mooi begin van mijn wandeling.

Even doorstappend zitten we al snel in de holle weg en dus omringd door de klassieke bomen zoals vlier, es en populier en onder mijn voeten het even klassieke speenkruid, kleefkruid en nagelkruid. Ik verwacht hier ook de zeldzamere aronskelk, het maartse viooltje en de heggerank. Helaas vind ik ze niet, nog te vroeg of toch voorgoed verdwenen. Boven, uit de holle weg komend, kijk ik weer over geploegde akkers met in de verte de altijd zichtbare Gorgoniuskerk van Hoegaarden. Scherp naar rechts afdalend over een gebetonneerde holle weg wandel ik richting Outgaarden. Bij de eerste huizen vind ik, aan het eind van de holle weg, weggegooid tuinafval. Helaas is dat blijkbaar een menselijke gewoonte, holle wegen moeten opgevuld worden. Soms gaan die tuinresten zelf een eigen leven leiden. Vooral de gevlekte dovennetel trekt zich van dat verwijderen uit de propere tuintjes niks aan, hij gaat vrolijk verder woekeren in de natuur. Misschien is deze plant wel blij, verlost te zijn van de menselijke bemoeizucht.

Outgaarden dus.

Het slonzige sympathieke boerendorp uit mijn jeugd met zijn grote en kleine boerderijen is veranderd in een proper gerestaureerde villegiatuur. Enkele grotere vierkantshoeven zijn zelfs chambre d'hotes of iets dergelijks geworden. Mooi zeker wel maar toch heb ik met gemengde gevoelens bij deze veranderingen. Ik zigzag, als een dronkaard verzadigd van verleden gevoelens, door het hele dorp heen. Langs de huisjes en boerderijen van oude schoolkameraden, langs nauwe straten en steegjes. Zouden Virgile, Willy en anderen hier nog wonen. Bezoeken durf ik ze niet en ze op straat herkennen is er ook niet meer bij. Bij de indrukwekkende boerderij van mijn vroegere boezemvriend wandel ik weer het dorp uit en het veld in. Wat verder bij een Mariakapelletje kijk ik helemaal over de akkers tot in Wallonië en Zétrud Lumay toe. Ook een andere mooie kapel is in de verte op de taalgrens zichtbaar. Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand of de Bon Secours, ook daar ging ik regelmatig op heidense bedevaart.

Ik laat Maria, de heilige maagd, nu wel letterlijk links liggen en wandel via een echte kasseiweg terug Outgaarden in. Aan de rand van de akker vind ik het eerste hemelsblauw bloeiend veldereprijsjes, dat zorgt ervoor dat ik met mijn ogen en neus nog even over de leemgrond snuffel. Terug in de straten van Outgaarden. Bij de schoolmeisjesstraat sla ik links af naar de Paenhuysbeekstraat, via een smal steegje kom ik bij de Paenhuysbeek zelf. In de verte zie ik mijn auto al staan. Nog even schrik ik omdat er een politieauto achter mij aan komt, gelukkig maakt hij rechtsomkeer en kan ik zonder problemen mijn auto bereiken. Doelloos wandelen is blijkbaar toch nog altijd toegelaten.

Info Outgaarden, deelgemeente van Hoegaarden

Het plaatsje telt zowat 700 inwoners. Outgaarden ligt nog net in Vlaanderen, was zelfs tot 1922 een deel van de Waalse gemeente Zetrud Lumay (Zittard Lummen). In 1922 werd het een zelfstandige gemeente en later werd het weer ingelijfd bij Hoegaarden. Het kerkje dateert van 1588 maar werd in 1760 opgeknapt. Verder zijn vooral enkele witte vierkantshoeves in Gobertangesteen bijzonder mooi en natuurlijk is er ook de kapel 'Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand' die zo indrukwekkend eenzaam tussen de akkers ligt.