Gehakketak op pedalen


‘Ga je op de fiets?’ Vraagt vrouwlief. Fiets? Fiets? Jij noemt mijn alu- racedame oneerbiedig een fiets? Neen! Mijn Britse popje is geen fiets. Zij is Beyond That. En daarbij, denk je dat ik dat gekke lycra pakje voor de lol aanheb?

Gesoigneerd ben ik niet echt. Geen ‘echte’ wielrenner wat dat betreft. Ik scheer mijn benen niet. Zowel mijn linkerbeen, als mijn rechterbeen, ziet er uit als een afwasborstel. De sokjes zijn niet stralend wit en tot aan de knie, maar wit met blauw, en koste me maar een schamele Euro. Het maakt me niet uit. Een enduro-racer ben ik toch niet. Ik ga hooguit twee uurtjes weg. Maar wel voluit. Dat dan weer wel.


Daar ga ik dan. Vijfenzeventig kilo schoon aan de haak. Helm op, die aanvoelt als een te doorgekookte bloemkool. Zit niet lekker. Bandjes snijden in de hals. Verdorie…. Schoenen in de pedaaltjes… Een klik.

Straat uit, stoep af, auw, bandjes iets te hard, aan het einde rechts. Wachten tot het verkeer weg is… Oversteken… Straat links, straat rechts, plein over… De polder in…

Computer geeft de snelheid aan; vijfentwintig kilometer per uur. Dat is niet snel. Even van het zadel, die ondertussen pijnlijk genoeg aanvoelt als een enorme walnoot, en stampen op die pedalen! Gaan verdorie! Gaan!

Dertig kilometer per uur verdorie. Het gaat niet. Ik piep over mijn longen. Moe. Nu al. En dan moet ik dat hele stuk nog terug. Even rustig aan. Straks nog eens proberen. Het stinkt hier. De boeren zijn weer stront aan het strooien. Ik had een wasknijper mee moeten nemen. Gatverdamme… In de winkelstraat ruikt het naar uitlaatgassen, hier naar stront.


Op mijn stuur land een vlieg. Type strontvlieg. Vlieg op, strontvlieg. Ik moet jouw soort niet. Nog steeds moe. Ik stuur naar huis. Drinken helpt niet, rustig aan helpt niet, mond open helpt niet, vlieg wegjagen helpt ook niet.

Bijna thuis, moe gestreden tegen mezelf probeer ik de remmen in te knijpen. Gaat bijna niet. Pleur bijna om. Kan me nog net vastgrijpen aan de poort. Auw! Splinter verdomme!

Pincet!

Schrijfuitdaging Hans Van Gemert