De arm van het blonde dingtje dat nog steeds diep in slaap naast mij licht, valt met een zachte grom op mijn matras als ik opsta, er is verder geen geluid naast het zachte ademen en af en toe snurkje van het blonde dingetje.
ik schuifel naar de douche en kijk in de spiegel, met een klein glimlachje op mijn lippen en een knikje begroet ik mijn spiegelbeeld.
Ik stap onder de douche draai de kraan open en ben meteen wakker in die eerste minuut, het water is nog koud en jaagt mijn hart in een stroom versnelling om mijn lichaam warm te houden waardoor alles ineens weer gaat werken.
Als ik van onder de douche stap licht de vorm van het blonde dingetje nog steeds op mijn bed, in de zelfde positie als dat ik haar heb achter gelaten.
Ze slaapt altijd erg diep.
Ik loop de keuken in en trek de koelkast open om mijn ontbijt er uit te vissen.
Ik ga achter mijn computer zitten nadat ik hem heb aangedaan, en terwijl ik het ochtend nieuws lees, schep ik mijn ontbijt naar binnen.
ik raap mijn spullen bij elkaar doe mijn jas aan en steek mijn hoofd nogmaals de slaap kamer in, "Zie je vanavond" zeg ik zachtjes, terwijl het blonde dingetje nog niet bewogen heeft.
Ik stap op mijn fiets en sluit mijn ogen als ik de zoete tonen van Lene Marlin hoor, altijd een fijn begin van de dag, ik weet namelijk niet welk nummer ik krijg als ik mijn muziek aan zet, en dat is altijd een fijne verassing.
Ik zwaai naar de buren die ook al wakker zijn en mij met, veelal slaperige en wat chagrijnige, ogen aan kijken.
Als Lene klaar is met zinden over "Heaven is a place nearby" moet ik weet denken aan het blonde dingetje in mijn bed.
als ik een klein uurtje later mijn tas op de tafel op het werk zet, begint seal te zingen over kusjes van een roos, net op het moment dat ik die ogen zie.
Ree bruine ogen in een gezicht dat altijd een beetje verrast en overwegend lijken te kijken, zelfs als de persoon aan wie deze ogen, en dan met voorname dit gezicht behoort, glimlacht is het haast een glimlachje van iemand die overweegt om te blijven of te maken dat ze weg komen.
En ook deze morgen zit dat glimlachje op dat gezicht.
de "klonk" van een mok die op tafel wordt gezet doorbreekt de stilte op kantoor.
"Al weer worst melange?"vraag ik als ik de stoel naar achteren trek en ga zitten.
"Het is Wiener, als in wenen" komt het antwoord terug.
Ik glimlach terug naar die ogen en dat gezicht als ik mijn keel schraap en in een bijna perfecte oma stem zeg "Maar er staat toch echt"
Ze glimlacht terug, "stop daarmee" hoor ik dat stemmetje in mijn hoofd zeggen, en stiekem wil ik niet dat ze stopt.
Ze brengt de mok naar haar lippen en neemt een slok, haar gezicht vertrekt, en nog voordat ze ook maar iets kan zeggen klinkt het geratel van kleine dragees in een plastic capsule en wordt er een zoetjes verpakking op de tafel gezet.
"Dankje" Zegt ze en kijkt naar een andere stel ogen.
"Moet jij geen ontbijt maken?" Vraag ik, en schrik haast van mijn toon, klonk ik echt zo jaloers nu?
nee dat kan niet, ik kan niet zo klinken, ik ben zo niet, ik ben niet die persoon.
"zit in de grill" komt het antwoord, terwijl hij mij aan kijkt.
"you'll never know how i watched you from the shadows as a child" zingt Tina Turner als ik terug kijk terwijl ik met een zucht en glimlach mijn hoofd schud.
"Je bent heel erg voorspelbaar."
Hij knikt zijn hoofd, "Die klacht krijg ik vaker, ik snap hem wel " reageert hij terwijl hij op zn telefoon kijkt, en een geluid maakt.
"Zo laat alweer" Zegt het gezicht met de bruine ogen en staat op, en na een paar passen klinkt het gegruis van de koffie machine, "Ik ga alvast zitten" Zegt zij.

Kort daarop staar ik ook weer naar mijn 2 schermen, op de 1 een vriendelijk lachend gezicht en op de andere een scherm, dat op een laad balletje na, helemaal wit is.
Deze periode van sereniteit wordt ruw verstoort door het geluid van een telefoon die overgaat en de persoon aan de andere kant van de lijn begint met praten "Ja euh" ik zet een glimlach op , omdat je die kan horen, nee echt waar je kan horen wanneer iemand glimlacht, iets wat ik maar al te goed weet omdat niemand die ik aan de lijn krijgt ooit glimlacht.

Wat aanvoelt als een eeuwigheid later vis ik mijn tas van de vloer stop mijn werk hoofd telefoon er in, en doe ik mijn jas aan.

het gezicht met de Bruine ogen kijkt mij ook weer aan, het licht dat ik vanmorgen zag is nu weg uit die ogen, dat, waarschijnlijk door de koffie, opgewekte gezicht is ook daar niet meer.
dat andere stel ogen kijkt ook naar mij, die van hem zijn niet veranderd, nog altijd die stille passie er in, die opgehoopte warmte die op sommige dagen kan aan voelen als het eerste zomer briesje, warm en welkomend, maar op andere dagen kunnen aan voelen als zo een dag dat je gewoon weet dat je die nacht niet kan slapen omdat het te warm gaat zijn.

"Hoe doen jullie dit toch" Komt er vanuit het gezicht als het naar hem en mij kijkt.
Hij haalt zijn schouders op. "Laat ik je weten zodra ik er achter ben" hij glimlacht, terwijl hij deze grap maakt.
"Ik weet het ook niet"Reageer ik zelf als ik mijn tas op mijn rug zwaai en naar de uitgang loop.

Zodra ik naar buiten stap en de zachte wind op mijn gezicht voel, sluit ik mijn ogen en geniet weer even van die rust.
Ik loop naar de trein, en merk dat hij mee loopt, "ga je ook naar UTrecht" vraag ik, lichtelijk verrast.

Hij knikt, "Afspraak daar"
Ik knik terug en geef hem een glimlach.
Als de trein iets later vertrekt en hij tegen over mij zit kijk weer is naar hem, en dan ook naar zijn ogen.
Ze zijn altijd vriendelijk, maar er zit ook meer achter.

"Hoe houden we dit eigenlijk vol"Vraag ik uiteindelijk als ik mijn hoofd telefoon van mijn oren schuif.
Met die zelfde vaderlijke glimlach kijkt hij mij aan en zegt hij "Omdat we erg slecht in ons werk zijn" ik snap hem niet maar vraag niet door.
we nemen afscheid en ik ga verder naar huis.

Al sik thuis aan kom en het blonde dingetje weer zie zitten geef ik haar een kus.
Als ik die avond weer naast haar in bed kruip en haar knuffel moet ik weer aan zijn woorden denken, en snap ik opeens wat hij bedoelt.
En kan ik maar enkel denken,

Het is maar goed ook dat ik zo slecht ben in mijn werk anders had ik het niet volgehouden.

I'm worse at what I do best.  And for this gift,  I feel blessed.






I'm worse at what I do best.  And for this gift,  I feel blessed