Sluitertijd - Les 10 Yoors Fotografie Cursus


Sluitertijd, licht en beweging

Je hebt in de vorige lessen gezien dat er drie factoren zijn die de totale belichting van een foto bepalen: Sluitertijd, diafragma en ISO-waarde. Deze les leer je meer over de Sluitertijd. Wat is het effect er van op de belichting van de foto, en welke bijzondere foto's kan je hier mee kan maken.

iamacreator

De sluitertijd is de tijdsduur dat er licht op de sensor valt op het moment dat je de foto maakt. Dit wordt weergegeven in seconden, of delen van seconden.

  • Hele seconden worden op de camera vaak aangegeven met twee streepjes achter het getal ( " ), de delen van seconden worden weergegeven als breuk. 1/30 is 1 dertigste deel van een seconde. Op sommige camera's wordt de 1/ weg gelaten en staat de 30 voor een dertigste deel van een seconde. 
  • Hoe langer de sluitertijd is, hoe meer licht er op de sensor valt.
        • Bij een te donkere foto zet je de sluitertijd dus hoger (langer), naar links op de figuur om de foto lichter te krijgen.
        • Als de foto te licht is zet je de sluitertijd lager (korter), naar rechts op de figuur om de foto donkerder te krijgen.
  • De sluitertijd heeft ook effect op de beweging in de foto. Een standbeeld beweegt niet, en daar kan je dus prima een langere sluitertijd kiezen als dat nodig is voor voldoende licht. Naar links op de figuur.

Let op: Vuistregel: zonder statief kan je uit de hand foto's maken met een sluitertijd die zo lang is als de brandpuntsafstand van de lens. 50 mm lens tot max 1/50 seconde, een 200 mm lens tot max 1/200 sec.

  • Maar als je een bewegend dier of kind op de foto wilt zetten en je wilt die scherp ('bevroren') in beeld krijgen, dan moet je dus een heel korte sluitertijd gebruiken. Naar rechts op de figuur.

iamacreator

Maaaaar, wat nou als je beweging wel wilt vastleggen? Je wilt de beweging van een kind in een draaimolen vastleggen, of je wilt het water van een waterval als een sluier op de foto krijgen. Dan wil je dus juist dat je onderwerp meer of minder wazig op de foto komt, om de beweging te benadrukken.

  1. Kies een lange sluitertijd (voor deze foto gebruikte ik 2") , naar links op de figuur hierboven.
  2. Zoals je ziet wordt je foto dan ook lichter, compenseer dat met het Diafragma of de ISO-waarde. (Of een grijsfilter als je die hebt, een zonnenbril wil ook wel eens helpen tegen heel fel licht)
  3. Gebruik een statief om de rest van de foto niet ook onscherp te krijgen door de beweging van de camera.

Bij de BULB stand op de camera blijft de sluiter zo lang open staan als jij wilt. Dit gebruik je bijvoorbeeld bij het fotograferen van bliksem, waarbij je nooit weet wanneer de bliksem komt.

vorige les

In de vorige les heb ik uitgelegd hoe de drie factoren samenwerken om voor de optimale belichting van je foto te zorgen.

More



42 comments