Hoeksteen


 

Ik droomde van de wind,      *wond

die wakkerde.

Niet wetend waar ik mij bevind.      *bevond

Volkomen doof en blind.      *blond

Ik droomde van de wind.      *wond

die jakkerde.

Ik droomde van de wind,      *wond

die wakkerde.



Toch wist ik hoe hij klonk.

De halmen stug manshoog.

Ik hem mijn aandacht schonk.

Toch wist ik hoe hij klonk,

dat ik erin verzonk,

en hoe het riet dan boog.

Toch wist ik hoe hij klonk.

De halmen stug manshoog.



Zonder het licht,

dat voelbaar scheen.

Mijn ogen dicht.

Zonder het licht,

was ik meteen gezwicht.

Dan was ik verder heen,

zonder het licht. 

Dat voelbaar scheen.