Verschillende kengetallen voor onderneming met uitleg en berekening


De financiële kengetallen over de #liquiditeit en #solvabiliteit gaan over of de #onderneming in staat is om de #schulden af te kunnen #betalen . Liquiditeit gaat over schulden die korter dan een jaar op de balans staan. De schulden bij de solvabiliteit staan langer dan een jaar op de #balans . De #vermogensverschaffers kunnen op deze manier de verschillende ondernemingen met elkaar vergelijken en bekijken welke onderneming het meeste liquide is oftewel in hoeverre een onderneming gezond is. Hierbij geldt dat hoe gezonder de onderneming, hoe lager het rendement is op de #belegging . Het zegt ook wat over het risico dat je het geld kwijt raakt bij een #faillissement .

Liquiditeitskengetallen

Liquiditeit laat zien of de onderneming in staat is om zijn kortlopende passiva af te kunnen lossen. Bij kortlopende passiva moet je denken aan:

  • crediteuren
  • belastingschuld
  • rekening courant
  • andere schulden die korter dan een jaar op de balans staan.

De gouden balansregel wordt ook vaak genoemd bij de liquiditeit. Naar mijn mening klopt dit niet. De gouden balansregel gaat over vaste activa dat gefinancierd moet zijn met eigen of lang vreemd vermogen. Dit past meer bij de kengetallen van de solvabiliteit. Liquiditeit gaat over zaken die korter dan een jaar op de balans staan.

Netto werkkapitaal

Netto werkkapitaal is het verschil tussen vlottende activa en de kort lopende schulden. Vlottende activa verandert snel en staat als het goed is daarom korter dan een jaar op de balans. Als er een hoog positief saldo overblijft betekent dit dat dit gefinancierd is met lang vreemd vermogen of eigen vermogen. Dit is niet goed omdat je op lang vreemd vermogen een hoger rente percentage betaalt en aflossen is veel moeilijker dan bij kort vreemd vermogen. Om die reden moet vlottende activa zoveel mogelijk gefinancierd worden met kort vreemd vermogen.

Vlottende activa – kort vreemd vermogen

Current ratio

Vanuit de vlottende activa en dan met name de debiteuren en de #voorraden (ontvangsten en omzet) moet het kort vreemd vermogen van betaald worden. De bank zal hier dan ook streng op controleren en houdt een marge aan van 1,5. Onder die grens is kredietverkrijging bij een bank moeilijk omdat de onderneming niet in staat is met zijn vlottende activa de kortlopende schulden af te kunnen lossen. Komt het cijfer uit boven de 2 dan betekent dit dat je of heel weinig schulden hebt of dat je erg veel vlottende activa hebt. Bijvoorbeeld teveel voorraden ingekocht, veel geld op de bank (hier dan je lang lopende schulden mee af betalen) of je #debiteuren betalen erg laat of niet. De rekening courant van de bank is onder andere een kortlopende schuld en wil graag haar geld met rente terug zien.

CR = vlottende activa / kort vreemd vermogen

Quick Ratio

De Quick Ratio lijkt erg op de Current Ratio alleen worden de voorraden in deze berekening buiten beschouwing gelaten. De meeste voorraden zijn niet binnen enkele dagen verkocht na inkoop. Bij een supermarkt gaat dit heel snel (bestelling, goederen komen de winkel binnen, staan in de schappen en binnen een paar dagen is het verkocht). Quick Ratio neemt voorraden niet mee omdat sommige goederen maanden in de winkel liggen voordat deze verkocht worden (juwelier). De voorraden kunnen op deze manier niet snel voor omzet en inkomsten zorgen. Uitkomst onder de 1,0 er zijn te weinig liquide middelen om de schulden mee af te kunnen lossen. Uitkomst boven de 1,0 er is genoeg geld maar de voorraad is daarentegen laag en de voorraad moet zorgen voor omzet. Een te hoog cijfer is dus ook niet goed een norm van 0,5 – 1,0 is goed.

QR = (vlottende activa – voorraden) / kort vreemd vermogen

Solvabiliteitskengetallen

Bij solvabiliteitskengetallen draait het net als bij liquiditeit of de onderneming aan de #betalingsverplichting kan voldoen. Het gaat nu echter om langlopende #schulden (passiva) zoals een obligatielening, #hypotheek en overige leningen die langer dan een jaar op de balans staan. Verder is het voor de vermogensverschaffers van belang of er rendement gemaakt kan worden door middel van het ontvangen van dividend of couponrente op obligaties.

Gouden balansregel

Bij solvabiliteitskengetallen draait het om langlopende activa en passiva. De gouden balansregel hoort daarom naar mijn mening meer thuis onder het rijtje van solvabiliteitskengetallen. Je kijkt namelijk of de onderneming de vaste activa en de vaste onderdelen van de vlottende activa heeft gefinancierd met eigen of lang vreemd vermogen. De vaste activa gaat langer dan een jaar mee en kan op die manier ook met lang vreemd vermogen worden gefinancierd. Bij liquiditeit wordt er gekeken naar de vlottende activa en de kort lopende schulden dit heeft niks te maken met de gouden balansregel.

Solvabiliteitsverhouding

Geeft de verhouding weer van de totale activa ten opzichte van het vreemd vermogen. Banken kijken hier niet zo naar omdat het niet alleen gaat over vaste activa. In feite zegt dit cijfer niet zo heel veel. Toch is er een norm vastgesteld en de uitkomst moet ergens tussen de 1,5 en de 2,0 liggen. Een te hoge of een te lage uitkomst kan duiden dat er of te weinig activa in het bedrijf aanwezig is of dat er voor de onderneming in verhouding met en activa teveel schulden zijn gemaakt.

Solvabiliteitsverhouding = Totale activa / vreemd vermogen

Vermogensverhouding

De uitkomst hiervan geeft aan wat de verhouding is tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen. Teveel eigen vermogen betekent dat er of veel waarde is ingebracht bij de oprichting of dat er veel winst is gemaakt. Je zou zeggen hoe hoger de uitkomst hoe beter. De uitkomst kan beter te hoog dan te laag zijn maar het kan ook betekenen dat het vermogen dat zit in het eigen vermogen niet meer uitgegeven kan worden om de onderneming draaiende te houden. Met het teveel aan eigen vermogen had namelijk gebruikt kunnen worden voor investeringen of verbeteringen van het bedrijf.

Vermogensverhouding = Eigen vermogen / vreemd vermogen

Percentage eigen vermogen in het totaal vermogen

Dit is een afgeleide van de vermogensverhouding. Met de uitkomst van deze berekening kan bekeken worden hoeveel procent het totale activa bestaat uit eigen vermogen. Voor productie bedrijven moet dit rond de 25% liggen en voor handelsondernemingen rond de 35%. Dit is wel een cijfer waar een bank naar kijkt. Haal je het percentage van 100% af hoe je het percentage over wat risicodragend is oftewel hoeveel procent van de activa wordt gefinancierd met vreemd vermogen. Het is nooit goed om alles te financieren met vreemd vermogen er moet ook eigen geld ingebracht worden.

Percetage eigen vermogen in het totaal vermogen = (Eigen vermogen / totale activa) * 100%

rentabiliteitskengetallen

De rentabiliteitskengetallen geven weer of er voldoende #inkomsten verworven zijn voor de vermogensverschaffers die geld in de #onderneming hebben gestoken met als doel om hier #rendement uit te halen. Een grote kostenpost zijn de #rentelasten die betaald moeten worden om gebruikt te mogen maken van het geleende #geld . Dit wordt berekend met de rentedekkingsfactor.

Rente dekkingsfactor

De uitkomst geeft aan of de rentelasten betaald kunnen worden vanuit de winst. Hoe hoger de uitkomst hoe meer geld er betaald kan worden voor de rentelasten.

Winst voor belasting = omzet - kosten

Bedrijfsresultaat = winst voor belasting + rentelasten

Rente dekkingsfactor = Bedrijfsresultaat / rente

Rentabiliteit van het vreemd vermogen (RVV)

De RVV laat zien hoeveel rente er uiteindelijk betaald wordt op het vreemd vermogen. De uitkomst laat zien wat er gemiddeld betaald, wordt over het totale geleende geld.

RVV = Rentelasten / gemiddeld vreemd vermogen van een bepaalde periode

Rentabiliteit van het totale vermogen (RTV)

De RTV geeft aan de hoeveelheid rendement dat behaalt kan worden op het totale geïnvesteerde vermogen in de onderneming. Je moet bij een uitkomst van 5% bedenken dat van elke euro dat wordt geïnvesteerd in de onderneming er na een jaar € 1,05 van heeft gemaakt.

RTV = Rente + winst voorbelasting (bedrijfsresultaat) / gemiddeld totale vermogen van een bepaalde periode

Rentabiliteit van het eigen vermogen (na belasting) REVnb

Voor de eigenaren is deze het belangrijkste omdat het gaat hoeveel winst er gerelateerd is aan het eigen vermogen. De uitkomst geeft aan hoeveel eigen vermogen er voor de eigenaren bijkomt voor elke Euro die geïnvesteerd wordt.

REVnb = Winst na belasting / gemiddeld eigen vermogen van een bepaalde periode

activiteitskengetallen

De laatste categorie kengetallen gaan over de activiteit van de onderneming. Het gaat vooral om verschillende soorten omloopsnelheden en krediettermijnen. Bij #krediettermijn kan je denken hoeveel dagen het duurt voordat de klanten je factuur betalen of hoe lang jij erover doet om de factuur van je crediteur te betalen. Bij de omloopsnelheid van de voorraad moet je denken aan hoe lang de voorraad gemiddeld in het magazijn ligt. De omloopsnelheid van de omzet geeft aan hoe vaak de voorraad wordt omgezet. Er bestaan vele varianten en daarom zal ik er aantal behandelen omdat over wel een actitiviteitskengetal van te maken is.

Omloopsnelheid van de voorraad

Hoeveel dagen ligt de voorraad gemiddeld genomen in het magazijn voordat het verkocht wordt. Hoe lager het aantal dagen hoe sneller en vaker de voorraad verkocht wordt.

Omloopsnelheid = (Voorraad / kostprijs van de omzet ) * 365 dagen

Krediettermijn crediteuren

Het krediettermijn van de crediteuren geeft aan hoe lang het duurt voordat jij je afnemers betaald. Betaal je altijd netjes binnen 30 dagen of betaal je later. Het kan zijn dat je niet genoeg geld hebt gehad om de facturen te betalen. Hoe hoger de uitkomst hoe langer jij doet voordat je kan of gaat betalen.

(Gemiddeld crediteuren saldo / inkopen op rekening ) * 365 dagen

Krediettermijn debiteuren

Is hetzelfde als het krediettermijn van de #crediteuren alleen kijk je nu naar het aantal dagen voordat jij je betaling van de klant hebt ontvangen. Misschien is het nodig om actiever achter je klanten aan te gaan om ze op tijd ze laten betalen zodat je zelf sneller geld in kas hebt op je eigen #rekeningen van te betalen.

(Gemiddeld debiteuren saldo / verkopen op rekening) * 365 dagen