Leijpark013 Kleine brandnetel


Leijpark013
Gepubliceerd door Thierry P. Dinjens  · 22 februari om 17:45  ·
De Deense sprookjesschrijver Hans Christian Andersen schreef het sprookje van de Wilde Zwanen. Hierin probeert een prinses haar elf broers te redden, die door een boze koningin in zwanen zijn veranderd. Zij kan hen redden door van elk van hen een jas van brandnetels te weven. Uiteraard is dit een hels karwei dat haar veel pijn berokkent; koren op de molen van de boze koningin, waarom bestaan ze eigenlijk?
Hoe vreemd het ook moge klinken, een jas van brandnetels was lange tijd, vooral in Duitsland heel gewoon. Er is ongeveer vijftig kilo brandnetel nodig om één hemd te maken en tot het begin van de achttiende eeuw waren er zelfs heuse neteldoekfabrieken. De laatste stond in Leipzig en alhoewel die nu weg is, is er in Duitsland nog wel een blijvende herinnering aan de brandnetel: in het wapen van de deelstaat Sleeswijk-Holstein (Schleswig-Holstein) staan twee blauwe leeuwen afgebeeld die de koppen gekeerd hebben naar een witte brandnetel. Ook is zij vereeuwigd op een schilderij van de beroemde Duitse kunstschilder Albrecht Dürer, waarop te zien is hoe een engel met een brandnetel in zijn hand omhoog vliegt naar de Troon van de Allerhoogste; aan de brandnetel werden veel geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven.
De plant waar dit alles over gaat treffen we, uiteraard, aan in het Leijpark: de Kleine brandnetel.  Deze weinig opvallende plant is omgeven met allerlei folklore. Op 4 juni van dit jaar viert men in Noord-Holland het feest genaamd Luilak. Luie mensen en uitslapers worden gewekt door het maken van veel lawaai. Vroeger ging het er echter iets hardhandiger aan toe; toen werden luie mensen letterlijk gegeseld met brandnetels. Geloof me, dan wil je wel opstaan!
Ook de boeren maakte veelvuldig gebruik van de Kleine brandnetel. Op het land waar pas was ingezaaid werden bezems gezet, met de stelen in de grond en overladen met brandnetels om vogels en ook rupsen af te schrikken. Om kolenvelden werden brandnetels geplant om ervoor te zorgen dat rupsen de kolen niet op kwamen vreten. Op de ketels waarin bier werd gebrouwen werd een Kleine brandnetel geplant. De plant stond erom bekend dat zij de donder af kon weren en een grote vrees van brouwers is dat bier door onweer om kan slaan en zo zuur wordt. Uiteraard noemen we dit nu volksgeloof dat naar het rijk der fabelen verwezen kan worden, maar toen waren de tijden anders.
Nu weten we dat Kleine brandnetel boordevol mineralen en vitaminen zit en bovendien bevat zij grote hoeveelheden chlorofyl (bladgroen). Chlorofyl is ook voor mensen heel nuttig. De stof bevordert de aanmaak van rode bloedlichaampjes, waardoor ons weefsel gezond blijft en wonden sneller genezen. En wie niet van groenten houdt maar wel zijn of haar dagelijkse hoeveelheid groenten binnen wil krijgen, die heeft genoeg aan twee eetlepels chlorofyl. Wie broccoli, andijvie of spruitjes niet wegkrijgt, die kan een alternatief vinden in de Kleine brandnetel. Je kan er thee, sap, soep en zelfs stamppot mee maken. Eenmaal gekookt dan branden de brandharen niet meer.
In het Leijpark danken we de aanwezigheid van prachtige vlinders als de atalanta en de kleine vos aan de Kleine (en grote) brandnetel.
Een plant met een rijke geschiedenis, ik heb nog maar het topje van de ijsberg benoemd. Die paar prikjes nemen we dan maar voor lief. Of misschien vlechten we een netelkroon van Kleine brandnetel. Voor een boze koningin; het enige hoofddeksel waar zij recht op heeft!
#kleinebrandnetel #leijpark013