#leijpark013 #ringelwikke

Gepubliceerd door Thierry P. Dinjens  · 9 februari om 17:46  ·
Kleine wezens kunnen grote problemen veroorzaken. Om dit te begrijpen gaan we een zestigtal jaren terug in de tijd. Alhoewel er destijds al wel machines waren, werd er op het land nog veel met de hand gedaan. Zo werd rogge nog grotendeels met de sikkel gemaaid. In die tijd was rogge het meest geteelde gewas in ons land, maar liefst tweehonderdduizend hectare werd er van dit graan verbouwd; nu is het nog slechts een kleine vierduizend hectare, Duitsland en Polen zijn nu de grote roggeproducenten.
Dat maaien wordt en werd (toen al) bemoeilijkt door de aanwezigheid van een ander gewas, dat zich letterlijk om de roggestengels heen vlocht en waar de sikkel niet makkelijk doorheen kwam: Ringelwikke.
Wie voor het eerst Ringelwikke ziet, zal denken: “wat een wirwar aan stengels en ook nog zonder bloemen? Niet interessant, doorlopen.” Wie beter kijkt zal de kleine witte bloemetjes vinden waar zandbijen dol op zijn. Ringelwikke houdt zelf ook van zand en matig voedselrijke grond. De Roggetelers konden Ringelwikke verdrijven door de akkergronden voedselrijker te maken. Dan verdwijnt Ringelwikke alras. Dat was nodig want het zaad van Ringelwikke heeft dezelfde grootte en gewicht als het zaad van de rogge. Dat betekende dat tussen het roggezaad dat werd ingezaaid in het volgende zaaiseizoen altijd wel zaad zat van Ringelwikke en als dat in het meel terecht komt, dan gaat het brood bitter smaken; de zaden van Ringelwikke zijn licht giftig.
Ringelwikke houdt niet alleen van zand, maar ook van rotsen. Nu hebben we weinig rotspartijen in Nederland, enkel alleen al door het feit dat we geen bergen hebben. Ringelwikke heeft echter een prachtig alternatief gevonden waar zij toch naar hartenlust over de stenen kan kruipen en zich, optrekkend aan andere planten, haar weg naar het licht kan banen: Kerkhoven. Grafzerken en dekstenen zijn voor Ringelwikke rotsen, grote vlakke oppervlakken waarop zij alle vrijheid vindt om te groeien. De tendens die bij ons ligt om steeds meer over te gaan op cremeren in plaats van begraven zal uiteindelijk van invloed zijn op het voortbestaan van Ringelwikke, als ook de gewasbestrijding op de roggevelden.
Gelukkig is er nog wel een plek te vinden waar we kunnen genieten van Ringelwikke (Ringel slaat het omringen van de gastplant, de stengels van Ringelwikke draaien zich er letterlijk omheen, met als gevolg dat de gastplant eronder kan bezwijken): het Leijpark.
Hier treffen we de plant aan, met witte soms ietwat blauwe bloemetjes. Zo lieflijk, dat je je haast niet kan voorstellen dat zij zulke grote kopzorgen veroorzaakt heeft in het verleden. Het Leijpark verwelkomt haar met open armen. Hier is geen rogge, zijn geen sikkels en er wachten hongerige zandbijen op haar. Zij gaat hier op in het grote geheel waar zij, zo klein als zij is (ze is de kleinste wikkesoort) een wezenlijk onderdeel van is.

Leijpark013 Ringelwikke