Geschreven door Thierry P. Dinjens  


Normaliter is de lente het seizoen van de eerste bloesems. Nu is de natuur al een aantal jaar in de war, zodat we ook vaak reeds bloei zien in de (zachte) winters. Eén van de eerste bloeiers als het over bomen gaat is de wilg. Nu kent het Leijpark best wel een aantal wilgensoorten, dus wilgenkatjes zijn uitbundig bloeiend te zien in het Leijpark in de vroege lente. Maar die wilgen bloeien niet voor ons natuurlijk. Hun katjes bevatten nectar en stuifmeel en hiermee trachten zij bestuivers aan te trekken. Nu is er een bij, die rond die tijd wakker is en die uitsluitend op wilgen vliegt: het Roodbuikje. Het vrouwtje is te herkennen aan de deels rode buik; het mannetje heeft geen rode delen dus het Roodbuikje dat we aantroffen in het Leijpark is een vrouwtje.
Het enkel vliegen op en stuifmeel verzamelen bij één groep planten of bomen, noemen we met een heel duur woord ‘oligolectisch’. Oligo betekent weinig, lectisch betekent kiezend. Hun keuze bestaat uit weinig planten, in dit geval bomen, die wel allemaal directe familie van elkaar zijn. Deze keuze komt met een prijs: waar veel wilgen staan zal het Roodbuikje succesvol zijn, echter: waar geen tot weinig wilgen groeien kan het Roodbuikje niet voorkomen. Gelukkig is het Leijpark een geweldige plek voor het Roodbuikje. Zij is een zandbij en er is zand genoeg en bovendien wemelt het er van de wilgen zoals grauwe wilg, katwilg en boswilg. Dit betekent wel dat het Roodbuikje vroeg wakker moet worden, want de wilg is een vroegbloeier.
Nu merken we steeds vaker, zoals gesteld, dat bomen, dus ook wilgen, reeds in de winter gaan bloeien. We zeggen dan: Logisch, de winters zijn zachter dan vroeger en daar reageren de bomen op. Dit betekent echter dat de wilgen reeds bestuivers aantrekken in een seizoen waarin de bestuivers nog niet wakker zijn. Het gevolg is niet alleen dat de wilgen hierdoor geen zaden vormen, maar ook dat zij reeds uitgebloeid zijn wanneer het Roodbuikje wakker wordt. Hierdoor heeft de bij niets te eten en zal zij verdwijnen.
In de praktijk loopt het gelukkig zo’n vaart niet. Wilgen hebben pluizen die door de wind overal mee naartoe worden genomen. Bovendien zijn zij snel groeiende bomen. Daar waar nieuwe natuur ontstaat zien we als eerste bomen vaak wilgen en populieren komen. En wilgen kunnen een heel gebied overnemen als ze de kans krijgen. Steek een afgebroken of afgesneden wilgenteen in de grond en ziet: zij begint weer te groeien. Er zijn in ons land veertien soorten wilgen inheems en daarnaast bestaan er allerlei kweekvormen die ook allemaal katjes dragen en soms in mei nog bloeien. Voor het Roodbuikje is er nog geen vuiltje aan de lucht, voor sommige wilgen wel, zij het incidenteel.
Het Roodbuikje in het Leijpark stelt weinig eisen, maar wil wel graag zand waar weinig tot geen begroeiing is. Gelukkig ligt er een hele grote zandbak in het Leijpark, namelijk: de speeltuin! Op dat zand groeit niets en dat is nu precies koren op de molen van het Roodbuikje. Hier kan zij naar hartenlust gangen graven waarin zij eitjes legt. De spelende kinderen zullen dit niet doorhebben, maar zij spelen op een ondergrondse broedkamer. Hier wachten de larven op nieuwe wilgen met nieuwe katjes en die zullen er zijn, in een nieuwe lente, al besluit deze vroeg te beginnen.

Leijpark013 Roodbuikje

2 comments