Geschreven door Thierry P. Dinjens  ·

  ·
Drie jaar geleden deden wij u gewag van het Monster van het Leijpark, wat een grote spiegelkarper bleek te zijn. De vis is daar beneden beslist niet alleen. Dit werd nog maar eens (pijnlijk) duidelijk toen de vijvers in het Leijpark nagenoeg helemaal dichtvroren. Een klein wak in de het midden werd door bewegende vissen open gehouden; als verse zuurstof niet langer het water in komt, zijn de vissen de eerste waterdieren die sneuvelen. De vissen die we in het wak hebben gezien waren andere spiegelkarpers en de Schubkarper.
De Schubkarper kent een lange geschiedenis met ons mensen en geloof het of niet; reeds in de Middeleeuwen begon de vroegste vorm van wat wij nu kennen als de bio-industrie, met de Schubkarper. Handelslieden en veroveraars (zoals de Romeinen) verspreiden vanuit gebieden rond de Kaspische en Zwarte Zee (binnenmeren met brak water) karpers naar andere delen van Europa, waaronder Nederland. Men had in de gaten gekregen dat de vissen tegen een stootje kunnen en al blij zijn met stilstaand water waarin waterplanten groeien. De adel begon vijvers te graven en zelfs rivieren af te takken, zodat stilstaande plassen ontstonden waarin de Schubkarper massaal werd vetgemest. In een vijver is het ook relatief makkelijk om de vissen te vangen.
Hier in Katholiek Brabant kennen we allemaal de uitdrukking “vrijdag visdag”. Deze uitdrukking heeft haar wortels in het geloof. Vrijdag was van oudsher een dag van onthouding en op die dag werd men geacht 'geen dieren van het land' te eten. De overstap naar karper was snel gemaakt, zeker toen ze, door de vele aangelegde vijvers, op grote schaal gekweekt werden. Vroeger at men vaak met hele gezelschappen en de families waren ook vaak groot. Dan is het geen doen om te proberen je met een een handjevol kleine vissen te voeden; de Schubkarper echter heeft veel vis tussen de kop en de staart, dus er was sprake van een voedzaam feestmaal én men eerbiedigde de wetten van de kerk. Twee vliegen in één klap. In het kielzog van geloof volgt immer het bijgeloof dus de mensen staken een grote glanzende schub van de Schubkarper in hun portemonnee; op die manier dachten ze gevrijwaard te blijven van financiële problemen, want wie karper at, was immers rijk!
In Midden-Europese steden is de Schubkarper tot op de dag van vandaag onlosmakelijk verbonden met het Kerstfeest. Op straat staan op de dagen voor Kerst grote kuipen met levende karpers. Je zoekt een karper uit en dan heb je twee opties: de vis wordt ter plekke op rituele wijze geslacht of je krijgt het dier levend mee naar huis. Daar gaat de vis een paar dagen de badkuip in en het schijnt zelfs te doen gebruikelijk te zijn dat de Schubkarper een naam krijgt. Meteen wordt aan de kinderen verteld dat bij het leven ook afscheid nemen hoort, want een paar dagen later gaat Blub wel gewoon de kookpot in.
Wij Nederlanders eten nauwelijks Schubkarper. De vis heeft een grondsmaak doordat zij veel door de modder wroet op zoek naar kleine waterdieren, insecten, rottende waterplanten en alle het andere dat verteerbaar is. Dit proef je terug in de vis. Bovendien hebben wij een broertje dood aan graten en de Schubkarper bevat er veel. In andere landen hebben ze daar klaarblijkelijk veel minder last van, maar hier is Schubkarper eerder een trofee voor de hengelaar, dan een ingrediënt in de keuken.
De schubkarper is rijk vertegenwoordigd in de vijvers van het Leijpark, als ze tenminste de vrieskou overleefd heeft. Helaas moeten we constateren dat er al een paar slachtoffers zijn, maar hopelijk gaat dit om incidenten. We gaan het zien als de dooi weer optreedt, al staan we nog maar aan het begin van de winter. De vis is niet meer weg te denken uit onze Brabantse wateren en eerlijk gezegd: ook niet uit het Leijpark. Wie anders dan andere karpers kunnen de hofhouding vormen van het Monster van het Leijpark? Hopelijk duurt het keizerrijk onder water voort, zolang als het Leijpark bestaat, maar daar kunnen we enkel naar vissen..

#schubkarper

Leijpark013 Schubkarper