Geschreven door Thierry P. Dinjens  
Er zijn verschillende manieren van jagen. We hebben reeds kennis gemaakt met een aantal insecten die de nodige vormen van expertise ontwikkeld hebben om aan hun prooien te komen en vandaag brengen we er nog eentje uit het Leijpark voor het voetlicht: de Gewone schubsnipvlieg.
Deze vlieg behoort tot de zogeheten snipvliegen of snavelvliegen. De woorden snip en snavel zijn elkaars synoniem in deze. Die snavel slaat op de zuigsnuit die ze hebben om planten en dieren leeg te zuigen. Of we met een vleeseter of planteneter te maken hebben is afhankelijk van de soort snavelvlieg, maar de Gewone schubsnipvlieg is een echte vleeseter. Haar jachttechniek is uitzonderlijk en eigenlijk dodelijk eenvoudig. De vlieg gaat ergens zitten, op een blad in het zonnetje en doet: niets. Toegegeven, niet helemaal niets; het dier wacht. Bladeren in de zon zijn geliefd bij veel andere insecten. Om uit te rusten, om op te warmen, om nieuwe krachten op te doen na een paring of luchtgevecht en insecten die met hun hoofd nog bij een vorige gebeurtenis zijn, willen niets anders dan gewoon landen op een blad en dan even niets. Helaas voor hen zit op dergelijke landingsplekken niet zelden een Gewone schubsnipvlieg en alles wat die vervolgens hoeft te doen is haar snip (snavel) in het vermoeide insect te steken en beginnen met zuigen. Succes verzekerd! Het is een uiterst luie doch zeer effectieve wijze van jagen.
De Gewone schubsnipvlieg is makkelijk te herkennen aan de zwarte vlekken op de vleugels. Ze legt haar eitjes op de grond, maar niet bij elkaar. Om de zoveel meter deponeert ze een eitje in de bodem, in de buurt van dood hout of mest. Dood hout en mest trekken allerlei kleine insecten aan en zij vormen de prooien voor de larven (maden) die als rupsen over de grond kruipen, gewapend met sterke mondhaken die gevormd worden door de onder- en bovenkaak. De larven hebben een heel wat actiever leven dan hun ouders en zullen echt moeten werken voor de kost.
Nu is er iets raars aan de hand met deze snipvlieg. Ze heeft namelijk nog een andere naam en daarbij denken we meteen aan een sprookje over een meisje dat zo brutaal is om de pap van drie beren op te eten, ongevraagd op hun stoeltjes te zitten om vervolgens, wederom ongevraagd, in hun bedjes te gaan liggen slapen. Ik heb het natuurlijk over Goudlokje. Een sprookje over egoïsme en het misbruik maken van gastvrijheid. Wat heeft dat met onze Gewone schubsnipvlieg te maken? Wel, haar andere naam is Gewoon goudlokje. De overeenkomst met het sprookje gaat overal mank behalve op één punt: de vlieg heeft, net als de hoofdrolspeelster in het verhaal gouden haren. Op het borststuk van de vlieg prijken minuscule goudkleurige haartjes waarin de naamgever van de vlieg een overeenkomst zag met de lokken van ons brutale meisje. Meer overeenkomsten zijn er niet, behalve wellicht dat beiden uitblinken in luiheid. Voor het brutale meisje pakte het niet goed uit; bij het zien van de drie beren rolde zij uit bed, klom het raam uit en rende angstig het bos uit. De Gewone schubsnipvlieg ondervindt enkel warmte van haar haren en overleeft ondertussen op glansrijke wijze. Goudglansrijke wijze zelfs, maar wees gewaarschuwd (zo leren we van het sprookje): het is niet alles goud wat er blinkt.

#park #schubsnipvlieg

Leijpark013    schubsnipvlieg