Leijpark013 Steekmier


Gepubliceerd door Thierry P. Dinjens  · 1 juni om 18:00  ·
We gaan even honderdvijftig miljoen jaar terug in de tijd. Geen zorgen, eventjes maar. We bevinden  ons in het tijdvak Jura en hier treffen we gravende wespen aan. Tegenwoordig kennen we nog wel graafwespen, maar toen besloten die wespen om het vliegen (grotendeels) op te geven en hun heil in de grond te gaan zoeken. Dit is de bakermat van het ontstaan van mieren. Tegenwoordig zijn er ruim twaalf duizend soorten mieren waarvan er ook een aantal voorkomt in het Leijpark, dus we zullen er eens eentje voor het voetlicht brengen; de Gewone steekmier.
Mieren leven in een kolonie, ook wel een mierenstaat genoemd. In deze kolonie bevinden zich meerdere koninginnen (die na de paring niks anders doen dan eitjes leggen) en heel veel werksters die de eitjes en de larven verzorgen, eten aanslepen en het nest versterken. De werksters zijn onvruchtbaar en allemaal dochters van de aanwezige koninginnen. Je mag dan gerust denken aan honderden koninginnen en vele duizenden werksters. Deze zien wij niet of niet gauw omdat de kolonie zich onder de grond bevindt of juist meters boven de grond, hoog in de bomen achter de schors.
De mieren moeten er op uit om voedsel te zoeken en één favoriete voedingsbron vinden zij bij bladluizen. Ze eten de bladluizen niet op, maar ze beschermen ze juist tegen roofdieren zoals lieveheersbeestjes. De bladluizen vreten aan de bladeren en krijgen zo suikers binnen. Het teveel aan suikers scheiden zij uit via hun achterlijf, daarom zijn struiken waar bladluizen op zitten vaak plakkerig. Dit plakkerige spul heet honingdauw en het is de mieren hierom te doen. Zoals wij koeien melken, melken mieren bladluizen. In ruil voor de zoete lekkernij krijgen de bladluizen bescherming. En de Gewone steekmier biedt prima bescherming. Zij beschikt over een angel die in een schede in haar achterlijf verborgen ligt. Zij spuit hiermee een gif in haar vijanden. Als wij gestoken worden dan levert dat hooguit wat jeuk op, behalve als wij allergisch zijn voor steekmierengif. Dan kunnen we jeukende rode vlekken krijgen die wel tien dagen kunnen aanhouden.
Een mierenkolonie van de Gewone steekmier lijkt een goed draaiende machine waar geen vuiltje aan de lucht is. Maar er bevinden zich wolven in schaapskleren die uit een verrassende hoek komen: de blauwtjes. U kent ze wel, die kleine blauwe vlinders die in het Leijpark in de zomer rond dwarrelen? Wel, deze vlinders hebben rupsen die evenals de bladluizen een lekkere stof uitscheiden die gulzig door de mieren wordt opgelikt. Vaak wordt een rups van een blauwtje meegenomen naar het nest van de steekmieren. Daar wordt de rups gevoed door de werksters in ruil voor het zoete goedje. De rups echter laat zich niet enkel voeden met stuifmeel maar zal, als de werksters niet kijken, links en rechts ook menig mierenlarve verorberen! Als er zich meerdere rupsen in een mierenkolonie bevinden dan kunnen zij behoorlijk wat schade aanrichten. Verraders zijn het, die zo'n makkelijk leventje blijkbaar niet voldoende vinden en hun gastvrouwen met het grootste gemak een mes in de rug steken. Zelfs vlinders zijn niet meer te vertrouwen.
Overal in ons land zijn steekmieren te vinden, maar spot er maar eens eentje, vier millimeter zie je snel over het hoofd. Henk de Winter slaagde er in om er eentje te vangen (op de gevoelige plaat) in de bloemkelk van een boterbloem. Een kleine werkster, op zoek naar lekkers voor het kroost van haar koningin. Ga maar gauw terug naar het nest kleine dame en werp die vermaledijde rupsen eruit. Met hen binnen de muren komt de kolonie geen steek verder..

#leijpark013 #steekmier