#tijd 

Te laat. Woest schop ik tegen een tak. Zo irritant. Zo f*cking irritant. Elk jaar is het weer hetzelfde liedje. Ieder jaar kom ik met de kloten achteraan. En dat, terwijl ik niet eens kloten heb. Echt balen, te erg.
Na een hartgrondige vloek, maan ik mezelf tot kalmte.
'Adem in, adem uit. Je kunt er nu toch niets meer aan veranderen.'
Het helpt iets, maar toch niet echt. In een wanhoopspoging om de tijd nog in te halen, schiet ik het park in. Daar win ik hooguit enkele minuten mee. Dat is niet genoeg, enkele uren zelfs niet. Mijn horloge geeft de tijd aan. Kwart over de pispot. Ik fluit mijn ergernis weg. Het gespannen gevoel moet uit mijn lijf. Daar heb ik niets aan. Verder moet ik.

'Wacht even.'

Geschrokken kijk ik om me heen. Waar komt die stem plotsklaps vandaan? Dat is wel het laatste waar ik nu op zit te hopen. Gezelschap. Wat heb ik eraan? Stevig versnel ik mijn pas, het is toch wel eng hier, het loopt tegen de schemerdonker, de wind zwelt aan, kou doordringt mijn lijf. Wanneer mijn achtervolger kwaad wil, is er geen mens die me een reddende lijn toewerpt. Een felle steek in mijn zij doet me naar adem snakken. Noodgedwongen hou ik in. Plaats mijn handen op mijn knieën en blijf gebogen zo uithijgen.

'Holiemolie, wat een haast. Het lijkt wel alsof de tijd je op de hielen zit.'

Natuurlijk, dat heb ik weer. Zonder hapering, zonder stokkende naar lucht happende stem, geen gehijg, een stalker met conditie.
Gelaten geef ik me gewonnen. Zonder stante pede rechtop te komen.

'Je zit er niet eens zover naast. Het was een poging om de tijd in te halen.'

'Gelukkig, even dacht ik dat je voor mij op de vlucht was.' Een kort lachje volgt.

Het hamert door in mijn hoofd, het is net... Nee, dat kan niet. Onmogelijk. Op mijn qui vive strek ik me langzaam overeind. Met ingehouden adem blik ik om me heen. Niemand.

'Waar ben je?' Bibberend komen de woorden uit mijn mond. Bang voor welk antwoord dan ook.

'Lieve schat, ik ben altijd vlak bij je. Het valt meestal niet op, ik hou me vaak gedeisd, op de achtergrond, maar soms... zoals nu... Je moet echt gas terug nemen. Even wachten. Niet zo snel willen gaan.'

Zou het dan toch? Ik herken zijn stem niet, maar dat lachje... Dat wel. Dat lekkere opgewekte, met een licht spottende ondertoon erin verborgen. Ik verlang naar zijn armen. Beschermend, troostend om me heen. Mismoedig zak ik neer op de grond. Naast me zie ik gras geplet worden. Dan zijn stem vlak bij mijn oor. Zijn adem kan ik voelen. De woorden zuig ik naar binnen.

'Je voelt je verlaten, dat weet ik, je zoekt naar een vervanging. Naar liefde. Naar een nieuwe kans.'

'Ik ben te laat. Valentijnsdag is al voorbij. Weer een gemiste kans.' Een traan welt op in mijn ooghoek.

'Och liefje toch, mijn meisje, wat zegt Valentijnsdag nou? Die is toch alleen maar in het leven geroepen voor de commercie, en om mensen die romantiek niet spontaan in zich hebben, het gevoel te geven dat ze toch nog romantisch kunnen zijn. Dat heb jij niet nodig. Je mag gerust jezelf zijn en op elke willekeurige dag zeggen wat je op je hart hebt. Eerlijkheid is de kracht die je nodig hebt. En iedereen die daar anders over denkt is jouw liefde niet waard.'

'Dus... het is niet te laat?'

'Het is nooit te laat, om iemand te vertellen wat je voor hem voelt. En sterker nog, soms heb je dat niet eens nodig. Dan voel je het. Dat unieke, dat wens ik mijn meisje het meeste toe. Geen woorden nodig hebben, maar enkel het besef. We houden van elkaar.'

Opgelucht sta ik weer op. Wandel met rust in mijn lijf naar zijn huis. Nog voordat mijn vinger op de bel kan drukken, gaat de deur open. Hij heeft op me gewacht. Ik kijk in zijn helderblauwe ogen en prijs mezelf gelukkig.
Mijn vaders wens is uitgekomen: wij hebben geen woorden nodig.






Afbeelding van Andrea Baratella via Pixabay

Liefde kent geen tijd

9 comments