Geschreven door Thierry P. Dinjens  

Het is bijna zomer en dat is toch van oudsher de tijd van de vlinders. Nu zijn er talloze soorten en onder hen vallen ook de nachtvlinders die we aanduiden met de naam motten. Er zijn hele grote motten, maar ook kleintjes en deze vallen onder de zogeheten microvlinders. En die zijn weer verdeeld in een aantal families en de grootste ervan wordt gevormd door de bladrollers. De wereld kent wel zo’n tienduizend bladrollers en in Europa kennen we er duizend.
Ook in het Leijpark komen we geregeld bladrollers tegen. Er zijn zeer uiteenlopende soorten, dus we beginnen met eentje, met een speciale voorkeur voor de esdoorn: de Maanmot.
De naam ‘bladroller’ danken de vlinders aan de rupsen. Deze leven massaal op de gastplant, in dit geval een esdoorn en zij dienen zichzelf te beschermen. Dit doen zij door een blaadje, met behulp van een draadje dat zij zelf spinnen, op te rollen. In dit opgerolde blad nemen zij dan plaats en terwijl zij van hun behuizing eten, zijn ze tegelijkertijd beschermd tegen allerlei roofdieren. Bij het minste geringste gevaar trekken zij zich terug in hun rolletje en zijn zo aan het oog onttrokken. Nu zijn er ook bladrollers die zich vasthechten middels een bladrolletje aan de vruchten van bomen waarmee ze de bomen uitputten en de vruchten beschadigen. De Maanmot beperkt zich echter tot de (vele) soorten esdoorn en omdat de esdoorns voor ons geen commerciële waarde hebben, heeft het geen meerwaarde om de Maanmot te bestrijden.
Motten die net uit de cocon komen rusten in spleten van de bast van de esdoorn, tot hun vleugels droog zijn en dan trippelen ze tot hoog in het bladerdak, alwaar ze op de vleugels gaan. Op de voorvleugels bevinden zich twee grote gele sikkels die, eenmaal de vleugels samengevouwen, een maan vormen. Vandaar de naam: Maanmot.
Het is niet verwonderlijk dat we de Maanmot aantreffen in het Leijpark, daar het park de gewone esdoorn, de Noorse esdoorn en de Spaanse aak (ook een lid van de esdoornfamilie) behelst. En dit zijn de geliefde bomen van de rupsen.
Het gedrag om van één enkele soort (of familie) afhankelijk te zijn, noemen we ‘monofaag’. Het voordeel van dit gedrag is het feit dat men slechts één soort plant hoeft te zoeken en het voortplantingsproces kan beginnen. Het nadeel is natuurlijk dat daar waar geen esdoorns zijn, ook geen Maanmot te vinden is. Precies hierom komt de rups van de Maanmot ook zo massaal voor op esdoorns; alle maanmotten in de buurt hebben dezelfde bomen voor ogen. Echter: onder het motto “er is veiligheid in groepen” varen de rupsen er wel bij. Voor roofdieren die de rupsen belagen (mits zij hen kunnen vinden in hun bladrolletjes) is er de keuze uit vele rupsen. Voor elk individu wordt de kans op overleven groter, naarmate de groep prooidieren waarin zij zich bevinden, groeit.
De Maanmot is klein, met een vleugelwijdte van slechts anderhalve centimeter, maar juist door haar karakteristieke ‘maanvlek’ valt zij op.
De esdoorns in het Leijpark zijn talrijk en vaak groot, dus zij zullen een aanval van de rupsen wel overleven. Wellicht zullen enkele propellertjes (hun zaden die vanuit grote hoogte naar beneden dwarrelen) beschadigd worden door de rupsen van de Maanmot, maar over het algemeen loopt hun leven, net zoals dat van de Maanmot, op rolletjes..

Maanmot