Dagboek: Boeken met betekenis


Het is zowat 50 jaar geleden. Schrikwekkend maar ook indrukwekkend om dat te kunnen schrijven. Vijftig jaar geleden!

Ik snuffelde rond in een tweedehandse boekhandel in Leuven, zoals ik dat in die tijd wel meer deed. Blijkbaar gedroeg ik mij verdacht of was de eigenaar het vele stelen van boeken hartsgrondig beu, in elk geval sprak hij mij aan en vroeg om mijn rugzak te mogen inkijken. Ik had daar inderdaad wat eigen boeken inzitten, zoals dat meestal het geval was, maar hij dacht dat ik die uit zijn winkel had gestolen.

Ik werd zo bang dat de politie mijn eigen, toen nog beperkte bibliotheek in beslag zou nemen, dat ik er niets beter op vond dan een honderdtal boeken in een plastic zak te stoppen en die buiten in het bos onder een struik te verstoppen. Van planten en struiken had ik toen nog niet veel verstand maar toch weet ik nog dat het een vlierstruik was.

De boekenpolitie is gelukkig nooit bij mij thuis binnengevallen, maar het gevolg was wel dat de boeken na enkele dagen buiten te hebben gelegen nat waren geworden. Na minutieus droogwerk heb ik toch nog wat boeken kunnen redden. Boeken getekend voor het leven. Sommige van die boeken steken nog altijd in mijn uitpuilende boekenkast en krijgen nu natuurlijk een bijzondere waarde. Net zoals rimpels of littekens vertellen zij nog steeds het verhaal van vroeger.

Een van die 'getekende' boekjes heb ik nu 50 jaar later nog eens opnieuw doorbladerd. De paarden van Kral en nieuwe avonturen uit 'Natura Artis Magistra' van G. Brands. Ik heb het toentertijd tweedehands gekocht voor 0.90 cent, geen eurocenten maar oude Nederlandse centen. Brands is een Nederlandse literaire schrijver die ook over de natuur korte verhalen, eerder impressies schreef.

Ik lees een stukje van G. Brands. De maden van de bromvlieg kunnen geen vast voedsel tot zich nemen. Evenals spinnen scheiden ze eerst een vloeistof af met een sterk oplossend vermogen en zuigen vervolgens het vloeibare vlees op. In verre landen, waar EHBO en ziekenhuis verstek laten gaan, wordt een lelijke wond al gauw bedekt met maden. Gelukkig maar, zou ik zeggen. Want hoewel de aanblik nogal ongewoon is, is het een uitstekende manier om gangreen te voorkomen. De maden houden de wond rood en gezond tot de dokter er is. Dat bleek al tijdens de Eerste Wereldoorlog. Gewonden met maden waren er beter aan toe dan gewonden zonder. Sindsdien zijn maden in de medische wetenschap danig in onbruik geraakt. Maar je weet maar nooit.

Wil het toeval dat ik een tijdje geleden zelf een informatief stukje over madentherapie geschreven en gepubliceerd heb. Ik citeer mijn eigen 'Waarom komen vliegen in open wonden hun eitjes leggen? Het zal wel zijn om hun broedsel in een later stadium lekker voedsel te leveren. Of zouden die vliegen en maden ook een beetje bezorgd zijn om de genezing van menselijke of dierlijke verwondingen? Of zit de schepping gewoon goed in mekaar? Want wat blijkt, de maden die uit die vliegeitjes komen krijgen niet alleen lekker voedsel maar zorgen ook voor de genezing van de wonden'.

En zo is de cirkel weer rond. Een mooie, muffe boekhandel 50 jaar geleden, natte boeken buiten en wormen in oude wonden. Mooi en lelijk, ondergang en opstanding, allemaal één leven.