Balsemien voor springerige mensen


Als we door de nauwe, schaduwrijke straatjes van Chatillon en Diois in de Franse Drômestreek
flaneren, vinden we niet alleen de klassieke stokrozen die tussen muur en straat groeien, maar ook
de teer uitziende maar uitbundig bloeiende Springzaden. Met hun wit-rozebloemen vrolijken ze
oude nauwe steegjes helemaal op. Het blijkt een Balsamiensoort uit de Himalaja te zijn, die
blijkbaar net zoals zijn grote broer de Reuzebalsamien nu ook begonnen is aan zijn verovering van
de wereld. Zijn officiële naam is Impatiens balfourii of Tweekleurig springzaad en hij wordt in het
Engels ook wel Kashmir balsam genoemd.
De naam Springzaad en Impatiens hebben ze niet gestolen, want de rijpe zaden springen met enige
kracht uit de lange, hangende zaaddoosjes. Impatiens, ongeduldig lijkt het hele plantje wel te zijn:
beweeglijk bengelende bloemen en zaaddoos, springende zaden, snel groeiend en zich massaal
verspreidend. Op de koop toe wordt de Impatiens walleriana, die veel als sierplant gebruikt word,
ook nog het Vlijtig Liesje genoemd.

Bachbloesem

Vanuit de signatuur het beeld van die plant heeft Dr. Bach, van de bloesemtherapie, geconcludeerd
dat Balsemienen vooral goed zouden zijn voor mensen die snel handelen en denken en niet van
uitstel houden. Wanneer ze ziek zijn willen ze vlug genezen zijn. Daarom is het voor hen moeilijk
om geduld te hebben met mensen die van nature wat langzamer zijn. Het Balsemientype heeft last
van nerveuze trekjes en kan snel rood aanlopen. Spiertjes spannen zich in het gezicht of in de nek,
die dan soms ook plotselinge krampaanvallen kunnen veroorzaken. Uiterlijk kunnen deze mensen
razendsnel vuurrood of lijkbleek worden. De gemoedstoestand die volgens Bach hoort bij de
Impatiens is ongeduld.
Ook in het eerste hulpmiddel Rescue remedy wordt Impatiens verwerkt samen met Star of
Bethlehem (Vogelmelk), tegen shock en verdoving; Rock Rose (Zonneroosje), tegen doodsangst en
paniek; Cherry Plum (Prunus cerasifera), tegen de angst je (zelf)beheersing te verliezen en Clematis
(Bosrank), tegen de neiging tot bewustzijnsverlies.
In de Bloesemtherapie is het wel de Impatiens grandiflora, die gebruikt word. Dat is ook een
Balsamiensoort uit de Himalaja, die hoe kan het ook anders, zich uitbundig uitzaait, zelfs als een
woekerend onkruid beschouwd wordt en dus blijkbaar bestreden moet worden.

Balsemiensoorten zijn niet direct de meest gebruikte medicinale planten, maar in Amerika wordt het Jewelweed, Impatiens biflora en Impatiens pallida al honderden jaren gebruikt tegen irritatie en eczeem veroorzaakt door de Gifsumak. Deze werking wordt wetenschappelijk wel niet bevestigd. uit onderzoek bleek dat Jewelweed niet beter werkte als een placebo. Bij de Apatani volkeren in het Hymalayagebied van Indië worden het blad van Impatiens latifolia en Impatiens racemosa tegen hoofpijn en spijsverteringsklachten gebruikt.

Belgische balsamienen zijn er ook. Ze groeien meestal nogal vochtig en in de lichte schaduw bij
beekjes. Vooral de Impatiens noli-tangere, het Groot springzaad en Impatiens parviflora, Klein
springzaad komen we in de Ardennen nog regelmatig tegen. Zelf heb ik geen behoefte om deze
planten om wat voor reden dan ook op te eten, voor mij zijn het vooral mooie, wilde planten die
volwassenen en kinderen een beetje vreugde verschaffen met hun vrolijk bengelde bloemen en hun
verrassend beweeglijke zaden.

Namen

Engels: Balsam-Weed, Garden Balsam, Herbal Impatiens Balsamihal, Impatiens, Jewel Balsam
Weed, Quick-In-The-Hand, Silverweed, Slipper Weed, Speckled Jewels, Spotted Touch-Me-Not,
Touch-Me-Not, Wild Balsam, Wild Celandine, Wild Lady's Slipper.
Latijns: Impatiens pallida; Impatiens balsamina, synonyms Balsamina foemina, Impatiens giorgii;
Impatiens capensis, synonym Impatiens biflora.
Nederlands: Springbalsamien, Groot springzaad
Duits:Impatiens, Springkraut, Fleissiges Lieschen
Frans: Impatiens, balsamie de l'himmalaya