Naar de couveuseafdeling


In mijn vorige blog:je kindje op de neonatologie en wat het met mij deed,heb je kunnen lezen over mijn zoontje's eerste dagen en de moeilijkheden die ik daarin heb ervaren. In dit blog vertel ik je over het vervolg.

Het was zo ver! Samen naar huis! Nou ja zo noemde ik dat, want ik ging naar huis en jij werd getransporteerd met de ambulance naar het ziekenhuis bij ons in de stad, vijf minuutjes van huis. Ik was eerder thuis dan de kleine man in het ziekenhuis was, dat was enorm spannend, zou het goed gaan met de transport, zou hij goed genoeg zijn voor de transport? Het verlossende telefoontje kwam van het Vlietland, uw zoon is goed aangekomen mevrouw.

Opgelucht hing ik op de horror van de dagen in het Sophia ziekenhuis kon ik eindelijk achter mij laten. Hoewel ik erg dankbaar ben dat het bestaat en mijn kanjer er anders niet had geweest, heb ik de ingreep en het verblijf aldaar wel als zeer traumatisch beleefd. Ik was weer thuis, mijn eigen omgeving, wat had ik naar de rust en mijn eigen eiland verlangd, naar mijn eigen bed, geen prikkels van anderen in een nog akeligere situatie, niemand die naar me keek als ik huilde, ik kon het eindelijk allemaal laten lopen, en dat deed ik dan ook.

Opgelucht en zo opgefrist als ik kon zijn vertrok ik naar het ziekenhuis om mijn kleine man in zijn nieuwe omgeving te gaan verzorgen, hij lag er keurig bij, leek op zijn gemakje te zijn en de monitor liet geen afwijkingen zien, er was een heel lief team vol begrip en zorg voor ons, we kregen een formulier wat we in moesten vullen om ons kleintje 24 uur per dag te kunnen zien middels een camera boven zijn bedje (gesponsord door een lokale sportschool dat vond ik wel zo prachtig) ook directe familie mochten we de link geven dus oma, opa  en de tantes en oom konden hem ook bewonderen.  Zo blij als we waren met de camera en dat we hem konden zien, zo angstig werden we toen hij een paar dagen later stopte met ademhalen, wij waren op dat moment niet in het ziekenhuis maar hadden telkens de cam op de laptop aan, ze hadden de gordijnen moeten sluiten zodat we dit niet konden zien, maar dat werd in allerijl vergeten. Mijn kind stopte met ademhalen, bewoog niet meer, reageerde niet meer, iedereen schaarde zich rond zijn couveuse en hij werd beademd en gereanimeerd, de zak was 2 keer zo groot als hij,waarmee hij handmatig beademd werd. ik verstarde, het duurde even tot het tot mij doordrong, hij is dood, hij is dood aan het gaan, ik moet naar hem toe, NU! 


De blijdschap die ik had gevoeld dat hij zo goed was voor transport, geen beademing nodig had en ook geen complicaties had verdween als een druppel water in de woestijn, het glipte door mijn vingers, kon het niet meer vasthouden, en de bijna 5 weken die hij in totaal nog op de couveuse afdeling zou blijven kwam dat niet meer terug, ik was weer overgeleverd aan mijn angst, dat hij alsnog elk moment het loodje kon leggen. Mijn gevoel van zekerheid dat het goed zou komen was weg, hals over kop gingen we naar het ziekenhuis, ik rende de gang door liep naar de zuster en riep waar is hij, leeft hij nog? Waar is hij? De zuster keek enig zins verbaasd, heeft u dat net gezien? Ach jeetje toch mevrouw, dat had u helemaal niet mogen zien.... degene die mijn voorgaande blogs hebben gelezen weten van mijn fobie en wantrouwen in artsen en dat werd hierin niet beter, zie je wel dacht ik ze houden van alles achter, en werd daar ook een beetje paranoia van.  Ik liep naar zijn couveuse, daar lag hij, roze, ademend en met alles op de monitor op orde.. Ik was opgelucht maar dat duurde maar even wat dit had zo een indruk op mij gemaakt dat elke keer als ik hem achter moest laten mij alle uren tot ik terug was in het ziekenhuis mij afvroeg of hij nog wel leefde en of er niet weer iets mis zou gaan.  De angst zou gedurende heel zijn verblijf mijn meester zijn, en toen was daar het bordje van ons kind, hij had de grens van 36 weken en 2,5 kilogram bereikt die nodig was om naar huis te mogen,  HIJ MOCHT NAAR HUIS, EINDELIJK WAS HIJ VAN MIJ!(het onderzoek van jeugdzorg was inmiddels gesloten en hij mocht ook echt naar huis) want al die tijd had  het niet zo gevoeld, hij was nog niet van mij, was overgeleverd aan alle handen die voor hem zorgden,aan alle apparatuur en het lot, en vooral ook aan de geluksfactor, want bij menig prematuur loopt het anders en dat zijn we ons goed bewust.

Dat was dan ook de mooiste dag van mijn leven, niet de dag dat ik weer zwanger bleek, niet de dag dat hij geboren werd, maar de dag dat hij eindelijk naar huis mocht.

Toen liep ik nog tegen tal van muren op, die had ik toen nog niet voorzien, en daar zal ik wellicht ook nog wel eens een blog over schrijven. 


Ik  ging op in het moment, voelde eindelijk echte blijdschap en geluk, hij had het gered, hij mocht eindelijk thuis zijn zoals het hoort, en eindelijk hoefde ik hem niet meer achter te laten, wat deed dat al die dagen elke keer weer pijn, om je kindje niet bij je te kunnen hebben, en maar af te moeten wachten of hij er nog was als je terugkwam en ook in welke staat want we hebben zat om ons heen zien gebeuren in die tijd ook met andere kleine minimensjes die knokten voor hun leven. Het achterlaten van mijn mensje was elke dag zo zwaar en moeilijk, maar dat was nu voorbij, ik hoefde nog maar een paar stappen te zetten naar je bed en dan had ik je in mijn armen, op elk moment van de dag, we mochten je zelf ontkoppelen van de apparatuur, dat voelde als een rituaal, en we namen alle stekkertjes en draadjes ook mee als momentum. Daar lag je dan in een bed zo groot, een mensje zo klein, maar nu wist ik dat het goed was.