#kortverhaal 

Uit het niets klinkt een stem, ik schrik wakker. Het monotone gebrom van de motor heeft me in slaap doen sukkelen, het is te danken aan de strakke autogordel dat ik nog steeds rechtop in de bijrijderstoel zit. Ik probeer me te concentreren op de gestelde vraag. Ging het over boodschappen halen? Vraagt hij nou werkelijk of we nog genoeg groenten in huis hebben?

'Wou je nou inkopen doen? Serieus? Nou?'
'Ja, waarom niet? Zomaar doelloos rond te rijden is tenslotte ook een verspilling van de benzine.'
'Rijden we dan niet op alcohol?'
'Nee, de verbinding tussen de tank en de wijnton is faliekant mislukt.'
'Zei ik het niet? Wilde je luisteren? Nee. Je luistert nooit naar me!'
'Ja, je zei het, ik heb het wel gehoord, ik luister toch nu! Zet je erover heen! Heb toch niet altijd overal gelijk de pest over in.'
'Nou ja zeg.'

Zwijgend rijden we in de stikzwarte nacht verder. Ieder met onze eigen gedachten. De irritatie ebt weg. Het is aangenaam om naast hem te zitten, hij let wel op de weg, ik met mijn nachtblindheid moet er niet aan denken achter het stuur te zitten. Het enige wat ik moet zien te voorkomen is dat ik weer in slaap sukkel. De gordel heeft dan wel ervoor gezorgd dat ik op mijn stoel ben blijven zitten, maar heeft me niet kunnen behoeden voor het fanatieke knikkebollen. Niet echt bevorderlijk voor mijn nek, ik masseer hem lichtjes.
Slinks kijk ik naar links. Eigenlijk heeft hij wel gelijk, doelloos rondrijden kost kapitalen. We kunnen net zo goed even langs de supermarkt. Maar wacht even... Ik tuur op het dashboardklokje, het is allang voorbij sluitingstijd. Voorzichtig doorbreek ik de stilte.

'Om deze tijd is alles toch gesloten?'
'Wel eens van nachtwinkels gehoord?'
'Ja, maar dacht dat die alleen in grote steden voorkwamen.'
'Ze komen ook steeds meer in plattelandsgebieden.'
'Maar we hebben helemaal geen geld bij ons!'
'Laten we iemand beroven.'
'Nou ja, zeg, ook asociaal! Dat ben ik helemaal niet van je gewend. Jij die altijd op het rechte pad wil blijven en beweert dat je immer dient te werken voor je geld.'
'Stelen van personen die het geld makkelijk kunnen missen, is in feite ook arbeid. Een soort van vrijwilligerswerk, denk aan Robin Hood en zo. En er zijn genoeg steenrijke mensen die op een oneerlijke manier aan hun geld gekomen zijn. Die verdienen het om overvallen te worden.'

Tegen dergelijke logica kan ik niet op, hij lijkt vannacht overal een antwoord op te weten. 'Maar, waar vind je zo iemand?'
'We zijn net langs een vogelhuisje gereden met een oprijlaan.'
'Ja, nou en?'
'Vind jij het normaal dat vogelhuisjes oprijlanen hebben? Met aan weerszijden sierlantarentjes, die, wanneer ik me niet vergis, bezet zijn met heuse diamanten.'
'Die oprijlaan leidde vast naar een woning.'
'Ja, naar een luxe vogelappartement. En dat logement is vast door vermogend mens neergezet.'
'Doe niet zo gek.'
'Ik wed dat die lantarentjes alleen al heel wat waard zijn. Zullen we er een kijkje bij nemen?'

Ik heb geen tijd om te antwoorden. Hij trapt al op de rem. Veel te abrupt. De auto slipt over de straat, de berm in. Ik geef een gilletje als ik het donkere water van de rivier die vlak langs de weg loopt op me af zie komen. Het is mijn ergste nachtmerrie. Met de auto te water geraken. Een plons volgt. Ik wil krijsen, om hulp roepen, zie het water al stijgen langs de ramen, panisch snak ik naar adem. Benauwd, heb het zo benauwd. Dan wordt alles zwart.

Dingdingedong dáng. Het WhatsAppgeluid echoot na in mijn hoofd. Slaapdronken kijk ik op de wekker. Kwart voor tien, ik lig nog alleen op bed, de nacht is nog niet eens begonnen en ik heb er al een hele droom opzitten. Wie stuurt me zo laat nog een WhatsApp?
Ik kijk. Op de afbeelding zie ik  een krop andijvie. Opgelucht laat ik mijn hoofd weer in het kussen vallen. Gelukkig. Ik prevel nog een dankjewel, Chantal voor het wakker maken, en sukkel weer in slaap en droom over een preitaart met andijvie.

Nachtelijke boodschappen

5 comments