Het lieveheersbeestje en de bladluis


Onder het licht van een stralend meizonnetje is het in Insectenwereld een drukte van belang.
Kevers, torren, vlinders, bijen en hommels zijn hard aan het werk om een nest te bouwen, eten of een partner te zoeken.

Liesje het lieveheersbeestje kauwt gedachteloos op een vers groen blad. Ze laat de bedrijvigheid gelaten aan zich voorbij gaan. Ze trekt zich liever terug in haar droomwereld. Elke dag een beetje langer. Ze voelt zich alleen op de wereld. Onzichtbaar. Niemand die haar opmerkt of werkelijk weet wie ze is. Het enige wat ze nog wil is eten. Het enige wat ze kan! Maar het vult niet de leegte die ze diep in zichzelf voelt.

Bert de bladluis is in een goede bui. Hij heeft een lekkere plant gevonden waar hij met plezier zijn tanden in zet. Hij slurpt de plantensappen met smaak op.
Liesje is net bezig aan een van haar eetbuien en ziet de bladluis als een lekker voorafje.
Bert ziet het gevaar op zich afkomen. Hij weet dat hij niet aan het lieveheersbeestje kan ontsnappen. Hij valt daarom op zijn knietjes en begint te bidden.
‘Alstublieft,’ smeekt de bladluis. ‘Eet mij niet op.’
Liesje kijkt glazig op. Zei die bladluis nou wat tegen haar? Ze werpt een onderzoekende blik naar beneden. ‘Hallo?’
‘Alstublieft, lief lieveheersbeestje, eet mij niet op. Ik wil nog niet dood.’ Bert knijpt zijn ogen dicht. Hij durft niet te kijken.
‘Goh, ik wist niet dat bladluizen konden praten,’ zegt Liesje verrast.
De bladluis kijkt op. ‘We kunnen wel meer dan praten hoor!’ antwoordt hij brutaal.
‘Oja?’
‘Ja!’
‘Nou goed dan,’ zegt Liesje na enig nadenken. ‘Ik had toch al niet zo’n honger meer. Ik ga maar ergens een tukkie doen.’
Bert loopt achter Liesje aan terwijl hij naar haar roept: ‘Wil je niet weten wat wij nog meer kunnen?’
‘Niet echt,’ mompelt Liesje. ‘En laat me nu met rust. Ik wil dromen.’
‘Waarover?’
‘Dat gaat je niks aan. Ga weg of ik eet je alsnog op.’
Maar Bert laat zich niet wegjagen. ‘Tikkie, jij bent ‘m!’
‘Hou je me nou voor de gek?’
‘Natuurlijk niet,’ zegt de bladluis. ‘Ik heb alleen geen vriendjes en mijn broers en zussen wonen op een andere plant. Ik wil alleen spelen, maar als je liever droomt, ga ik wel weg.’
‘Nee, wacht.’ Liesje is een beetje in de war. Wil ze nou echt spelen met een bladluis? Dat is toch niet normaal?
‘Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven.’
‘Wat doe je nou?’
‘Ik tel je stippen,’ zegt Bert. ‘Zeven stippen. Ben je dan al zo oud?’
‘Nee joh, dat van aantal stippen als leeftijd is een fabeltje,’ lacht Liesje. ‘Lieveheersbeestjes worden niet zo oud.’
‘Oh, dat wist ik niet, maar ik vind ze wel mooi.’
‘Mijn stippen?’
‘Ja! Jij niet dan?’
‘Zo kijk ik niet naar mezelf,’ zegt het lieveheersbeestje. ‘Maar ik vind het wel lief dat je dat zegt.’
‘Wil je dan mijn vriend zijn?’ vraagt Bert voorzichtig.
‘Ik denk het wel,’ zegt Liesje. ‘Ik heb nog nooit een vriend gehad. Wat doen vrienden met elkaar?’
‘Vrienden delen alles,’ zegt de bladluis.
‘Oh. Ook je dromen?’
‘Juist je dromen. Het is heel belangrijk dat je verteld wat je vanbinnen voelt. Wat je dromen en wensen zijn.’
‘Heb jij dan ook dromen?’ vraagt het lieveheersbeestje.
‘Iedereen heeft dromen,’ zegt Bert. ‘Laten we elkaar onze dromen vertellen. Misschien leren we nog wat van elkaar.’
‘Dat is een goed idee,’ glimlacht Liesje. ‘Weet je, ik ben blij dat ik jou als vriend heb.’
Bert lacht mee. ‘Nou en of. Ik ook.’

 

* Uit mijn bundel: Een gezellige beestenbende