Olifantentaal


‘Zijn we er al bijna?’
‘Nee Bas, dat duurt nog wel even,’ zegt zijn moeder.
‘En nu?’
‘Nee!’
‘Hoelang nog?’ jammert Bas opnieuw.
‘Nu ben ik het zat,’ bromt zijn vader. ‘Achter in de rij aansluiten!
Ik wil geen woord meer van je horen.’
Woest stampt Bas op de grond. Hij heeft er geen zin meer in. De hele dag lopen om water te vinden. Kunnen ze niet gewoon op één plaats blijven? Hij wordt hier zo moe van. Hij begint zijn boosheid te trompetteren. Bas vindt het best mooi klinken. Hij gooit zijn slurf in de lucht en blijft zijn frustratie uitblazen.
‘Ben je blij?’ hoort hij ineens achter zich.
Bas draait zich met een ruk om. ‘Blij? Klink ik blij?’
‘Dolblij.’
‘Nou ik ben helemaal niet blij,’ bromt Bas. ‘Ik ben boos!’
‘Maar, zo klonk het dus niet,’ zegt de andere olifant weer. ‘Het geeft niet. Je moet het nog leren. Ik wil je best wel helpen.’
‘Echt?’
‘Ja, want communicatie is heel belangrijk. Ik ben Onyx. Hoe heet jij?’
‘Bas,’ zegt Bas.
‘Je hebt een mooie donkere stem,’ zegt Onyx. ‘Daar zit muziek in.’
‘Als jij het zegt. Ik vind mezelf maar raar klinken.’
‘Je bent veel te negatief. Laten we doorlopen, anders raken we achter. We oefenen onderweg.’
Samen sjokt het tweetal verder. Af en toe klinkt een trompetgeluid. Tegen de avond bereiken ze een groot meer. Bas is de eerste die in het water springt.
‘Dat is niet netjes Bas,’ zegt zijn moeder. ‘Sommige ouderen hebben het harder nodig dan jij.’
‘Waarom moet ik altijd met iedereen rekening houden?’ brult Bas.
‘Omdat wij olifanten elkaar altijd helpen.’

De volgende morgen zijn Bas en Onyx samen aan het oefenen op de olifantentaal. En die is nog best moeilijk. De taal bestaat uit een reeks van trompetgeluiden die op een bijzondere manier gemaakt worden.
‘Goed blazen,’ zegt Onyx. ‘Het gaat al veel beter dan gisteren.’
‘Pff, het valt nog niet mee,’ zucht Bas.
‘Vooral doorgaan,’ moedigt Onyx hem aan. ‘Ik moet nu even weg. Mijn oma kan niet zo goed meer met haar slurf bij de takken. Ik help haar daarom een slurfje. Ik kom je straks overhoren.’
Bas oefent tot hij er een droge keel van krijgt. Hij duikt het water in ter verkoeling. Heerlijk!
Hij spuit het water met een boog hoog in de lucht zodat het regent op zijn rug.
Opeens hoort hij Onyx in de verte trompetteren. Hij stapt het water uit en spitst zijn oren.
‘TOET! BLAAS. TROMPETTER!’
Bas krabt achter zijn oor. Wat betekent dat ook alweer? Hij toetert terug en krijgt hetzelfde antwoord. Diep valt hij gedachten. Het ligt op het puntje van zijn tong…
Dan veert Bas op. Help, het betekent help!
Snel galoppeert hij naar zijn vader en moeder. ‘Papa! Mama! Onyx heeft onze hulp nodig.’
Direct wordt er alarm geslagen en de hele kudde komt in beweging. Bas rent voorop.
Als eerste bereikt hij Onyx die met haar poot in een gat gevallen is.
‘Ik help je wel,’ roept hij haar toe.
Samen met de andere olifanten trekt hij haar uit het gat. Dolblij geeft ze hem een knuffel.
‘Bedankt Bas. Jij bent de beste!’
Bas kleurt van top tot teen. Hij steekt zijn slurf in de lucht en trompettert van geluk.


* Uit mijn bundel: Een gezellige beestenbende