Een bloemrijke ochtendwandeling


Ik zit al voor 6.00 uur op de fiets. Mijn doel: een dijkje langs de A50.
In de zomermaanden staat het hier altijd vol bloemen.

Om te beginnen sta ik even stil voor de zonsopkomst.

natuur

Daarna zet ik mijn voeten in beweging.
Ik ben niet de enige die zo vroeg op pad is. Een naaktslak kruipt mij zonder gêne voorbij.

natuur

In de berm zie ik wilde marjolein groeien. Deze plant staat in supermarkten en tuincentra beter bekend als oregano, maar wordt ook wel eens palingkruid genoemd.
De soort is een in België wettelijk beschermde plant. Hij staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als algemeen voorkomend en stabiel of toegenomen.

natuur

Een nog half gesloten kaasjeskruid knipoogt mij toe.

natuur

Sommige bloemen buigen onder de dauwdruppels.
Hier zien we een gestreepte teunisbloem.

natuur


Het valt mij op dat de zon achterwege blijft.
Er schieten steeds meer grijze wolken door het blauw.

natuur

Ik verlicht een toorts van boven.

natuur

Ook het zeepkruid licht ik een beetje bij.

natuur

Ik merk een minislakje op.
Het weekdiertje slijmt stilletjes over een blad.

natuur

De wilde cichorei is nog in diepe slaap.
Ik zet de blauwe bloem snel op de foto en loop weer verder.

natuur


Ik ben blij ook een grote klaproos aan te treffen.

natuur

De gele bloempjes van het jakobskruiskruid schijnen mij als zonnetjes toe.

natuur

Ik kom ook een nog geopende avondkoekoeksbloem tegen.

natuur

De dagkoekoeksbloem doet ook goed haar best.

natuur

De volgende plant die ik tegenkom is de late guldenroede.
Late guldenroede is van oorsprong een tuinplant uit Noord-Amerika die over een groot deel van Europa verspreid is geraakt.

natuur

Ik sta weer even stil bij twee klaprozen. Ik zie ze niet vaak in deze stand.

natuur
natuur

Verder op het pad kom ik knoopkruid tegen.

natuur

De naam knoopkruid wordt ook als streeknaam het meest gebruikt, verder wambuisknopen (Veluwezoom, Zuid-Limburg, op Goeree en Walcheren), tremske en speldekussentjes (Salland), ijzerhard (Utrecht), Baarlandse karnoffel (Zuid- Beveland), bokseten (Tholen), bokkestallen en stokking (Zeeuws-Vlaanderen).

Het is eigenlijk te vroeg voor insecten dus ik ben blij een meidoornstippelmot aan te treffen.
De mot vliegt van juni tot in oktober. De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt zo’n 10 millimeter.

natuur


Verder kom ik nog een heesterslak tegen.

natuur

Het boerenwormkruid is ook in grote getale aanwezig.
De botanische naam Tanacetum is afgeleid van het Griekse woord tanaos dat "langdurend" betekent en verwijst naar de bloemen die niet snel verwelken en de geur die niet snel verdwijnt.

natuur

De volgende plant die ik zie is de akkerdistel.
De bloemen hebben enigszins een honinggeur. Zij worden veel door insecten bezocht, vooral doordat er zoveel hoofdjes op een plant zitten.

natuur

Op de terugweg kom ik nog stinkende gouwe tegen. Deze plant heeft kleine, gele bloemen en enigszins op eikenblad gelijkende bladeren.
De stinkende gouwe heeft een onaangename geur, bevat oranje-geel melksap en groeit vooral langs heggen en op ruige plaatsen.

natuur


Als kleine bonus nog wat kunstig gevormde bloemen met dauwdruppels.

natuur
natuur
natuur