Het Verhaal Van... ''Mysteria'' Deel 1


Haar tenen raakte de ijskoude witte tegelvloer waardoor de rillingen door haar gehele lichaam gierde. Met haar rechter hand pakte zij het uit hout gesneden voeteneinde van het bed. Het was aarde donker in de kamer maar zonder problemen pakte zij de zilveren kandelaar die op een kist aan het voeteneinde van het bed stond. Met een lucifer stak zij de kaarsen aan zodat de kamer enigszins verlicht werd. Langzaam kwam zij tot het besef dat ze niet meer in de kamer was waar zij zojuist in slaap gevallen was. De angst kwam dan ook direct opzetten toen ze zich geen verklaring kon bedenken waarom zij niet meer in haar eigen kamer was. Hoe was het mogelijk dat ze op een andere plek wakker werd als waar ze in slaap gevallen was? Dit moet een list zijn van de slagerszonen die het altijd op haar gemunt hadden, bedacht ze zichzelf. Maar hoe hebben ze dit voor elkaar gekregen zonder dat ze wakker geworden was? Het werd steeds onverklaarbaarder en beangstigender na dat ze zich verdiepte in de situatie en daarbij wist ze al helemaal niet waar ze zich nu bevond. Van wie was deze slaapkamer en wat stond haar nog meer te wachten? Ze keer rond in de kamer om te kijken of er ergens kleding te vinden was zodat ze op onderzoek uit kon gaan. Al snel vond ze onder het bed een nachtjapon die ze snel aantrok naast de nachtjapon lagen schoenen die niet raar genoeg precies haar maat waren eveneens als de nachtjapon die als gegoten bleek te zitten. Met de zilveren kandelaar in haar linkerhand en een oude massieve uit hout gesneden gordijnhouder als slagwapen in de rechterhand ging ze opzoek naar de slaapkamerdeur. Ze zwaaide de kandelaar langzaam van links naar rechts om de kamer te kunnen inspecteren. Aan de rechterkant van de kamer bevond zich een sierlijke eikenhouten deur met in het midden op ooghoogte een hartvormig gat niet veel groter dan een hand. Ze maakte aanstalten richting de deur toen ze een glinstering opmerkte in het hartvormige gat. Vreemd genoeg was het niet de angst die haar in bedwang nam maar werd ze overspoeld door nieuwsgierigheid dat haar direct naar de deur liet sprinten.


De eerste stappen waren nog niet gezet of de glinstering was met een felle Burst van licht verdwenen. Het witte licht dat van het glinsteringetje afkwam zorgde voor een zwarte vlek in haar zicht. Even kon ze niets zien maar hoorde ze wel dat er aan de andere kant van de deur een stiekem lachje te horen was. Al knijpend met haar ogen riep ze '' Kom te voorschijn!, Wie bent u!''. Ze probeerde haar ogen te openen en langzaam werd haar zich hersteld en kon ze het gat van de deur weer waarnemen. Het kleine glinsteringetje had weer plaats genomen in het gat maar deze keer was het niet zo sterk verlicht als de eerste keer en kon ze enigszins de contouren van de glinstering waarnemen. Het leek erop dat de glinstering de vormen van een klein meisje had aangenomen. Maar dit was onmogelijk... zou het waar zijn? Was dit dan echt? De vraag was niet meer in te houden en zonder na te denken vroeg ze aan de glinstering '' bent u een Fee?''. Met een flits kwam de glinstering naar haar toe gevlogen. Hoe dichter de glinstering bij haar kwam hoe groter de contouren leken te worden, en toen de glinstering voor haar was hadden de contouren de grote aangenomen van een volwassen vrouw. Deze beweging ging gepaard met met een scherp ruisend geluid en een fel oogverblindend wit licht. Toen ze haar ogen open deed stond voor haar een beeldschone in wit gewaad geklede volwassen vrouw. Haar enorm lange haar dat de kleur had van een azuurblauwe zee kwamen overeen met haar fel blauwe ogen. ''Aangenaam'' zei de verschijning die zojuist uit het glinsteringetje ontstaan was. ''Mijn naam is Ariane, en nee ik ben geen Fee'' zei ze al lachend en ze wees naar het kleine raampje aan de andere kant van de kamer. ''Kijk maar'' wenkte Ariane naar het raam. Terwijl ze samen naar het raampje liepen vroeg Ariane ''Wat is jou naam?''. ''Ow sorry... ik heet Isabella maar uuhhmm... zeg maar Bella''. Toen ze bij het raampje kwamen keek Bella uit het raam en zag ze tot haar verbazing dat ze de stad waar ze voorheen inslaap gevallen was nergens meer te bekennen was. ze zag huisjes in rare vormen gemaakt van hout en het was haast onleefbaar te noemen. het was een spookachtig uitziend dorpje dat zo uit de middeleeuwen gegrepen leek. ''Waar zijn we?'' vroeg Bella aan Ariane.

 

61c96ca4dc9ffa9464ff024c6b265b36.jpg

 

Dit is de stad Mysteria en deze stad valt onder mijn bescherming. Ik ben dan ook een van de twaalf stadsbeschermers van Mysteria. Elke stad heeft twaalf stadsbeschermers en één leider die de leiding heeft over ons beschermers ook wel ''Het Orakel'' genoemd. Wij hebben de taak om de stad te beschermen tegen het kwaad uit het ondergrondse rijk dat geleid word door ''Zeverus de Grote''. Zeverus met zijn strijders teisterde al eeuwen onze steden met zijn inwoners. Twintig jaar geleden werd Zeverus verslagen en werd zijn ziel in een amulet opgesloten. Vervolgens werd door de blauwe tovenaar het amulet in de grootste berg die ons rijk bezit verstopt. Het zou onmogelijk moeten zijn het amulet terug te vinden omdat de blauwe tovenaar vloek na vloek over de berg en het amulet had uitgesproken. Maar niets bleek minder waar te zijn, enkele jaren geleden werd er door een duister gedaante een poging gewaagd het amulet te vinden en tot onze grote spijt is het hem gelukt om Zeverus weer tot leven te wekken. Zeverus was toen nog niet in staat om ook maar iets te doen omdat hij nog geen vast lichaam had om te kunnen leven. Hij zwierf als een rookwolk door het rijk en kwam alleen in het donker in het diepst van de nacht in actie om jonge krachtige mannen in de bloei van hun leven van hun ziel te beroven. Hierdoor werd hij krachtiger en sinds vorig jaar heeft hij het voor elkaar gekregen om ook een lichaam van vlees en bloed te creëren. Sinds hij het lichaam heeft laat hij zich niet vaak zien omdat hij op het moment nog niet onsterfelijk is en nog geen goddelijke krachten bezit. Aan ons de beschermers van de zeven hoofdsteden is de taak Zeverus te vinden voor hij onsterfelijk is geworden en de uiterste goddelijke krachtbron gevonden heeft. Als hij die doelen compleet heeft zal de ondergang van de zeven steden nabij zijn en zullen alle inwoners van mijn stad Mysteria gedoemd zijn te knielen voor Zeverus. Toen Ariane de laatste zin uitsprak zag Bella de pijn en verdriet in de ogen van Ariane.  Bella sloeg een arm om Ariane en wilde haar troostte toen Ariane versterkt opkeek en de traan die ontstaan was in haar linker oog wegveegde.'' Dit mag absoluut niet gebeuren!'' riep Ariane ''en daar heb ik jou voor nodig'' zei ze. Bella keek Ariane verbaasd aan en vroeg '' mij... heb je mij nodig?. ''Ik ben maar een dood normaal meisje van de groenteboer. waar kun je mij nou voor nodig hebben?''.