Pessimisme is voor losers


#Watmijopvielindekrant Wat is er nodig om onze economie veilig door de 21e eeuw te loodsen? Hoe dichten we de kloof tussen elite en bevolking? En wat is er nodig om het klimaatprobleem echt aan te pakken? Veel mensen hebben het vertrouwen in de traditionele politiek verloren. Uit angst, onmacht of woede zoeken ze de uiteinden van het spectrum op.

Hoe wordt de overheid weer betrouwbaar en herwinnen de grote bedrijven respect? In een spannende briefwisseling discussiëren twee kritische denkers uit verschillende generaties over urgente oplossingen voor de grote vragen van deze tijd. Kees van Lede speelde decennialang een sleutelrol in het internationale deel van het Nederlandse bedrijfsleven. De dertig jaar jongere Joris Luyendijk, die zich als schrijver en journalist regelmatig kritisch uitliet over overheid en bankwezen, dient hem van repliek.

Scherpzinnige brieven over het bedrijfsleven, de bonus-gekte, de Brexit, over macht, moraal en over nieuwe manieren om een eerlijker samenleving te krijgen. Pessimisme is voor losers is een bij vlagen verontrustend, en ten slotte toch optimistisch boek, waarin de ervaringen en visies van Van Lede en Luyendijk elkaar aanvullen en de lezer inspireren.

Is Nederland een meritocratie? "Nee", zegt Joris Luyendijk. "We kunnen het ook niet zijn, en zelfs als we het zijn, zijn we er nog niet." Luyendijk omschrijft meritocratie als een ideologie, het idee dat mensen bij gelijke talenten, gelijke kansen zouden moeten hebben.

Kloof
De ‘verheffing' van de afgelopen veertig jaar heeft tot gevolg gehad dat elke bestuurder en topman uit de hogere middenklasse komt, zegt Luyendijk. "Met als gevolg dat je nu een soort kaste hebt van 25 procent hogeropgeleiden die eigenlijk helemaal niet meer in aanraking komen met de mensen voor wie ze de regels maken en besluiten nemen." Zie daar de kloof tussen de elite en de hoogopgeleiden.

Elites zijn van alle tijden. Maar het probleem met de huidige elite, is dat zij haar verantwoordelijkheid niet neemt, aldus Luyendijk, die Jort Kelder citeert.

Anne-Fleur en Kimberley
"Het sleutelwoord is onderadvisering", zegt Luyendijk. Bij identieke cito-scores krijgen kinderen met hogeropgeleide ouders gemiddeld een half schooltype hoger advies, dan kinderen van ouders met mbo. “Als Anne-Fleur en Kimberley dezelfde score hebben, dan is natuurlijk Kimberley slimmer. Want Anne-Fleur is op alle mogelijke manieren gestimuleerd, en Kimberley niet. Vervolgens sturen we Anne-Fleur naar het gymnasium en Kimberley naar het havo/vwo. Daar is echt iets helemaal mis aan het gaan.”

In het net verschenen boek Pessimisme is voor losers (een briefwisseling tussen Luyendijk en oud-topman Kees van Lede) schetst Luyendijk een beeld van een wereldvreemde elite. Zo schrijft hij: “zit de top niet in bubbel, waarbij bijvoorbeeld de nadelen en risico’s van vrijhandel, immigratie en globalisering vrijwel geheel buiten beeld blijven? Want de tegenstanders, benadeelden en verliezers van open grenzen zitten nooit bij zulke clubs aan tafel."


"Omdat wij het zelfbeeld hebben van een meritocratie denken de mensen die bovenin zitten: willen is kunnen, en succes is een keuze. Zij wilden het kennelijk genoeg, en ze hebben de juiste keuzes gemaakt. Hadden de andere mensen die keuzes ook maar moeten maken. En dat is zó’n miskenning van hoe de wereld in elkaar zit."