Oude muziekinstrumenten: schalmei en dulciaan


In gezelschappen die ‘oude muziek’ maken (muziek uit de middeleeuwen of renaissance) kom je zo nog wel eens tegen: de schalmei, de pommer of de dulciaan. Aangezien ik zelf binnen de ‘Stadspijpers van ’s-Hertogenbosch’ op zowel de schalmei als de dulciaan speel is het misschien wel leuk om eens te vertellen wat dat eigenlijk voor instrumenten zijn.

Herkomst

Een schalmei is een houten blaasinstrument met een dubbelriet. In het verleden werd de schalmei overal in Europa, Azië en Noord-Afrika aangetroffen. Waarschijnlijk zijn het de kruisvaarders die tijdens de kruistochten met het instrument in aanraking kwamen. Zij brachten het mee naar huis en het instrument werd op deze manier al in de vroege middeleeuwen in Europa bekend. De schalmei is de voorloper van de moderne hobo.


Historische groepen

Muziekgroepen zoals de vele Stadspijpersgroepen, waren in de jaren 1400-1600 populair genoeg om op diverse tekeningen en schilderijen te worden afgebeeld.

yoorsapril2021


yoorsapril2021

Fragment van een schilderij van Jeroen Bosch

yoorsapril2021


Bespelen

De schalmei heeft een dubbel riet, dat tijdens het spelen grotendeels in de mond zit. Door ademdruk, lippenstand en lippendruk (embouchure) te variëren kan de trilling van het riet en daardoor ook de toonhoogte beïnvloed worden. Door deze combinatie is het bespelen van de schalmei een intensieve aangelegenheid. Niet alleen voor je lippen en adem, maar ook voor je oren. Een beetje meer of minder met je lippen ‘knijpen’ kan je toon al flink beïnvloeden. Om de lippen wat steun te geven is vaak een klein 'schoteltje' te vinden op halve hoogte van het riet. Dit wordt de pirouette genoemd. De schalmei heeft een conisch geboorde buis, dat wil zeggen dat het instrument naar onderen toe breder is. Om verschillende tonen te maken zijn vingergaten gemaakt. De vingerzetting heeft veel overeenkomsten met de vingerzetting van de blokfluit. De schalmei is niet uitgerust met kleppen, de vingers worden rechtstreeks op de gaten geplaatst. Een uitzondering is er voor de lager klinkende leden van de schalmei-familie. Deze hebben wel kleppen en omdat het klepmechanisme erg teer is, is hierover een kap geplaatst (ook wel 'fontanel' genoemd).

Foto: het dubbelriet

yoorsapril2021
yoorsapril2021

Geluid

Het volume van de schalmei is een stuk groter dan het volume van bijvoorbeeld de blokfluit. Dat maakt dat de schalmei minder geschikt is in kleinere ruimtes, maar des te meer in de open lucht, grotere zalen en festiviteiten. Het is niet raar dan een schalmei tot de ‘luide(re) blaasinstrumenten’ wordt gerekend.

(Foto: Links enkele niccolo's, dan twee schalmeien en rechts twee pommers. De pommers hebben een pirouette, op de andere instrumenten staan ze er even niet op. De verdikking bij de niccolo's en pommers is de hierboven beschreven fontanel)

 Populariteit 

 In de middeleeuwen en renaissance is de schalmei een populair instrument, vergelijkbaar met de blokfluit in de kleinere ruimtes. Er is dan ook veel muziek geschreven die met de schalmei-instrumenten te spelen is. Juist omdat in de renaissance ook de boekdrukkunst voor muzieknotatie werd uitgevonden is veel van die muziek ook bewaard gebleven.

(Foto: een fraai uitgevoerde muzieknotatie)


yoorsapril2021

Schalmei-familie

Bijna alle blaasinstrumenten komen in de late middeleeuwen en renaissance voor in families, kortere instrumenten voor de hogere tonen, langere instrumenten voor de lagere tonen. Ook de schalmei heeft familieleden. Op een rijtje:

  • Nino: sopranino, gestemd in f
  • Schalmei: sopraan, gestemd in c
  • D-Schalmei: sopraanschalmei die gestemd is in d
  • F-Pommer: alt, gestemd in f
  • G-Pommer: alt, gestemd in g
  • Nicolo: tenor, gestemd in c
  • Tenor: tenor, gestemd in c, maar uitgevoerd met enkele kleppen om enkele tonen lager te kunnen.
  • Bas: bas, gestemd in f

Verwant: de dulciaan

Vooral bij de lagere instrumenten was het formaat een probleem. Muzikanten speelden vaak buiten, liepen mee in processies, e.d. Omdat de gemiddelde lengte van de mensen in de middeleeuwen en renaissance lager was dan de hedendaagse Europeaan, was het bespelen van langere instrumenten lastiger. Met de niccolo kon je nog net de straat op, maar de lange tenor kon lopend al heel moeilijk bespeeld worden. Maar een bas was onmogelijk mee te nemen. In feite kon de bas alleen bespeeld worden door van een opstapje gebruik te maken. 


Foto: Muzikant naast een tenor. Je ziet: dit instrument is te groot om zomaar te kunnen bespelen, tenzij je een hele lange muzikant hebt.

yoorsapril2021

Er werd gezocht naar een oplossing voor dit probleem en: die werd gevonden. Men bedacht dat de lange buis, die nodig was om lage tonen te produceren, kon worden 'dubbelgevouwen'. De naam van dit instrument: de dulciaan. Als je dit instrument bekijkt, dan zie je dat het breder is dan een schalmei.

yoorsapril2021

Op deze foto zie je geheel links een dulciaan. Dit instrument is nauwelijks langer dan de pommers die ernaast staan, maar een stuk breder. Het klinkt een heel stuk lager.

Er lopen namelijk twee klankbuizen naast elkaar, aan de onderkant met elkaar verbonden. Men kreeg die onderkant dicht door daar houten pluggen in te doen. Verlaat bij een schalmei het geluid aan de onderkant het instrument, bij de dulciaan zit de klankopening aan de bovenkant. Een andere eigenschap van de dulciaan is dat het geluid wat minder hard klinkt dan de schalmei. Dat zie je in de naam terug: dulciaan is afgeleid van ‘dulce’ (=’zoet’) Ook de dulciaan kwam voor in families: meest gebruikte familieleden: bas, tenor en alt. 

Er bestaan ook sopraan-versies, en daar heb ik er toevallig een van.


Op de foto zie je een sopraan- en een tenordulciaan.

Je ziet dat de tenor is uitgerust met een klep. Het mechanisme van die klep dit onder een kleine 'fontanel'.

yoorsapril2021

Modern instrument

De schalmei en de fagot zijn uit het moderne instrumentarium verdwenen, omdat ze toch te lastig waren om goed te bespelen. Deze instrumenten zijn wel doorontwikkeld.

Onze moderne hobo is van de schalmei afgeleid. Ook de hobo wordt nog met een dubbelriet bespeeld. De dulciaan staat aan de basis van de tegenwoordige fagot. (ook dubbelriet)

Hedendaags gebruik

De renaissance-schalmei wordt , net als de dulciaan, door specialistische instrumentbouwers nog steeds vervaardigd, zo ook de bijbehorende rieten. Diverse groepen muzikanten spelen o.a. met de schalmei- en dulciaanfamilie muziek uit de renaissance, bijvoorbeeld de Stadspijpers van 's-Hertogenbosch. Daarnaast worden modernere varianten van de schalmei nog in oosterse muziek gebruikt.

(Foto: De Stadspijpers in St.Nicolas-chapel in King's Lynn, tijdens het internationale festival van Stadpijpers, 2018)

yoorsapril2021

(c)2021 Hans van Gemert

Afbeeldingen: archief Stadspijpers van 's-Hertogenbosch

Een vroege versie van dit artikel heb ik zelf eerder gepubliceerd op Infonu.nl. De huidige versie is uitgebreid, met tekst en fotomateriaal.

#yoorsapril2021 




91 comments