Pijn


Ieder kwartaal verschijnt er een column van mij in het Meerlingen Magazine van de NVOM (Nederlandse Vereniging voor Ouders van Meerlingen). Deze week viel het 1e magazine van dit jaar op de mat bij de leden van de NVOM. Omdat ik veel reacties heb ontvangen op mijn column heb ik besloten deze ook hier te plaatsen, zodat mijn column nog meer mensen bereikt.

‘Ben je ziek in je hoofd?’ ‘ Ziek in mijn hoofd? Ziek in zijn hoofd is die broer van je!’

Noud ligt inmiddels al 3 weken op bed. Door de pijn kan hij niets meer. Hij komt de dagen door met muziek luisteren via YouTube en Spotify. Muziek heeft een verzachtende werking op pijn. Door de pijn is hij chagrijnig en wil hij veel alleen zijn. Hij komt alleen nog voor het avondeten uit bed. Voor het hele gezin een lastige situatie. Sinds Noud zijn zorgunit is geplaatst (juni 2018) slaapt ook Wout niet meer boven, hij wil nog steeds bij Noud slapen. Noud en Wout slapen in een groot bed en Wout is niet van plan om in een ander bed te slapen. ‘Het is ook mijn bed!’ De band tussen Noud en Wout is heel hecht, des te moeilijker is het nu voor Wout om hulpeloos toe te kijken naar zijn broer en uitgescholden te worden als Noud denkt dat Wout tegen zijn voeten aan stoot. Noud heeft sinds eind 2017 CRPS (Complex Regionaal Pijn Syndroom), de ergste chronische pijn die er is. Het staat boven bevallingspijn en pijn bij amputatie of kanker. Soms als je langs zijn voeten loopt schreeuwt hij het uit van de pijn en beschuldigt hij je ervan dat je er tegenaan loopt.

We merken dat Wout steeds stiller wordt. Vorige week voor het slapen gaan barstte Wout in huilen uit. Hij wilde niet meer naar school, maar bij Noud blijven. Na lang doorvragen kwam het hoge woord eruit. Wout wordt stelselmatig door 5 jongens uit de klas gepest. Een van de jongens gebruikt Wout al weken als boksbal en vindt het gewoon leuk om hem te slaan en te schoppen. Dat verklaart gelijk de vele blauwe plekken op Wout zijn lijf die hij telkens wegmoffelde als gevallen of gebeurd tijdens de gym. Wout gaf aan moeite hebben om niet terug te slaan. ‘Zeg je dan niks tegen hun als ze je pesten?’ ‘Mam, tuurlijk zeg ik dat ze moeten stoppen. Ik heb zelfs gezegd; Stop ermee! Ben je ziek in je hoofd?, maar toen zei hij; Ziek in zijn hoofd is die broer van je! Hij kan niet eens lopen door zijn zieke hoofd!’ Wout begon harder te huilen. ‘Ik heb gewoon moeite met niet terug te vechten, want als ik terugvecht is dat wat de meester ziet en ze zijn met z’n vijven en die verdraaien alles, zodat ik uiteindelijk straf krijg en zij niet’. Daar gaat je moederhart. Je lieve zoon, die zo zorgzaam is en thuis al op zijn tenen loopt heeft het op school nog vele malen erger te verduren. Emma ving het hele verhaal op en het stoom kwam inmiddels uit haar oren. ‘Wie is het?’ ‘Ik zal hem weleens een lesje leren!’ Het zal niet de eerste keer zijn dat Emma jongens die een kop groter zijn dan zij eens een flink pak slaag geeft. Emma kan niet tegen onrecht en kom niet aan haar familie, want dan kom je aan Emma. Gelukkig is school erg betrokken bij ons gezin en is er onmiddellijk actie ondernomen.

Kinderen kunnen heel gemeen zijn, maar kinderen kunnen dingen ook zeggen zonder dat ze weten dat ze een ander ermee kwetsen. Elfi vertelde dat een jongen in haar klas zei dat ze niet zo gehandicapt moest doen. Zo’n opmerking komt deze dagen veel harder aan dan normaal. Maar Emma kwam gelijk voor haar op. ‘Weet je wel dat mijn broer gehandicapt is? Vind jij dat normaal om te zeggen? Wat als jouw broer gehandicapt is? Vind jij jouw opmerking dan normaal?’ De komende tijd wordt het nog zwaarder voor Wout, Emma en Elfi. De artsen weten geen raad meer met Noud en er is besloten om hem weer op te nemen. Hoelang de opname gaat duren is nog onduidelijk, maar een depressieve jongen die aan heeft gegeven zo niet meer te willen leven met deze pijn moet geholpen worden. Een opname betekent dat het hele gezin weer op overlevingsstand gaat. Ik slaap in het ziekenhuis en hopelijk kunnen we een kamer bemachtigen in het Ronald McDonaldhuis, want dan kunnen we als gezin toch een beetje bij elkaar zijn.