Pinda's


Pinda´s zijn geen nootjes. Ze heten dan wel aardnoten, olienoten of in het Engels peanuts maar ze behoren tot de peulvruchten. Ze zijn onder andere familie van de kikkererwt.

Pinda´s zijn de meest populaire snackgroente op aarde.

Pinda, aardnoot, apennoot , olienoot en grondnoot, zijn alle namen voor een bruin peultje dat de ontdekkingsreizigers 500 jaar geleden meenamen uit Zuid-Amerika. De verspreiding ging vrij snel, van Zuid-Amerika naar Afrika (de slavenhandel) om tenslotte Europa te bereiken rond de 17e eeuw

Nu is de pinda maar zeker de pindakaas en pindasaus niet meer weg te denken uit de keuken. niet slechts een lekkernij; de olienoot beschilt over geneeskrachtige eigenschappen.

De Inca’s die de Spanjaarden en Portugezen tegenkwamen op hun ontdekkingstochten verbouwden de pindaplant al. Geen hoofdvoedsel voor de Zuid-Amerikanen maar wel een welkome aanvulling op het dagelijks dieet .

Pinda’s zijn ook gevonden als grafgift. De ontdekkingsreizigers brachten de noot de hele wereld over, van Zuid-Amerika ging de pinda naar Azië en Afrika. Door de slavenhandel kwam de pinda terecht in Noord-Amerika, daarna met de zeelui op het Europese vasteland.

Pinda’s zijn peulvruchten, ze groeien onder de grond, vandaar de naam aardnoot of grondnoot. Ze worden vooral geteeld in tropische en subtropische gebieden. De planten zijn kleine groene struikjes met gele bloempjes. Na de bevruchting komt er een lange witte steel uit de bloem die zich in de grond boort. Na een paar dagen begint een vruchtje aan de steel te groeien, dat wordt de pinda. Het oogsten van de pinda’s gebeurt in veel arme landen nog met de hand, maar de mechanisatie rukt op.

Pinda’s bestaan voor 50% uit vet en voor 25% uit eiwit. Niet onmiddellijk de noot laten staan! Bij de pinda gaat het om (goede) onverzadigde vetten. Daarnaast zitten er voedingsvezels in, vitamine E, vitamines B en flink wat mineralen: magnesium, koper, fosfor, selenium, zink, foliumzuur en kalium.

Bron: infonu/eigen foto's