Ontvoerd door de Taliban


Deze blog is een bewerking annex samenvatting van het boek 'Gekidnapt door de Taliban' van Dilip Joseph en James Lund. Enigszins gedramatiseerd... dat wel.

Mensen helpen in Afghanistan

Arjun, een Amerikaans Indiase arts, kreeg na de afronding van zijn studie het verlangen om naar Afghanistan te gaan, om de bewoners van dorpjes daar te helpen. Hij wilde kleine medische hulpposten opzetten. Hij kwam in contact met een stichting, die mensen vanuit Amerika voor kortere periodes naar Afghanistan stuurde om daar medisch werk te verrichten. Het ging om periodes van twee tot vier weken. 

Dit was precies wat hij zocht en hij overlegde met zijn vrouw, die ermee akkoord ging. Ze vertrouwde erop dat God voor haar man zou zorgen en dat hem niets zou overkomen. Ze stonden er niet bij stil, dat God de vrije wil van mensen tot het uiterste respecteert, ook als die niet bepaald normaal is. Hun leven zou een hele andere wending krijgen dan ze ooit konden vermoeden. Er stond hen een zware tijd te wachten, een loodzware tijd. Ze zouden in gruwelijke onzekerheid terecht komen en de kans dat ze elkaar nooit meer levend zouden zien, was groot, heel groot!

Een rit met dramatische gevolgen

De eerste paar keer dat Arjun naar Afghanistan ging, was er niets aan de hand, maar op een gegeven moment nam hij de veiligheidsvoorschriften iets minder in acht. Hij ging samen met twee medewerkers een gebied in, dat berucht was vanwege de grote aanwezigheid van de Taliban. Ze reden in hun SUV op een rustige, maar bochtige weg. 

De eerste paar keer dat Arjun naar Afghanistan ging, was er niets aan de hand, maar op een gegeven moment nam hij de veiligheidsvoorschriften iets minder in acht. Hij ging samen met twee medewerkers een gebied in, dat berucht was vanwege de grote aanwezigheid van de Taliban. Ze reden in hun SUV op een rustige, maar bochtige weg. Zijn ergste nachtmerrie werd bewaarheid. Er sprongen een paar gewapende mannen met  AK-47 geweren in hun handen voor hun wagen, die hen tot stoppen dwongen. Arjun wist niet of het Taliban of rovers waren, maar ging er vanuit dat zijn laatste uur geslagen was. Een diepe wanhoop maakte zich van hem meester. Hij had kleine kinderen thuis en was nog lang niet klaar om te sterven. Toch was hij er diep van overtuigd, dat dit zou gebeuren.

Hoop op hulp is tevergeefs

De aanvallers haalden hem en zijn medewerkers uit de auto, bonden hun handen op hun rug en blinddoekten hen. Daarna werden ze weer in de auto gegooid. Het was in een paar minuten gebeurd.  In de tussentijd was er een motorrijder de bocht om komen rijden, die gelijk omkeerde toen hij zag wat er gebeurde. Arjun hoopte dat de man hulp zou gaan halen in het dorp, dat dichtbij lag, maar die hoop was tevergeefs. 

De auto scheurde weg en Arjun zag door een klein spleetje in de blinddoek,  dat ze verder bij het dorp vandaan reden. Ze reden richting de bergen en hij kwam tot de overtuiging, dat hij door de Taliban ontvoerd was. Hij deed het in zijn broek van angst en hij zag zijn leven al aan zich voorbij komen. Nooit zou hij zijn geweldige vrouw meer zien. Zijn kinderen zouden zonder hun vader op moeten groeien. De jongste zou hem zelfs niet meer herinneren. De geestelijke pijn was gruwelijk, maar hij kon niets doen om het te veranderen. Hij had niets meer te zeggen over zijn eigen leven.

Zijn twee medewerkers verging het al niet veel beter. Ook zij waren ervan overtuigd dat hun laatste dag was aangebroken en het zweet brak hen uit van angst. Ze wisten tot welke gruwelijkheden de Taliban in staat waren. Als ze doodgeschoten zouden worden, zou dat nog een hele milde dood zijn. De Taliban waren tijdens de rit van hooguit een halfuur of aan het schreeuwen tegen hun slachtoffers of ijzig stil. De sfeer in de auto was beklemmend en Arjun en zijn medewerkers durfden hun mond niet open te doen.

Urenlang lopen door de bergen

Ze werden aan het eind van de rit gedwongen de auto uit te stappen. De blinddoeken werden afgedaan, maar hun handen werden niet losgemaakt. Ze waren bij de bergen aangekomen en er wachtte hen een 9 uur durende tocht door de bergen. Het tempo lag hoog en als een van de gijzelaars even iets langzamer liep van vermoeidheid of pijn, kreeg hij een slag in de rug met de kolf van de kalasjnikov. Ze kregen lange tijd geen eten en drinken. Het enige wat ze kregen waren klappen als ze niet doorliepen. De ene keer gingen ze een steile berghelling op en de andere keer moesten ze weer afdalen.

Ze gingen dieper en dieper de bergen in en Arjun had op een gegeven moment geen idee meer waar hij was en welke richting hij op ging. Af en toe kwamen ze langs een gebouwtje. Het leek er te staan in niemandsland en er brandde geen licht. Keer op keer hoopte hij, dat er mensen zouden zijn die hem en de andere gijzelaars zouden redden, maar de hoop was verloren. Alles deed pijn en hij kon bijna geen stap meer zetten. Hij begreep niet hoe de gijzelnemers in zo'n hoog tempo door konden lopen.

Eindelijk rust? Toch niet!

Na 9 lange uren kwamen ze eindelijk bij een gebouw, waar ze naar binnen gingen. Hij hoopte daar rust te krijgen en te mogen slapen, maar dat was ijdele hoop. Een van de gijzelnemers hield een mobiele telefoon vlak voor het gezicht van de gijzelaars. Hij dwong hen naar de gruwelijke beelden te kijken. 

Telkens als Arjun probeerde weg te kijken, dwong de talib hem weer er wel degelijk naar te kijken. Wat hij zag was een nachtmerrie van de ergste soort. Er werden gruwelijke beelden vertoond voor meer dan een uur. De gijzelnemers wisten precies hoe ze hun slachtoffers moesten breken.

De filmpjes van afgrijselijke martelingen duurden meer dan een uur en al die tijd moesten ze blijven kijken, tot ze compleet gebroken waren. Dit zou hun lot zijn. Gruwelijke martelingen zouden hun deel zijn. De taliban wist hen dat goed duidelijk te maken. Arjun bad wanhopig voor een oplossing. 

Hij moest iets bedenken om hier uit te komen, maar hij had bijna geen hoop meer. Hij was ervan overtuigd, dat hij na zwaar gemarteld te zijn, onthoofd zou worden. Ze zouden die AK-47 vast alleen gebruiken om hem mee te martelen, maar niet om hem te doden. Hij had de machetes wel gezien, die ze achteloos aan een riem om hun gewaad hadden hangen. De Taliban schrok er niet voor terug om mensen te onthoofden. Ook maandenlange ontvoeringen waren regelmatig voorgekomen. 

Hij vroeg zich af wat de reden was dat ze hem en zijn medewerkers ontvoerd hadden. Ging het alleen om geld of had het nog een andere reden? Hij had geen idee en de hemel leek wel van koper. Hij zag hoe donker de blikken waren van de mannen die hem ontvoerd hadden. Die blikken voorspelden weinig goeds. Hij moest hier weg zien te komen, maar kon alleen maar machteloos afwachten en hopen dat hij gemist zou worden.

Nachtmerries die waarheid bleken

Hij hoopte maar dat God hem niet vergeten was en dat mensen hem en zijn medewerkers zouden gaan zoeken. Hij had na die lange martelende tocht in de bloedhete zon in de bergen nog steeds niets gegeten en gedronken. Op het moment dat hij dacht flauw te vallen van de honger, boden de talibs hem een beetje naanbrood en een kopje thee aan. Hij genoot met volle tuigen, maar het kon het hongergevoel niet wegnemen. Uiteindelijk werd hem toegestaan te gaan slapen. Hij zocht een hoekje van de ruimte op en viel daar in een onrustige slaap. Hij kreeg die nacht meerdere nachtmerries over wat hem nog stond te wachten. 

De volgende ochtend dacht hij wakker te worden van de nachtmerries, maar kwam hij tot de schokkende ontdekking dat die nachtmerries wel plaatsgevonden hadden, maar dat de waarheid nog vele malen erger was dan de ergste nachtmerrie van die nacht. Hij was wakker geworden van ijskoud water in zijn gezicht. Hij kreeg daarna wel weer een klein beetje naanbrood en thee aan, maar zodra het op was, moesten de gijzelaars weer mee naar buiten. Weer stond hen een loodzware wandeling door de bergen wachten. Het was al behoorlijk warm en hij had extreme spierpijn van de loodzware tocht van de vorige dag en de vele klappen met het wapen waren ook nog gigantisch pijnlijk. Hij had grote blauwe plekken en had het idee dat er bepaalde lichaamsdelen gekneusd waren. O, wat was het toch fijn om weer in Afghanistan te zijn, dacht hij mistroostig.

Hij wist niet hoe hij nog urenlang zou moeten lopen. Toch stond er nu ook weer een tocht van vier uur te wachten. Als hij omviel van vermoeidheid en pijn, kreeg hij een paar schoppen in zijn rug of tussen zijn benen van zijn ontvoerders en martelaars. Het was bijna onmogelijk om liefde te voelen voor deze mensen, die hem monsterlijk behandelden. Hij probeerde het wel, omdat hij een hart voor mensen had, maar het koste hem onmenselijk veel moeite. Net zoals zij hem behandelden. Ze behandelden hem en zijn medewerkers onmenselijk, zo vond hij. 

Mopperen veranderde echter niets aan zijn omstandigheden. Ze gingen weer omhoog en omlaag. Bovenaan de bergen was de lucht koud en had hij moeite met ademhalen van de kou, als ze weer beneden waren, leek hij tegen een muur van warmte op te lopen en was de warmte verstikkend. Als zij hem niet zouden vermoorden, zou hij wel sterven van uitdroging, uitputting of door de extreme temperatuursverschillen. 

Hij zag aan de gezichten van zijn medewerkers, met wie hij in de loop der tijd goed bevriend was geraakt, dat ze het ook zwaar hadden. Alle gijzelaars waren bezig met hun eigen gedachten. Ze hadden geen energie om te praten. Ook de gijzelnemers zeiden niet veel. Ze leken echter veel minder last te hebben van de temperatuursverschillen. Blijkbaar waren ze er al aan gewend. Op een gegeven moment stopten ze weer bij een verlaten huis. Het bleek ingericht te zijn als moskee en er waren een aantal andere mannen binnen. Hun blikken leken nog donkerder dan die van de mannen die hem en zijn medewerkers ontvoerd hadden. Het bleken ook taliban te zijn.

Een van hen begon via een medewerker van hem, die de taal sprak met Arjun te communiceren. De talib zei dat Arjun met zijn werkgever moest bellen en dat ze een miljoenenbedrag eisten. Als dat niet binnen twee dagen op een bepaalde plaats neergelegd zou worden, zouden alle gijzelaars vermoord worden. 

De gijzelnemer maakte een niet mis te verstaan gebaar. Hij haalde zijn hand langs zijn keel en priemde met een machete in de buik van Arjun. Er ontstond maar een klein wondje, maar het was duidelijk dat dit een heel serieus dreigement was. Hij was er steeds meer van overtuigd dat hij zijn gezin nooit meer terug zou zien. De lichamelijke pijn was extreem, maar de geestelijke pijn was ook bijna niet vol te houden. Hij kan alleen via zijn medewerker met de talibs communiceren, maar er kwamen alleen maar dreigementen uit hun mond.

Kansloos verloren

Op een gegeven moment mochten hij en de andere gevangenen weer wat eten. Het naanbrood en de thee smaakten nu voortreffelijk, maar ze kregen ieder net voldoende vocht en voedsel om in leven te blijven. Een plaats om naar de wc te gaan was er niet. Als iemand hun behoefte moest doen, moest dat buiten, waar geen enkele beschutting was. Hij mocht niet alleen naar buiten, omdat ze bang waren dat hij zou ontsnappen. Hij had geen idee waar hij was, dus ontsnappen was sowieso geen optie. Ze zouden hem dan gelijk neerschieten en mocht hij toch ongezien kunnen ontsnappen, dan zou hij in de bergen verdwalen en van de honger omkomen. 

Hij was kansloos verloren. Zijn leven was voorbij, over, afgelopen, klaar. Het was slechts een kwestie van tijd voor hij zijn laatste adem uit zou blazen. Hij wist wat zijn eindbestemming was en dat God hem toe zou laten in de hemel, maar hij was nog niet klaar om te sterven.

Bevrijd door Seals 6

Opeens kwam er een talib op hem af. Hij maakte hem via de medewerker duidelijk dat hij zijn werkgever moest bellen en duwde hem een telefoon in handen. Met bevende vingers pakte Arjun de telefoon aan en toetste het nummer van zijn werkgever in.  Hij besefte dat dit zijn kans was, al had hij weinig hoop. Het bedrag was zo hoog dat zijn kleine organisatie dat nooit zou kunnen betalen. Ook als al zijn familieleden en vrienden zouden betalen, zou het bedrag te hoog zijn. 1O Miljoen Amerikaanse Dollars moesten er neergelegd worden en dat binnen twee dagen tijd. Zijn kans was verkeken en in tranen luisterde hij naar het overgaan van de telefoon. 

Het leek een eeuwigheid te duren voor hij eindelijk iemand aan de telefoon had. Het bleek niet zijn werkgever te zijn, maar een hoge medewerker van de FBI. Het bleek dat er een heel zoekproces op gang was gekomen, omdat hij niet op een afspraak was verschenen. 

De man zei dat ze al bezig waren met een reddingsoperatie. Ze hadden wel een idee waar ze zaten, omdat de bergen al eerder goed bestudeerd waren. Ze wisten waar de moskee zich bevond en kenden de andere plaatsen waar mensen wel eens vastgehouden werden. Ze zouden de volgende dag al een reddingspoging doen en waren niet van plan losgeld te betalen. De man gaf hem instructies wat hij en de andere gijzelaars moesten doen, als team Seal 6 hen zou komen bevrijden en wat hij tegen de taliban moest zeggen. 

Arjun vertelde alles aan zijn medewerker, die het uiteraard anders vertaalde aan de taliban. Hij loog glashard en met een stalen gezicht de hele boel bij elkaar. De volgende dag werden ze opeens ruw uit hun slaap gewekt door het geluid van een helikopter. Voor ze het wisten stonden er een aantal zwaargewapende mannen in donkere gevechtspakken binnen die uit de helikopter gesprongen waren. Iedereen moest staan met de handen omhoog, maar de gijzelaars doken naar de grond en hielden hun handen boven hun rug. Ze riepen zijn naam en hij melde zich. In no-time lag er een man boven op hem, om hem te beschermen. Hij hoorde telkens als hij een vraag had beantwoord van de man die op hem lag, een klik. 

Toen hij uiteindelijk overeind geholpen was, bleek dat al zijn ontvoerders dood waren. Hij had het overleefd en zijn medewerkers, maar een seal 6 voegde hem met een grijns, maar een serieuze ondertoon toe dat zij hem zouden vermoorden, als hij nog een keer naar Afghanistan zou gaan. Arjun had zijn lesje wel geleerd. Hij zou voortaan wel uitkijken voor hij nog eens die kant op zou gaan. De Seals hielpen hem en zijn medewerkers in de helikopter. Ze leefden nog en waren dankten God en de Seals uitgebreid en uitbundig.