×

Yoors


exit_to_app Inloggen

camera_alt
Afbeelding toevoegen
Dit zijn de spelregels van bikkelen, een heerlijk spel uit de oude doos

Dit zijn de spelregels van bikkelen, een heerlijk spel uit de oude doos


Ken jij ze nog? De bikkels van weleer.

Als kind was ik er dol op, pekkelen zoals het bij ons werd genoemd, was een favoriete bezigheid op de speelplaats.

 Oorspronkelijk waren bikkels kootjes van schapen en geiten en het bikkelen was al bij de Grieken in de oudheid bekend.

Later werden er ook bikkels van metaal gemaakt waarmee gespeeld kon worden. 

De jongeren van vandaag kennen vaak dergelijke spellen niet meer.

Maar ze hadden grote waarde.

Een spel als bikkelen, net als ook knikkeren en tollen, leerde kinderen makkelijk omgaan met verlies, je won, je verloor, maar vooral je was samen bezig.

Er werd meestal ook gezongen bij het bikkelen, de liedjes waren vaak streekgebonden.

Hier volgt nog een liedje uit de oude vervlogen tijd.

Zwart Willemijntje
zat achter ´t gordijntje
zij waste haar hand met water af
zij droogde ze aan den handdoek af
zij nam er een van de tafel af

Anne de pop, ik raap je op
Anne de peer, ik leg er een neer
Moeder de vlo, die bijt mij zo
Die bijt me zeer,
ik leg er een neer.

ik bouw een huisje
van kalk een kluisje
van kalk en steen
daar gooi ik een bikkel heen

En iedereen kon de spelregels, sommigen nog voor ze konden lezen.

Wie het spel nog eens wil spelen, of op een familiefeestje uit de doos wil halen, hier volgen toch nog eens de spelregels:

Het bikkelspel is een spel dat gespeeld wordt met kleine klompjes hard materiaal (meestal bot of metaal, en soms zelfs harde plastiek). De klompjes worden bikkels genoemd.

Van oorsprong werden hiervoor het sprongbeentjes  (talus, onderdeel van enkelgewricht) van een schaap gebruikt.

Het spel vereist voornamelijk handvaardigheid.

De bikkels worden in de hand genomen, opgegooid en weer opgevangen.

Daarbij moet een bepaalde volgorde in het aantal bikkels dat opgegooid wordt worden aangehouden.

Met name het opvangen van de bikkels op de bovenkant van de hand vergt enige bedrevenheid.


SPELERS Twee of meer.

Vanaf 8 jaar. 

MATERIAAL

Doorgaans speelt men met vijf bikkels. 

SPELBESCHRIJVING

Bij het bikkelspel poogt men op verschillende wijzen de bikkels op te werpen en te vangen.

Hierbij moeten vaste, opgelegde figuren worden gevolgd.

Wanneer men in een beweging mislukt, verliest men zijn beurt en kan een volgende speler aan het werk.

Komt men later opnieuw aan de beurt, dan herneemt men het spel vanaf die figuur waarin men faalde.

Wie er het eerst in slaagt alle afgesproken patronen foutloos te bikkelen, wint het spel.

De benamingen van de figuren of bewegingen zijn erg streekgebonden.

De inhoud ervan is echter vrijwel altijd identiek.

Hieronder volgt de beschrijving van de meest voorkomende figuren.

1. De elementaire vorm: gewoon. 

De 'eentjesfiguur

Bij deze zeer oude basisfiguur werpt een speler de vijf bikkels tegelijk in de lucht en tracht ze op de rug van dezelfde hand te doen belanden.

Dan wipt hij de bikkels vanop zijn handrug terug omhoog en vangt ze vervolgens op in zijn handpalm.

Dit alles gebeurt met één en dezelfde hand.

Lukt dit met alle bikkels, dan mag men onmiddellijk overgaan naar een volgende beweging.

Meestal slaagt men er echter niet in alle bikkels op de handrug te vangen.

Men kan dan ook – uit veiligheidsoverwegingen – een aantal bikkels van de handrug laten glijden.
Zo moeten uiteindelijk slechts één of twee bikkels worden opgeworpen en gevangen, wat minder moeilijk is.

Eenmaal de bikkels terug in de handpalm, kiest men één bikkel uit.

De andere (indien er meer werden opgevangen) worden opzij gelegd. De bikkels die bij de opwerp op de grond zijn gevallen of die men van de handrug liet rollen, moeten nu één per één ( de eentjesfiguur) worden opgeraapt.

Dat gaat als volgt: de werpbikkel wordt opwaarts gegooid.

Met dezelfde hand wordt snel één van de grondbikkels opgeraapt en in één beweging wordt de omhoog geworpen werpbikkel terug opgevangen.

De opgeraapte bikkel wordt opzij gelegd.

Dan kan men een volgende bikkel aanpakken en zo verder tot alle bikkels zijn opgeraapt.
Daarna bikkelt men achtereenvolgens:

'De tweetjes'

Het spelverloop is identiek als hierboven. De bikkels, die op de grond liggen, moeten echter twee per twee worden opgeraapt. Een – eventueel – resterende bikkel wordt apart opgeraapt.

'De drietjes

De bikkels worden per drie opgeraapt, nadien de vierde apart.

'De viertjes'

Alle vier samen worden de bikkels opgeraapt.

Opmerking: Bij deze figuren is het meestal toegelaten de bikkels van elkaar of naar elkaar toe te schuiven.

Zo wordt het oprapen vergemakkelijkt.

Ook dit verschuiven moet gebeuren, terwijl één bikkel opgeworpen en opnieuw gevangen wordt. 

2. 'Zaaien'

In plaats van de bikkels op te werpen en op de handrug weer op te vangen, worden ze eenvoudig met zaaiende beweging op de grond uitgestrooid.

Eenmaal op de grond mogen de bikkels mekaar niet raken.

De speler neemt één van de bikkels op, werpt hem in de lucht en voert ondertussen de gekende, voorgeschreven bewegingen uit: de ééntjes, de tweetjes, de drietjes en de viertjes.

Opmerking:

De bikkels moeten nu wel onmiddellijk worden opgeraapt.

M.a.w. men mag ze niet dichter bij elkaar schuiven. 

3. 'Maaien'

Deze figuur is bijna identiek aan de vorige.

Het enige verschil is dat men hier de opgeworpen bikkel niet gewoon, maar telkens met een horizontale, maaiende beweging opvangt. 

4. 'Kappen' of 'Krabben'

Hier wordt de maaiende beweging vervangen door een krabbend gebaar, met de handpalm naar de grond toe. 

5. 'Bruggetje' of 'Onder de brug'

Na zaaiend de bikkels op de grond gegooid te hebben, kiest de speler één bikkel uit.

Hij maakt dan met duim en wijsvinger een bruggetje op de grond. Terwijl hij nu die ene bikkel opwerpt, tracht hij de overige bikkels door het bruggetje te schuiven.

Eerst één per één, enz. 

De hierboven beschreven figuren zijn de meest voorkomende.

Daarnaast bestaan er nog tal van speelwijzen, die elkaar altijd in vaste volgorde moeten opvolgen: de bikkels aan het hart of aan de mond brengen, de bikkels verleggen of omdraaien, pispotje, … Het komt er zoals gezegd op aan, foutloos de verschillende figuren te doorlopen.

Slaagt men in een figuur dan mag men verder gaan met een volgende (maar moeilijker) beweging.

Men maakt een fout of verliest zijn beurt wanneer men:

  • De bikkels die op de handrug lagen, niet allemaal terug in de handpalm kan vangen.
  • De opgeworpen bikkel niet kan opvangen, zodat hij op de grond valt. 
  • Bij het oprapen steun zoekt bij een ander lichaamsdeel, om te beletten dat een bikkel valt. 
  • Men niet het juiste aantal bikkels opraapt (slechts twee in de plaats van drie bijvoorbeeld) 
  • Eén bikkel opraapt en terug op de grond laat glippen, ook al slaagt men er ondertussen in de werpbikkel terug op te vangen.

Bekijk ook zeker dit prachtige nostalgische filmpje

Bronnen: speelgoedmertens.be, wikipedia, Hendry van Ittersum,


Bedankt voor het bezoek.

Voor meer natuurlijke tips volg ons  op https://www.facebook.com/deapotheekvandenatuur/                         of https://www.facebook.com/Gezondheid-onder-de-loep/
Heb je zelf ideeën die je de wereld wilt insturen?
Meld je dan aan en krijg meteen 300 punten.






enigma
Wat toevallig ! Ik heb het net weer 'ingevoegd' in mijn klas. Ze zijn enthousiast en brachten bikkels van oma's en opa's mee naar school. Ik laat je filmpje eens afspelen in de klas !
19-09-2018 16:22
19-09-2018 16:22 • 1 reactie • Reageer
Yoors World
Hehe super 😜
19-09-2018 23:23
19-09-2018 23:23 • Reageer
Ingrid Tips en meer
Nooit van gehoord. Maar 'kootjes van schapen'.... pfff
19-09-2018 07:56
19-09-2018 07:56 • 1 reactie • Reageer
Yoors World
Dit spel is eeuwen geleden ontstaan, dan was er geen plastiek en werd metaal niet voor speelgoed of spellen gebruikt. De mensen hadden toen vast even erg hun neus opgehaald voor plastiek ....kootjes van schapen was toen heel normaal. Net als een varkensblaas die als bal dienst deed. 
19-09-2018 11:22
19-09-2018 11:22 • 1 reactie • Reageer