BONSAI*** Hoe begin je er aan.


Van startmateriaal tot Bonsai in 11 stappen:

In deze blog wordt één van de methoden getoond om met een bonsai te starten.     Aan de hand van elf schetsen is schematisch het groei- en snoeiproces, in de loop der jaren, te volgen.      Let wel: deze techniek is enkel mogelijk met bladverliezende bomensoort.  kies best een exemplaar uit onze klimaatzone.

Deze zijn te vinden in alle plantencentra of in de eigen tuin.  De eerste stap:  Men kiest een boompje met een interessante wortelvoet.  De wortels mooi gespreid rond de stam en met een fijn uitlopend gestel.    

 In de herfst, na de bladval, zaag je het bovendeel van de boom af. Indien er nog een penwortel is (verticaal naar beneden lopend), dan wordt deze weggenomen. De helft van het wortelgestel wegsnoeien, met behoud van zoveel mogelijk fijn wortels.  Plaats de startplant in een ruime pot met een goed waterdoorlatend mengsel.

In de lente zal je meerdere knoppen op de stam en op de rand van de wonde zien verschijnen.

De overtollige knoppen, op de stam, worden weggenomen.  Op de rand laat je twee of drie twijgjes uitgroeien.  De onderste knoppen op deze twijgjes worden weggenomen en laat de resterende delen uitgroeien en verdikken.  De dominante tak (die het snelst groeit) kiezen we als toekomstige apex (top).
Op de tekening rechts, is de volgende snoeiplaats op de dominante tak aangegeven (rode stippellijn).  Links groeit de eerste zijtak.

Op dit nieuwe snoeivlak (fig. 3) ontstaan de tweede eda (hoofdtak) naar rechts, en de verderzetting van de stam, links opwaarts (fig. 4).  De linkse eda, onderaan, groeit veder.

Hierboven (fig. 4) zien we het volgende snoeivlak (rode stippellijn) waarlangs zich het groeiproces herhaalt.

De twijgjes op de eerste en tweede hoofdtakken worden een weinig gesnoeid om een fijnere vertakking te bekomen, terwijl de hoofdtakken verdikken.


Eén van de jonge scheuten binden we naar achter.       Dit wordt de achtertak die voor diepte in onze creatie zal zorgen.

Het buigen en 'zetten' van de takken gebeurt met speciale aluminiumdraad, die in verschillende diktes te verkrijgen is.

De nieuwe top laten we een jaar verdikken alvorens terug te snoeien.

Door telkens de top terug te snoeien en alternerend van links naar rechts, verder te laten uitgroeien, krijgen we een zigzag beweging in de stam.
Het taps uitlopen en een aantrekkelijke beweging in de stam, geven een  oude indruk, zoals we die verbeelden bij een oude boom in een sprookjesbos.
Het totale takkengestel moet een evenwichtige onregelmatige driehoek als vorm hebben, om een natuurlijke indruk te bekomen.

Na een tiental jaren van groeien en snoeien kunnen we onze pre-bonsai in een echte Bonsaischaal planten.  Een gepaste verzorging in de buitenlucht en een verfijning van de blad- en takstructuur laten onze minniatuurboom uitgroeien tot een volwaardige Bonsai.

Een Bonsai is nooit 'af'; het blijft een levend beeldhouwwerk welke onze voortdurende aandacht verdient.

En voor wie denkt:" Op een tekening is alles mogelijk"...  Hieronder drie foto's van een Acer campestre (Veldesdoorn) waar ik drie jaar geleden aan begon.  De laatste foto is van de november 2017.  Dit is nog maar het beginstadium, pas na een jaar of tien kunnen we van een pre-bonsai beginnen te spreken.

Op de eerste foto zien we dat er boven de linker scheut geen leven te bespeuren valt.  Deze scheut zal noodgedwongen uitgroeien tot apex.  Na de zomergroei (tweede foto) werd het bovenste deel van de stam een tweede keer weggenomen en uitgefreesd (shari).  Dat de eerste en tweede eda (tak)op gelijk hoogte staan, zal in de toekomst verholpen worden door de boom schuin naar links hellend  te verpotten. Hierdoor komt de linker tak lager dan de rechter te staan.  Het substraat (grondmengsel) bestaat uit Akadama (gebakken Japanse kleikorrels) en Bims (puimsteenkorrels).

Maar dat het ook soms mis kan gaan toont deze Acer in memoriam.

Word lid en beloon de maker en jezelf!