Ik heb een bekend sprookje herschreven


Wakeupkitty is al een tijdje sprookjes aan het herschrijven en het idee bevalt me, dus ik doe er ook een. Een geflipte mix tussen komedie en drama.
Ik ben niet goed in kort schrijven, heb het geprobeerd op sommige punten, maar op zich leest dit vlot door. Er zijn 8 "hoofdstukken". Heb ook wat schetsen erbij gemaakt.

Als je tijd en zin hebt in een simpel verhaal, veel plezier.






Hoofdstuk 1 - "Er was eens, etc."

In een simpel dorp leefde eens een hardwerkende man met zijn drie dochters. Een van deze kinderen was het levende bewijs dat het geen goed idee was je baby een oppervlakkige omschrijving als roepnaam te geven. Het meisje heette "Schoonheid" en was een onaantrekkelijk verschijnsel. Ze had een ingedrukt gezichtje en een lichte vorm van weerwolfsyndroom, maar deze kenmerken begonnen pas goed op te vallen in haar kleutertijd.

Een bekende gezegde beweert dat schoonheid van binnen zit, maar Schoonheid was van binnen ook niet schoon en joeg iedereen weg met haar negativiteit. Toch, het leven is niet zwart-wit en haar rotkarakter kwam niet uit het niks.

Zo lang ze zich kon herinneren waren de dorpelingen kortaf tegen haar en kinderen wilde nooit met haar spelen, tenzij ze een grap gingen uithalen. Ze werd veel gepest. Als kind was Schoonheid niet bewust van haar uiterlijk, maar het viel natuurlijk op dat haar zussen wel populair waren bij de jongens en niet vies aan werden gekeken op straat.  Schoonheid werd niet zo zeer jaloers op ze, eerder boos op de rest van de wereld, die haar veroordeelde om iets waar ze niks aan kon doen.  Haar motivatie om aardig te blijven sijpelde weg.

Haar zussen namen het nog voor haar op toen ze klein waren, maar zodra hun tienertijd aanbrak, werden ze afstandelijker. Ze begonnen aan hun eigen imago te denken en hun kleine zusje mocht niet meer met ze meelopen. Zo groeide Schoonheid op tot een kortlontige pessimist die liever hele dagen in haar eentje spendeerde. Ze genoot ervan om te snauwen tegen de mensen waar ze toch nooit indruk op kon maken met haar eerdere vrijgevigheid. Ze verdienden haar aandacht niet meer.

Hun vader was veel afwezig voor zijn werk, maar op een dag merkte hij dat het niet meer fijn thuiskomen was. Het was een man die het moeilijk vond zijn gevoelens te uiten of erover te praten, waardoor hij in zijn eentje de conclusie trok dat zijn dochters boos op hem waren. Wanneer was het de laatste keer dat hij ze vergezelde bij het avondeten?
Omdat hij een aankomende zakenreis had, bood hij aan ze een cadeau mee te nemen op de terugweg. De dames vroegen niet waarom hij ze wilde omkopen en accepteerde zijn aanbod direct.

De twee oudsten vroegen om typische meisjesdingen, zoals jurken en sieraden. Schoonheid vroeg om een auto. Haar vader begreep niet wat dat was, want ze leefden in de 18e eeuw.

Maar geen van hen kreeg een cadeau, want hun vader kwam nooit meer terug. Het was onduidelijk wat er was gebeurd, maar het leek erop dat de koopman was beroofd en vermoord.
Zijn dochters hadden verdriet, maar Schoonheid nog het meest. Hij was wel altijd aardig tegen haar, ook al zag ze hem weinig, en nu was het enige lichtpunt in haar leven dood. Haar pessimistische kant lachte. Natuurlijk moest hij sterven, alles dat haar een beetje geluk gaf verdween.
De thuissituatie verergerde; zijn dood bracht haar en haar zussen niet dichter bij elkaar en het spaargeld raakte op. Het zat eraan te komen. Geen van hen had immers gestudeerd, werkervaring, of ooit maar een bezem opgepakt.

Schoonheids zussen hadden een relatief kort rouwproces en namen de snelste uitweg; ze trouwden met een van de vele jongens die jarenlang achter ze aan hadden gekwijld, zodat die nu voor hen konden zorgen. Schoonheid zag het nog voor zich, hoe ze in hun vaders hoed papiertjes met namen hadden gedaan en maar wat grabbelde. Zo weinig kon het ze schelen.
Aan de andere kant, de mannen gaven waarschijnlijk ook niks om hen. Ze waren alleen verliefd op ze omdat ze mooi waren, niks anders. Ze wisten hun lievelingseten en verjaardag niet eens.

Zo bleef Schoonheid alleen in het huis achter. De stilte was fijn, maar ze moest nog steeds geld binnenhalen. Maar wie zou haar inhuren? Niet alleen was ze lelijk en een chagrijn, ze was net zo onbekwaam als haar zussen..




Hoofdstuk 2 - "Bruiloft des schone schijn"

Er werd buiten luid feest gevierd, want de twee lievelingen van het dorp waren eindelijk getrouwd en de gelukkige mannen waren.. nou, gelukkig, zoals te verwachten. Zij hadden een "trophy wife" binnengesleept en genoten van de jaloerse blikken van hun gasten.

Een nieuwere generatie jongens zat zichtbaar aan de kant te mopperen. Zij vonden het niet om te vieren dat "de mooiste vrouwen ter wereld" nu van de markt waren. Niet dat ze ooit een kans maakten, ofzo.

Het groepje fans bestond uit 14 tot 18-jarigen en Schoonheids zussen waren onderhand halverwege de 20. Iedereen wist dat vrouwen geen jongens wilden die ze moesten verzorgen, maar een man die hun zou verzorgen, toch deden ze alsof ze meespeelde in de liefdesrace en zwaar hadden verloren.

Maar het was niet hun schuld dat er een idealistisch beeld van de bruiden heerste. Hun gemaakte enthousiasme en geoefende glimlach liet iedereen geloven dat ze te maken hadden met superleuke vrouwen, zo ging het al jaren. Zo'n lach behoort alleen tot iemand met een goed gevoel voor humor, dachten ze. De dorpsmeisjes leden eronder.
De jongens vonden niet dat die er slecht uitzagen ofzo, maar er zat geen oogverblindende gloed om ze heen die verborgen hielden dat ze de passie hadden van een natte dweil. Die meisjes deelden allemaal dezelfde saaie dromen en interesses, niemand wilde wat beleven in die wijde wereld. Huisvrouw zijn met 6 of 7 kinderen was best. Dat was ook wat hun ouderwetse ouders van ze verwachtte.
Dat de zussen zo laat gingen trouwen vonden de jongens bewijs dat ze ware liefde belangrijk vonden en zich niet in het huwelijksbootje lieten dwingen. Het waren sterke vrouwen.

Uh-huh. Ja hoor.

Een van de jongens keek naar zijn mokkende vrienden en besloot een nieuw stukje kennis met ze te delen. Er zou nog een jongere zus zijn. Het groepje reageerde verbaasd en optimistisch. Die hadden ze nooit gezien, waar was ze dan? Hij vervolgde daarna dat ze lelijk was als een klokkenluider, en hun enthousiasme werd direct minder. Aangezien hij zo in zijn vuist zat te grinniken was hij ze aan het pesten, zoals altijd. Als dank kreeg hij een knokkel in z'n kruis.

Toch bleef er een geïnteresseerde over die zijn woorden half geloofde. De grappenmaker begon zo plots over een zus, zou hij dat toch ergens gehoord hebben?

Hij verliet het feest des schone schijn en ging naar het huis van de overleden koopman. Hij verwachtte dat het verlaten zou zijn en hij naar een portretje kon zoeken van deze mogelijke zus ter bevestiging, maar er brandde licht binnen. Vreemd, want de zon was op. Waarom waren de gordijnen dicht en werd er lampolie verspild?
Hij klopte aan. Een minuut lang. Uiteindelijk kwam er een ongewassen vrouw in een nachtjas voor de deur. Of eerder achter de deur, die op een kier bleef staan.

"Ik heb geen korset aan, is het belangrijk..?!" antwoordde ze. Gezellig, en ook gelijk met informatie die hij niet hoefde te weten.

"Oh. Woont u nu hier, mevrouw?" vroeg de jongen.

"Alleen maar sinds mijn geboorte!"

Was zij dan desbetreffende zus? De jongen twijfelde, hij verwachtte niet dat zijn vriend juist zou gokken over haar uiterlijk. Het kon een ander familielid zijn, maar misschien moest hij eerst eens haar achternaam vragen.

"Ah.. wat is uw naam?" vroeg hij.

"Schoonheid, wat moet je ermee?" gromde ze terug.

Zijn ogen werden groter. Noemde deze wildvreemde hem nu "schoonheid"? Op zo'n brutale toon nog wel. Dat soort lef had hij nooit meegemaakt, zo gedroegen vrouwen zich niet in die tijd. De 18e eeuw dus. Zoals ik eerder vermeldde.
Hij legde haar uit dat hij op zoek was naar de derde zus van de twee bruiden op het plein, maar Schoonheid dacht dat hij met een uitnodiging kwam om naar het feest te komen en gooide meteen de deur dicht in zijn snuffel.

"Zeg maar tegen ze dat ze goed doen alsof onze vader nog leeft!" hoorde hij haar achter de dichte deur roepen.

Hij keerde zich om en liep terug. Het was geen succesvolle interactie, maar het leek erop dat het gerucht waar was. Een beetje teleurstellend dat het zo'n onplezierig figuur bleek te zijn, terwijl haar zussen in elk opzicht aantrekkelijk waren. Was ze geadopteerd of een halfzus? In ieder geval vond hij het niet nodig dit nieuws aan de anderen te vertellen. Het was duidelijk dat de vrouw alleen wilde zijn, en zijn vrienden waren geen tolerante mensen. Als ze haar zouden gaan pesten en lastigvallen, wist ze gelijk wie te danken.

De jongen naderde het plein, waar het bleek dat zijn vrienden nog niet klaar waren met de zussen en in zijn afwezigheid hun eigen plannen hadden bedacht. Ze groette hem erg enthousiast. Die hadden weer iets van hem nodig.
Inderdaad, aangezien hij al kennis had gemaakt met "de nieuwe inwoonster" van het huis, wilde ze dat hij aan haar ging vragen naar.. eigendommen.. van de zussen. Ze hadden gehoord dat de dames hun ouderlijk huis hadden verlaten zonder hun oude spullen mee te nemen en het kwam voor in dit armoedige dorp dat een huis met inhoud en al werd overgenomen. Zoals ze hier zeggen: "Je kan nooit te veel sokken hebben."

De jongen rolde agressief zijn ogen.
"Zullen we dat niet doen?" vroeg hij.

"Als wij gaan zal het niet lukken, maar iedereen vind jou sexy en schattig!" legde een van de jongens uit, "Gewoon die lange wimpers op dat mens gebruiken!"

"Alsjebliiiiiieeeeeeeft?" slijmde een ander, "Daar zijn we toch vrienden voor? En jij bent onze ALLERBESTE vriend."

Het was aardig ongepast om een vreemde naar andermans ondergoed te vragen, maar overduidelijk kon dat de jongens niks schelen. Vooral niet als ze iemand anders voor hun karretje konden spannen. Zonder verder naar de bezwaren te luisteren, forceerde ze elk een beurs met munten in de handen van hun "allerbeste vriend" en bedankte hem alvast. De jongen zuchtte luid, maar bedacht zich dat hij ook zijn oog op wat kledingstukken had en hij het net zo goed kon proberen. Um. Geen ondergoed.

Het was niet alsof hij wat beters te doen had in dit dorp -wie wel- en besloot de volgende dag te gaan. De kans was alvast klein dat Schoonheid vandaag de deur weer voor hem zou open doen.




Hoofdstuk 3 - "Er is een markt voor 2ehands vrouwenondergoed, ik heb het niet verzonnen"

De ochtend brak aan en de jongen vertrok om Schoonheid te gaan zien, met alle buideltjes geld van zijn vrienden in zijn broekzakken. Hij had alleen nog een strategie nodig, hij wilde niet dat hij voor een viezerik werd aangezien. Misschien zou ze alles van haar familie meegeven voor één bedrag, op die manier zou hij ook krijgen waar hij voor kwam, namelijk de sierlijke jassen van de koopman. Zijn stijl beviel hem wel.
..Aan de andere kant, als deze koopman haar vader was, was dat misschien het laatste waar ze afscheid van wou nemen. Lag eraan hoe goed hun relatie was. Hij betwijfelde daarnaast dat ze die zou verkopen voor dat beetje geld dat hij bezat, die dingen moesten een fortuin waard zijn. Maar niet geschoten was altijd mis.

Bij het huis aangekomen klopte hij aan. 5 minuten lang. De deur schoot open, maar bleef wederom op een kiertje.
"Goddomme!"
mopperde een vermoeid gezicht tussen de deur, "Watisser!"

"Hallo alweer." groette de jongen.

"Oh, het is jij, met de oogballen." kreunde Schoonheid. Geen idee wat ze daarmee bedoelde. "Ben je soms de slaaf van mijn zussen? Als ze wat te zeggen hebben, moeten ze zelf komen!"

De jongen verklaarde haastig de reden voor zijn bezoek voordat ze de deur weer kon dichtgooien. Hij probeerde een mooie strik aan zijn verhaal te geven, maar subtiel kon hij het niet brengen. Hij wilde een zak met kleren van haar overnemen en "het was niet erg als daar lingerie tussen zat".

Schoonheid trapte er niet in en haar eerste instinct was om iets naar zijn hoofd te gooien, maar ze bleef stil en absorbeerde zijn woorden eerst voordat ze een definitief antwoord gaf. Hier moest ze toch even over nadenken. Het huis was nu niet alleen veel te groot voor haar, maar zat propvol met spullen die ze toch nooit zou gebruiken. Voornamelijk van haar stomme zussen. Belangrijker nog, ze moest geld hebben. Ze at nu al een week lang één snee brood per dag dat steeds droger werd. Het beetje geld dat ze had wilde ze niet uitgeven aan nieuw brood, want wat als er een echte moeilijke dag aanbrak of iets belangrijks vervangen moest worden? Maar ja, wat was belangrijker dan eten..?

Ze besloot het smerige verzoek van "zijn vrienden" (wat een oud excuus, tjongejonge) niet te adresseren en gaf een algemeen akkoord waarbij hij kleding mocht overkopen. Maar geld alleen was niet genoeg. Nu hij er toch was, kon hij mooi eten en drinken bij haar thuisbezorgen, dan hoefde zij haar gezicht niet in het dorp te laten zien en bleef haar record binnenblijven intact.
De jongen had geen echte bezwaren, maar de goede onderhandeling maakte hem iets te zelfverzekerd en brutaal. Hij wilde haar woord dat de jassen van haar vader ook te koop waren voordat hij haar hand kon schudden. Schoonheid viel stil. De jongen voelde een donderwolk aankomen, maar wachtte haar reactie geduldig af met zijn handen in zijn zij.

Dat deed de deur dicht tegen een emmer die overliep, wat een hebberige viezerik zonder empathie! Schoonheids gezicht werd op slag rood. Haar hand veranderde in een klauw en claimde één van de geldbuidels in zijn broekzak, waarna ze een hoopje ondergoed naar hem toe gooide. De onderhandeling was klaar en de deur ging dicht, ze wilde hem gelijk niet meer als bezorgjongen hebben.

Hij keek naar de gedumpte broekjes op zijn laarzen. Dat ging weer eens snel bergafwaarts, praten met haar was een echte klus. Toch voelde hij zich schuldig. Hij dacht de zakenman met haar te kunnen spelen en vergat zo toch weer dat hij de eigendommen zat op te eisen van een overleden man. Haar vader. Normaal deed hij nooit zo, wou hij die jassen dan zo graag? Blijkbaar. Haar reactie was beangstigend, maar terecht. Als iemand op deze manier bij hem thuis had aangeklopt, zou hij ook zijn geduld hebben verloren.

Zoals verwacht gaven zijn vrienden er niet om dat hij iemand die ze toch niet kende boos had gemaakt, ze waren blij met hun ongepaste cadeaus en hoefde de rest van het verhaal niet te horen. De missie was klaar en geslaagd, maar het bleef de jongen storen. Hij wilde teruggaan om zijn excuses aan te bieden, maar na deze twee korte ontmoetingen kon hij al voorspellen hoe zijn poging af zou lopen. Een van zijn vrienden grapte dat vrouwen nou eenmaal zo waren en altijd iets zochten om boos over te worden . Dat kon niet waar zijn, zijn moeder was niet zo.
"Jouw moeder is een vrouw?" hoorde hij zijn vrienden zeggen in zijn gedachte. Hun gedrag kon hij ook voorspellen.

Dit zou hem alleen maar opvreten, misschien moest hij haar weer een dag rust geven en morgen terugkomen.




Hoofdstuk 4 - "Tot de schuld is afbetaald"

Zo gezegd, zo gedaan, de jongen was Schoonheid weer gaan zien. Het was verrassend dat ze de deur nog voor hem opendeed, al moest hij nu 10 minuten op haar wachten.

Het leek erop dat ze de nacht goed had gebruikt om alles te verwerken, en haar eerdere aanbod was weer op tafel; waarbij hij voor een klein bedrag en zijn hulp als bezorgjongen spullen mocht uitkiezen. Behalve dan wat van haar vader was, dat was taboe.
Hij wilde eigenlijk niks kopen, de jassen waren alles dat hem interesseerde, maar toch nam hij de baan aan. Als hij voor even haar bezorger zou spelen, geloofde hij op die manier zijn gedrag goed te maken.

Zo begon er een dagelijkse routine. De jongen klopte aan -waarbij het iedere keer leek dat de wachttijd 5 minuten groeide- en kreeg een korte lijst met boodschappen mee die hij moest halen. Zodra hij terugkwam, mocht hij het huis doorkijken en iets uitkiezen. Dat stond Schoonheid met moeite toe, ze had liever geen volk binnen, maar ze had geen betere methode. Ze hield ten alle tijden haar ogen op hem, om zeker te weten dat hij niks stal of ergens zat te wroeten waar hij niet hoefde te zijn, maar hij was zeer netjes.
Het viel haar wel op dat hij niet echt zijn best deed wat bijzonders uit te zoeken. Meestal nam hij een paar wollen sokken mee en vertrok. Na een maand werd het toch een beetje te veel van het goede.

"Je pakt al mijn sokken!" mopperde ze, "Kies eens wat anders uit."

"Je kan nooit genoeg sokken hebben." antwoordde hij.

"Wel, jij gek, je hebt maar twee voeten!"

Zei ze dit op hun dag van ontmoeting, zou hij het hebben gezien als een vijandige snauw, maar na zo'n lange tijd met haar te hebben doorgebracht leek het alsof hij haar opmerkingen beter begreep.

Er zat humor achter haar woorden, je moest er alleen kalm onder blijven. En hij zag het niet verkeerd; haar mondhoeken gingen lichtjes omhoog voordat ze weer zakten.
Maar hij wist dat dit zo niet door kon gaan. Hij had veel geld gespaard, maar dit was het eerste baantje waar hij zijn eigen loon voor betaalde. Zijn geld was op aan het raken aan boodschappen voor deze vrouw en zijn kamer vulde zich met ongewenste troep. Misschien was het tijd de deal stop te zetten voordat hij blut raakte.

Een nieuwe ochtend brak aan en de dingen verliepen zoals gewoonlijk, maar terug bij Schoonheids huis aangekomen begon de jongen zijn ontslag door te geven. Schoonheid luisterde aandachtig naar hoe hij zijn woorden probeerde te vinden en uiteindelijk begreep ze dat hij haar bezorger niet meer wilde zijn. Haar gelaatsuitdrukking werd streng en haar stem kreeg een afstandelijke en zakelijke toon.

"Oh, okey. Je hebt best goed de schijn opgehouden." snoof ze, "Als je niet meer tegen m'n kop kan, moet je dat zeggen. Maar het is goed zo, niemand wil zijn vrije middag zo doorbrengen, ga maar weer met je vrienden spelen!"

"Spelen? I-ik ben 17!" haperde hij.

Hij was geschokt. Was dat wat ze uit zijn mededeling haalde, dat hij zich aan haar gezicht ergerde? Maar daar had hij toch nooit wat over gezegd? Schoonheid was onderhand uit het gesprek gestapt en keek niet meer naar hem, dus hij gebruikte het moment om haar grondig te bekijken. Hij had die moeite nog niet gedaan, het was immers onbeleefd om te staren.
Ze had lange warrige haren en ook op haar gezicht en handen waren ze goed te zien. Haar neus was ingedrukt, ze had een doorgetrokken wenkbrauw, grote handen en voeten, was aardig lang, en in haar mond zaten afgebroken tanden met scherpe punten. Het leek op de mond van een vleesetend dier. Dit was ongeveer wat hij zag toen hij haar voor het eerst ontmoette, maar het viel hem op dat ze ook was veranderd.
Ze liep niet meer rond in nachtjassen, maar had nu altijd mooie jurken aan. Haar lippen waren roder dan normaal en haar ogen rokerig. Had ze make-up op? Het was hem nooit eerder opgevallen, dat moest geleidelijk gebeurd zijn.

Misschien waren die groeiende wachttijden voor haar deur niet voor niets, maar dat zou betekenen dat ze zich voor hem zat op te maken? Dat kon niet kloppen, ze had hem zelfs nooit naar zijn naam gevraagd, ze was niet op die manier in hem geïnteresseerd.. Hij wist haar naam niet eens. Het was altijd "mevrouw, mevrouw, mevrouw".

"Zeg, mevrouw.." sprak de nog steeds naamloze jongen, "Wat is uw naam?"


Schoonheid keek langzaam op, met duidelijke verwarring in haar gezicht.
"Schoonheid, dat heb ik al eens gezegd."
antwoordde ze.

"Oh, w-wat was het ook alweer?" vroeg hij licht blozend.

"Schoonheid!"

"Ja..?"

"Mijn naam is Schoonheid!"

De jongen bevroor. Leuk, stond die voor gek.

Het brak daarna tot hem door hoe ironisch haar naam was en het werd een uitdaging om zijn lach in te houden. Ondertussen was Schoonheid tegen de hare aan het vechten omdat ze een jongen had laten geloven dat ze hem "schoonheid" zat te noemen.
Ze slikte luid en besloot iets te doen wat ze eerder had moeten doen:

"Hoe heet je eigenlijk, schoonheid?" gniffelde ze.

"Gaston, mevrouw Schoonheid." gniffelde hij terug.

"...Wat, een Franse naam?" merkte ze op, "Woonde we heel die tijd in Frankrijk? Klopt mijn eigen naam dan nog wel?"

"We spreken al sinds het begin Nederlands, het maakt nu niets uit." stelde hij haar gerust.




Hoofdstuk 5 - "Tijdenlang verhaald"

De deal was misschien niet meer, toch kwam Gaston vaak terug om boodschappen af te leveren. Natuurlijk moest Schoonheid dat nu zelf betalen, maar dat vond ze best. Ze had een reden nodig om hem terug te laten komen zonder wanhopig te lijken, en dit was de enige manier. Hij was goed gezelschap en ze wilde hem elke dag zien. Het probleem was alleen dat hij haar enige bron van inkomsten was en ze haar eten eigenlijk niet kon betalen.

Ze besloot niks te zeggen, ze wilde niet zielig gevonden worden.

Het duurde even voordat ze het lef ervoor kon vinden, maar ze stond er ook nog eens op dat hij voortaan zou blijven lunchen. Tot haar verrassing geen weerwoord, en zo mocht Gaston altijd een stuk van het brood of de cake die hij terugbracht. Hij had bewezen een goed iemand te zijn en dat moest toch beloond worden? Ja, dat was voor nu maar even het excuus waar ze mee ging.
Zo bleven ze elkaar een jaar lang zien. Het leek alsof hij bij haar was in komen wonen.

De dorpelingen wisten dat Gaston Schoonheids bezorgjongen was geworden, maar niks over hun relatie. Ze konden geen relatie indenken, er waren te veel tegenwerkende factoren. Ze vermoedde dat hij wanhopig was naar geld en Schoonheid bezat blijkbaar een fortuin. Zelfs haar zussen begonnen te twijfelen of hun vader toch niet ergens een schatkist had begraven, maar ze durfden Schoonheid niet te benaderen na hun slechte verleden en konden zo de vermoedens van de dorpelingen niet bevestigen. Ondertussen maakte Gastons vrienden grappen over dat hij haar toyboy zou zijn, maar dat geloofde alvast niemand.

Schoonheid en Gaston waren van binnen en buiten compleet het tegenovergestelde, toch deelde ze hetzelfde soort humor en hadden ze een hoge tolerantie voor elkaar. Schoonheid had een scherpe tong, maar haar acties spraken voor haar en verzekerde Gaston dat hij welkom was, dus bleef hij terugkomen. Ze waren elkaars beste vriend. Ze waren elkaars enige vriend.

Niet tegen Gastons vrienden zeggen.

Schoonheid was dankbaar voor zijn tijd en sprak hem vaak aan alsof hij een makker van de kroeg was, al had ze diepere gevoelens voor hem. Ze wilde hier niets mee doen, want ze twijfelde aan de oprechtheid ervan. Het was immers erg gemakkelijk om verliefd op iemand te worden die knap was. Sinds de eerste keer dat ze Gaston zag voelde ze die motivatie om indruk op hem te willen maken, en dat schaamtevolle moment zou ze nooit vergeten. Ze vond het maar triest voor iemand die geloofde dat innerlijk juist moest tellen. Zo wou ze immers dat mensen naar haar keken. Ze wist nu misschien dat Gaston aardig was en ze waren nu misschien vrienden, maar ze wist zeker dat ze naar hem uit het raam zou hebben gestaard, zelfs als ze nooit een woord met elkaar hadden uitgewisseld.
Alles wat hij deed en zei zag ze als een stille hint dat hij haar mocht, maar de spiegel verzekerde haar dat ze die hints verbeeldde. Het waren de tekenen van een wanhopig figuur. Ze wilde Gaston dus ook niet laten weten wat ze van hem vond en deed haar best om hem te friendzonen. Het zou alleen maar hypocriet van haar zijn.

Dus, ze kon niet hebben geraden dat Gaston haar daadwerkelijk mocht. Voor hem was zij het meisje waar hij en zijn vrienden altijd over klaagden dat niet te vinden was. Hij probeerde zijn interesse in haar duidelijk naar voren te brengen, maar Schoonheid kon zich erg tegenstrijdig gedragen, waardoor hij het moeilijk vond om te raden wat ze van hem dacht en hoe hij verder moest handelen. Ze leek sowieso niet iemand te zijn die om romantiek gaf. Vond ze hem wel leuk op die manier?

"Zeg, Wolfheid-" begon hij.

Er waren twee spijtige feitjes over Gaston. Ten eerste had die jongen gigantische oren, dat ging niet goed komen in zijn latere leven, en ten tweede waren zijn woordgrappen echt heel, heel slecht. Beide eigenschappen waren zo extreem, dat het weer aandoenlijk was.

"Die koosnamen van je zijn zo kut." zuchtte Schoonheid.

"-zullen we naar buiten gaan?" vervolgde hij.

"Uh..? Um.." stamelde ze verrast. Naar buiten gaan was niet iets dat ze graag deed, wat hem ook was opgevallen, maar alle dagen thuis slijten kon niet gezond zijn. Ze ging niet eens 's avonds, wanneer iedereen binnen was. Hij wilde haar eens in het licht zien.

"Nou, maar.. mijn record.."

"We maken er een date van!" onderbrak hij haar enthousiast.

Ze toonde weinig opwinding, maar wist zich er niet uit te praten. Misschien wou ze dat ook niet, want als hij een serieuze date wilde..? Ze ging akkoord, maar wilde wel pas gaan wanneer het ging schemeren.

Zo ontmoette Schoonheid en Gaston elkaar eind van de middag weer. Ze hadden blijkbaar hetzelfde idee en kwamen opdagen in bijzondere kleding. Ze hadden geen plannen, maar dat maakte niet uit. Ze begonnen te lopen en stopte in een open veld, gewoon omdat het kon.

Schoonheid was duidelijk niet op haar gemak, want ze was buiten en droeg kleding die meer van haar huid liet zien dan normaal. Ze had thuis niks om zich mee te scheren -ze had nooit eerder een reden gehad om die moeite te willen doen- dus twijfelde lang over wat te dragen. Haar eigen jurken waren te huiselijk, niet geschikt om mee aan te komen op een a-afspraakje met een m-m-m-man, dus ze besloot er eentje van haar zussen toe te eigenen. Maar die had dus geen mouwen. Gaston richtte zich gelukkig niet op haar behaarde borst en armen, hij gaf haar een compliment en een glimlach toe. Wel was hij warmer gekleed dan zij, wat slim was, aangezien er een herfstige kou in de lucht heerste.

Hij had cake mee, deze keer weer op zijn rekening, en zo zaten ze in het gras. Het was jaren terug dat Schoonheid buiten had gezeten, de wind en het gras waren als een nieuwe ervaring. Het voelde vreemd. Gaston wilde haar afleiden met persoonlijke vragen, en na een jaar bevriend te zijn was ze gelukkig bereid meer over zichzelf te vertellen. Er werd veel heen en terug gevraagd over elkaars verleden en gewenste toekomst. Schoonheids vader en zussen waren ook een gespreksonderwerp, evenals Gastons familie, die allemaal dokter bleken te zijn.

"Konden ze niet wat aan die flappers aan je hoofd doen?" vroeg Schoonheid.

"Hmrh! Het wordt zo volle maan, niet naar je vrienden huilen." vuurde hij terug.

"Er is hier een sterke wind, niet wegvliegen!"

Altijd eten en grapjes maken was leuk, maar de serieuze gesprekken voelde toch beter aan. Als je meer over elkaar leert, weet je of je op elkaar kan bouwen. Zo leerde Gaston ook dat Schoonheid op flodders leefde en niet wist hoe ze verder moest. Het stoorde hem dat hij zo lang op haar kosten had zitten eten, maar hij toonde begrip voor haar keuze om niets te zeggen.

"We wonen in een voorspelbaar dorp." zei hij plots, "Ik denk dat we hier een voorspelbaar leven zullen krijgen."

"Ja?" antwoordde Schoonheid sceptisch, "Als alles te voorspellen is, waarom lukt het me niet daar gebruik van te maken en een beter leven te krijgen?

"Hm. Nou.. een muis kan voorspellen dat hij opgegeten wordt als hij in de mond van een kat rent, maar als zijn muizenhol naar niks anders gaat dan een kattenmond.."

"Ben ik nu weer een muis in die rare vergelijkingen van je..?"

"Misschien moest je eens naar een ander hol verhuizen, Wolfje." glimlachte Gaston.

"Ik denk niet dat ik zo gemakkelijk opnieuw kan beginnen." mompelde ze.

"Waarom niet?"

"Omdat ik lelijk ben, dwaas."

"Oh ja."

"'Oh ja'?!" herhaalde ze stomverbaasd.

"We kunnen een huis in de natuur nemen." suggereerde hij, "We hoeven niet in een dorp te wonen."

Schoonheid keek op. Zat hij nou nonchalant tussen neus en lippen door voor te stellen om samen te gaan wonen?




Hoofdstuk 6 - "Een jas voor een watje"

Schoonheid en Gaston waren klaar met het inrichten van hun nieuwe krot en lieten zichzelf op het dierenvel op de grond vallen. Er was geen bankje, want ze konden er geen meenemen; ze wilden zo snel mogelijk klaar zijn met de verhuizing en nooit meer terug hoeven komen.

Schoonheid had nooit gedacht dat haar ontmoeting met deze opdringerige jongen naar dit moment zou leiden, maar vreemder vond ze dat hij zo graag zijn leven wilde achterlaten. Hij was onmenselijk knap, oprecht vriendelijk, kreeg minstens een 4,3 voor humor, had blijkbaar veel vrienden, een hele familie die van hem hield, er was letterlijk niks in zijn leven om over te zeuren. Toch was hij nu hier, met haar. Misschien had ze iets over het hoofd gezien, maar ze was blij met zijn ontevredenheid. Verhuizen had ze nooit in haar eentje gedurfd.

Helaas was ze niet sociaal ontwikkeld genoeg om haar geluk te uiten. Ondanks dat ze elkaar zo lang kende en nu deze grote stap hadden gemaakt, kon ze nog erg kortaf tegen hem doen. Die momenten waren pijnlijk, maar ze kon het niet helpen, het was haar manier van spreken geworden.
Het was geen geheim meer dat Gaston verliefd op haar was en er waren al momenten gepasseerd waar hij haar had geprobeerd te zoenen, maar dit contact maakte haar nerveus en de gedachte van zijn hoofd tegen die ongeschoren waffel van haar zelfs misselijk. Iedere keer dat ze haar reflectie in iets zag werd ze misselijk. Sinds hun ontmoeting was ze alleen maar zelfbewuster geworden, maar er was niet genoeg make-up in de wereld die haar gezicht kon repareren. Ze hoorde niet thuis in een liefdesverhaal.. Verdiende ze er wel een?

Gaston trok zich er weinig van aan. Veel accepteerde hij als grap en de rest van haar gedrag was hij sinds dag 1 al bekend mee. Hij geloofde erin dat ze zou bijtrekken, dus hij liet het niet de sfeer bederven.
Op het kleed aaide hij haar hand, waarna ze schrok en het meteen wegtrok om mee naar de muren te gebaren.

"Dus! Wow! Erg wow! Dit ziet eruit alsof we minstens drie dagen hebben totdat we een dodelijke keelontsteking oplopen!" bazelde ze haastig.

"..Niet naar mij kijken, jij hebt deze kamer getimmerd." antwoordde hij.

"Ah, vandaar." grijnsde ze.

"Als we hard knuffelen worden we vast warm genoeg om zo een extra dag te winnen.." spinde hij. Schoonheid lachte ongemakkelijk. Daar begon het weer, die suggestieve woorden waar ze niet aan gewend was.

"..en we hebben sowieso meer brandhout nodig." vervolgde hij, "Ik kan dat morgen hakken, ik moet eerst terug naar het dorp om eten te halen voor vanavond."

Ongeveer een uur lopen vandaan zat een dorp. Het was ver, maar dichtbij genoeg om spullen te halen als het echt nodig was. Het idee was natuurlijk dat ze nu zelf eten gingen vangen en verbouwen, maar hun spaargeld was mee voor de nodigde voorbereiding en noodgevallen.
Schoonheid verwachtte al dat Gaston weer de man en verzorger zou gaan spelen, maar vond het niet goed dat hij alles alleen ging doen en stelde voor dat zij ondertussen begon met het hout. Ze had waarschijnlijk meer testosteron in haar neusvleugel dan hij in zijn hele lijf, ze kon daar beter gebruik van maken.

Gaston dronk zijn water op en ging voor de deur.
"Ik ga maar, het zal buiten alleen maar kouder gaan worden."

"Wacht e-even..!" riep Schoonheid hem na.

Ze stond op en liep naar de slaapkamer. Daarna kwam ze terug met een lange blauwe jas.

Deze was van haar vader geweest en het mooiste, duurste kledingstuk dat hij bezat. Hij droeg het ook vaak. Ze zag het nog voor zich hoe ze vroeger haar gezicht tegen de stof duwde wanneer hij thuiskwam, het was een moment van tijdelijk geluk.
Het was stiekem wel moeilijk om er afscheid van te nemen, maar, nam ze er afscheid van? Alleen als Gaston er vandoor zou gaan, toch.

"Oh, uh." mompelde Gaston, "Ik zal snel zijn, je hoeft niks van je vader aan me uit te lenen."

"Ik leen niks aan je uit. Alles dat ik je geef mag je houden." antwoordde ze. Dat charmeerde hem erg.

"Ook jou?"

Schoonheid werd rood en gooide de zware jas naar hem. Ze hoorde een van de knopen tegen zijn schedel kaatsen.
"Auw."
concludeerde Gaston.

"SSssSSssSS-s-S-SSCHIET OP EN LOPEN, ik heb honger, niet telkens van die kwijlerige woorden tegen me zeggen! Watje!" brulde ze op een dronken toon.

Wat gênant weer! Het ergste was dat ze het leuk vond. Dit was de enige jongen ter wereld die haar behandelde als een gewilde vrouw en niet een wild beest. Waarom bleef ze dan toch tegen hem schreeuwen als een beest? Dit kon zo niet door blijven gaan, ze moest hem op een dag vertellen wat ze van hem vond, op een normale manier. Ze woonde al samen, er was geen ruimte meer voor deze kinderachtige tirades en hij verdiende het niet om zo gespeeld te worden.

Gaston, aan de andere kant, was in zijn nopjes. Hij woonde samen met de lolligste vrouw ooit en ze gaf hem ook nog eens een waardevolle jas cadeau. Misschien lukte het haar niet de woorden uit te spreken, maar dit betekende dat ze van hem hield. Jammer dat ze nog zo verlegen en onzeker was in zijn bijzijn, ze schoot altijd weg bij een romantische aanraking. Maar geen ramp, ze waren lang vrienden, maar gingen pas net uit, hij moest er ook nog in komen. Tenminste.. ze gingen uit, toch?




Hoofdstuk 7 - "Geen ja-ger, geen nee-g.. eh.."

Drie dagen waren gepasseerd en de taken nu duidelijker verdeeld. Gaston zou erop uit gaan om de nodige items te kopen of verzamelen, en Schoonheid bleef in de buurt van het huis, waar ze deed wat ze kon. Ze waren precies gaan verhuizen in een koude periode en het brandhout ging hard, dus vaak was ze bomen aan het hakken, en nu weer. Wat een stinkklus was dat, serieus. Gelukkig waren er veel dunne bomen die relatief snel neer gingen, al kon Schoonheid het niet laten om te grommen in irritatie.

Haar klaaggeluiden kregen de aandacht van een passerende jager, die besloot het vreemde geluid op te gaan zoeken. Toen hij de oorzaak zag, staakte hij zijn wandeling en ging hij schuilen achter de bomen. Hij staarde in verbazing naar Schoonheid. Wat in hemelsnaam was dat? Een vrouwtjes-sasquatch? Met een jurk aan.. en een scherpe bijl in haar hand, kunnen die nu ook al mensendingen gebruiken? Wat het wezen ook was, haar gezicht was niet in orde en hij voelde angstig in haar bijzijn. Zijn hond kwam rustig aangelopen, maar voelde de angst van zijn baasje, waarna het wild begon te blaffen in de richting van Schoonheid.

Ze schrok en keek op, het geluid was dichtbij. Ze zag niemand, maar wilde ook niet daarop wachten. Ze vluchtte snel het huis in en barricadeerde de deur. De jager suste zijn hond en zocht een betere plek uit om zich te verstoppen. Dit vreemde dier kon hij niet achterlaten, hij wilde haar vangen. Hij pakte het geweer van zijn rug, controleerde de kogels, en ging wachten tot ze weer buiten kwam. Zouden er binnen meer beesten zijn? Hij kon maar beter voorzichtig handelen.

Een half uur later kwam Gaston aangelopen met een kleine kruiwagen die hij door het gras forceerde. De jager zag hoe hij stopte voor het huis van de "sasquatch", en zijn hart begon te racen. Wist die wel waar hij was!
De deur ging open en Gaston groette het wezen als normaal. De jager vond het maar vreemd hoe die met elkaar omgingen, de jongen gaf haar zelfs een rode roos cadeau. Was hij.. verliefd op dit ding? Het gezicht van de jager verfrommelde zich als papier, hij walgde van de gedachte, dat was niet normaal! Zijn ogen draaide terug naar de lachende Gaston, de verzorger van het monster. Hij herkende de blauwe jas, die had hij vaker gezien in het dorp.




Hoofdstuk 8 - "Het laatste rozenblaadje valt"

De zon was onder en Schoonheid lag bezorgd op het bed. Ze was moe, maar moest wakker blijven voor het avondeten met Gaston. Hij hoorde uren geleden al terug te zijn, tenminste, dat was het idee. Gelukkig dat ze hem die jas had gegeven, de avonden waren hier zo koud.

Gaston was vandaag naar het dorp gegaan om goedkope werkkracht te zoeken die aankomende winter het hout voor ze zou hakken. Hij vond dat Schoonheid dit niet in haar eentje kon doen -maar stiekem wilde hij gewoon niet dat ze "mannendingen" deed. Ze verwelkomde zijn seksisme, maar vrouwendingen vond ze ook niet makkelijk of leuk, dus er bleef weinig over om te doen. Gaston deed de was en vaat ook al.
Ze zuchtte. Hij was net haar vader. Hele dagen weg werken en dan thuis ook nog opruimen. Ze had zijn jas aan geen betere sukkel kunnen geven, die twee hadden dezelfde ziel. De realisatie gaf haar een stekend gevoel in haar hart. Haar prinsessenmentaliteit moest echt stoppen.

Ze stond op en liep naar de keuken om aan het avondeten te beginnen. Deze keer zou zij iets maken. Ze wist niet wanneer Gaston thuis zou komen, dus het moest iets simpels zijn dat ook koud gegeten kon worden.
Zo zat Schoonheid tot middernacht nog te klooien, want die kan dus voor geen meter koken. Toen ze klaar was met haar misbaksel, zette ze het op tafel en ging ze terug naar de slaapkamer. Nu was ze echt moe. Ze besloot haar ogen te sluiten, Gaston zou haar wel wakker maken.

De volgende ochtend schoot ze wakker. Ze keek om zich heen, maar het bed was leeg. Was Gaston alweer op? Ze kon niet herinneren dat hij haar had wakker gemaakt om te eten, of was ze dat vergeten? Wel typisch iets voor haar.
Ze stond op en liep naar de grote kamer, waar ze het eten nog onaangeraakt op tafel zag staan. Zorgwekkend. Ze ging direct naar buiten en keek of er iets aan de omgeving was veranderd dat haar zou verzekeren dat Gaston ooit thuis was gekomen, maar niks.

"Gaston.. ben je buiten?" piepte ze. Geen antwoord.

Ze deed een mantel om en rende terug naar buiten. Al moest ze haar ingedrukte smoel aan dat hele dorp laten zien, ze zou hem vinden. Gaston zou toch niet zonder zeggen haar laten wachten en ergens anders overnachten? Iets was niet in orde.
Schoonheid liep en liep. Nu en dan riep ze zijn naam uit, maar ze wilde niet te veel aandacht trekken, dus hield ze het volume van haar stem laag. Na elke stap werd ze onrustiger. Hopelijk lag hij dronken in een steeg, dan kon ze hem een komisch pak rammel geven.
In de verte zag ze in het gras iets zwarts. Was het schapenwol dat iemand van zijn kar had laten vallen? Ze kwam dichterbij en het bleek een persoon te zijn.

Geen vreemde. Ze viel op haar knieën naast het lichaam.

"Gaston, wat doe je! Word wakker!"
commandeerde ze. Maar zijn statische lijf bewoog niet. Zijn ogen, groot en open, verzekerde haar dat hij dat niet meer kon. Schoonheid rilde en begon wild te snotteren. Haar lijf voelde plots zo zwak, spreken werd haast onmogelijk.

"Luiaard! Opstaan!" blafte ze.

Daarna kon ze geen beledigingen meer bedenken en waren er alleen nog luide tranen.

Daar lag hij, de liefste man van de wereld, beroofd van zijn jas en doodgeslagen in een leeg veld waar niemand hem zou vinden.

Ze drukte hem hard tegen zich aan. Zijn lichaam was steenkoud, hij moest hier de hele nacht gelegen hebben. Ze huilde harder. Had ze hem kunnen redden? Laat het niet zo zijn, laat dit niet haar schuld zijn.

"Ik hou van je, ik hou van je..!" snikte ze, "Ik hou van je.."
Daarna kuste ze hem op zijn levenloze mond, datgene waar hij zo lang op zat te wachten.

Maar niks gebeurde. Hij kwam niet tot leven, ze veranderde niet in een mooie prinses en er verscheen geen toverfee die haar geruststelde. De lucht huilde niet eens voor haar, het was een mooie dag.
Haar pessimistische kant lachte. Natuurlijk moest hij sterven, alles dat haar een beetje geluk gaf verdween.

Iets vertelde haar dat zij binnenkort ook zou verdwijnen.



Word lid en beloon de maker en jezelf door de maker te belonen en jezelf waardoor je de maker beloont. En jezelf.

Hai, ik ben VampireMeerkat. Ik schrijf niet veel, want niet alles in het leven heeft een verhaal nodig, maar ik waardeer jullie aandacht. Ik ben ook een zelfgeleerde cartoonist en teken graag. Ik upload nu en dan oud werk, maar wil best verzoekjes inwilligen. Stuur me een privé bericht. Okeydoei.

Telescope crafting of kitchen roll and toilet rolls
When I saw the beautiful picture book Armstrong, I only wanted one thing: tinkering a telescope! And of course one that you can really look through, so you can look at the moon, just like the mouse from the book. With a kitchen roll, 5 empty toilet rolls and gold corrugated cardboard, you make a stargazer as you see here. You want to know how to craft him? Look below, get started and watch the moon with your own star-viewer! Armstrong Torben Kuhlman / The Four Windlines A small step for a mouse...Themes: space travel, rocket, persevering America, 1954, a small mouse discovered through its telescope that the moon is a sphere of stone, not a hole cheese as he and the other mice have long thought. When he hears that a mouse has ever flown, he decides: “I will be the first mouse on the moon!” An exciting story with a short history of space travel in the back. SPECIMEN Supplies:1 Kitchen roll, 5 toilet rolls, 1 sheet of gold corrugated cardboard, 1 styrofoam ball, 3 long satestokjes, 4 wooden beads, piece of aluminum foil, paint lead color (e.g. Creall Top Deco acrylic paint), glue (e.g. Creall Hobby glue), 4 pins, scissors, pieces of painting tape. Handy are 2 clothespins and a puncture pen. Method: Slide 2 toilet rolls over the kitchen roll and glue Make 2 rolls a piece narrower by cutting a piece away and then sticking it again with painting tape. Painting tape is easy to paint over, ordinary adhesive tape does not Cut 1 roll and cut the corners around. This will be the holder of the tripod Paint all parts, so the long viewer, the 2 smaller rolls, the holder and the 4 wooden beads Cut strips from the gold-colored corrugated cardboard and glue them to the viewer. With clothespins you squeeze it together so that the glue can dry well without having to hold it for a long time. Glue the bead in the middle of the small roll and glue it on top of the long sleeve For the tripod: Cut out a piece of the styrofoam a little hollow so that the roundness of the holder fits well Wrap aluminum foil around the ball Prick the ball to the holder with 4 pins. Prick the holes with a puncture pen Now prick the 3 legs into the ball so that the tripod stands firmly Glue the 3 beads at the bottom of the legs If you look closely through your telescope, you might see the moon mouse, its space capsule or a flag on the moon. Want to know more about the first mouse or first human on the moon? Take a quick look at the book and experience an astronomical adventure! The reading corner has made a reading video with this book! Watch the teaser here: The most beautiful fish of the sea - crafts - Read more The Color Monster Crafting of Popsicle Sticks - Read more The Color Monster sorts his feelings - tinkering - Read more Joupy the Small Seal - Crafts with Paper Plate - Read more Mail: ilse@deknutseljuf.nl - The Craft Teacher Ede Crea with Kids 2-12yrs /Website: Crea with Kids 0-12 yrs - Crafts for children 0-4 years - Crea with Kids BSO 4-12 years / Crea with Adults - logon /register with Yoors (free and without obligation) #telescoop #knutselen #armstrong #prentenboek #keukenrol #boekknutsel #knutseltip #devierwindstreken #torbenkuhlmann #naardemaan #reisnaardemaan #muis #avonturen #creall
Comment and receive 50 YP 50
Requiem: Chapter 1
- I'm orphaned looking at the two silver-grey urns on the steel plane in the lawn. It sings, but I don't really notice. The drizzle mixes with my silent tears and flows past my grief face. I want and will keep me strong, but nothing is more difficult. My soaked hair sticks like a snail in my neck. Wherever my parents may be, in these urns or as an immortal soul in some dimension, my thoughts are with them. I am neither an atheist nor a convinced pillar biter, but the longer I walk around this globe, the more I doubt the existence of a Supreme Being. Some call this creature God, some give Him a different name. “If “He exists and has power or influence on our world, if He has any power to intervene, then such a thing should not happen. Shooting images through my head. An afternoon in the snow with my father where we made a giant snowman with all the trimmings. The beautiful black hair of my mother that I liked brushing as a little child. The many ways of life I got from both my parents. A God who allows this, I don't want to know today. The person responsible for this is all the better. It is the only creature that possesses the ability to decimate, rape, slaughter and quartering its own kind without remorse. The only living creature that kills his own kind in an instant and goes on without looking back, without even dwell on his irreversible act, just as if nothing had happened,. The remains of my parents, twice a few handfuls of ashes, descend silently into their respective urns underground. A small copper-colored plate, not so large, on which in small letters their name, date of birth and death is printed, automatically slides across the space and takes their place. It seems to me like a misplaced magic trick: now you see them... then no more! In my heart, however, they will never disappear. Arturo Mitsukai and his wife Sachiko Matai had died a violent death. Violence is, of course, an unmistakable fact from the beginning of the existence of mankind. The survival urge that is embedded in our genes is difficult to cut out as a tumor or a tumour. It is peculiar to our society and burned in us as a mark. Both in humans or in society there is one rule, one law that is still valid. The law of the strongest! Sometimes the result of this law is directly proportional to the use of the power of the person using the force. Unfortunately, there are people who only know this answer, who only listen when they feel a hard hand. Another time, the aggression used is so excessive that the majority frankly disapprove of it because it passes its goal. But when that piece of perverse brutality touches you personally, it changes you forever. It's a cancerous tumor that keeps growing and at some point breaks open like an overripe pimple. With all the disastrous consequences. It crawls into your brain, it nests like a virus in your mind, a worm that does irrevocable harm. Friends and acquaintances of my parents, some of whom I had ever seen, people from the accounting office where I work, other completely strangers to me, have just expressed their condolences in a silence that is fraught with the way my parents literally and figuratively from life-carved. I just can't imagine it, I have to try to push my thoughts away in a separate corner where they may slumber in quiet grief.. That's where I'm going to keep them for a while until the time is right. Then, the moment it's necessary, I'm going to reenepen these feelings.. I will never forget what was done to my parents, never will I forgive the unsub! My name is Yukiko Mitsukai and today I promise retribution for these murders. I appeal to this blood deed. It is the revenge, the retribution that is the only exception to the peace-loving doctrine of the Akai. If it is not possible in these circumstances, if this promise is not at the moment, then I say that there is no reason for the existence of this use in the Akai. Exceptional circumstances require exceptional measures, you taught me that. As true as I am your daughter, I will find, and hunt your murderer wherever he may hide. If I have to search on the other side of the world or in the deepest pits of hell, he will not escape me. Even if that search lasts until I die myself or people kill me. In the course of that process, I will try to use all that you have taught me to achieve my goal. Because so much that's mine now comes from you. What you have given me is priceless. Something for which I must be eternally grateful and also am. My hands and feet will become my weapons, my mind will be tougher and sharper than the steel of a sword. I hope my vengeance can give you both peace of mind. The death of your murderer will not compare anything to what he did to you. That and nothing less I promise! Actually, I ' Akai' am at heart. ………. Arturo Mitsukai cut a leaf from a beautiful flower arrangement.. Arturo was in the winter of his life. His age, hard to estimate, could hardly be attributed to him his seventy-five years. Arturo was still as straight as he used to be when he was a proud and proud young man. His step was still confident and fixed even now. Maybe a little slower than before. His short cut white-gray hair was a natural pointer to the many years he counted. The wisdom that shone from his eyes, and the serenity in the words when he spoke of something, testified to years of experience but also to a well-founded knowledge of matters. His physical condition was tiptop, there he took care of himself every day. Arturo Mitsukai walked a little five kilometers every morning, outside when the weather was nice and otherwise on the treadmill he had purchased years ago. He also regularly cycled quite a bit of distance on his bike or stationary bike in his hobby room. A healthy mind in a healthy body was certainly not an empty phrase for him.. His greatest passion, however, was his greenhouse with exotic flora. Arturo had a large collection of flowers and plants. From dozens of species of orchids, including the hybrid species Cymbidium, Vanda and Phalaenopsis to bromeliads of different genera such as Billbergia, Guzmania and Aechmea. Yuccas and other tropical plants adorned his spacious greenhouse. In the beginning, when he started with some plants, he sometimes had a hard time distinguishing one species from another. Now after all these years of searching and working with them every day with passion, he knew them by their folk and Latin names.. Orchids, he sometimes told friends, thrive in high humidity. Therefore, they perfectly match with plants with a large leaf mass. He also told them that orchids are epiphytic, which means they can grow on other plants. Therefore, they are bound to a bark with a special substrate. To achieve a natural effect, one can make a kind of tree of it yourself and then combine it with, for example, the bromeliads he grew. Greenhouse building and its applications had few secrets left for Arturo, and sometimes he walked over to a random visitor with enthusiasm. He was forgiven with all understanding of the passion for his life's work. A layman in the profession would not understand what he was doing now. Why with tenderness and love he was still removing fresh green leaves and sometimes a flowering flower — pieces representing life — from a flower arrangement? One might think that this was an act of useless mutilation, a destroying a piece of natural beauty. Why he put the green petal and the cut flower separately in a bowl with tenderness would seem strange? He would soon find a suitable destination for this collection of cut flowers and removed plant parts. These leaves, flowers, meant new life. Fertilizer for another flower or plant. Their cycle of decay was part of the circle of life of another plant or flower. This was one of the roads that the Akai wandered. Akai or red in Japanese stood before the sun on their flag Hinomaru . This meant solar disk and they still coloured their national banner . For the Akai, that sun was the source of life and growth. The strength and aesthetics of a flower should not be subordinate to the quantity of the blossoms and the green of the leaf. Depending on the number and size of the leaves that were different for each type of flower. Thus grows and blooms a flower, a plant in all its splendor. Waste was a sin against the rules of nature. This way of life of the Akai brought balance, balance and peace of mind to the plant and flower world, as well as to the flora in the conservatory of Arturo Mitsukai. This way of thinking could be extended in a number of cases for some human life values. Sometimes one can develop certain qualities better by converting his known weaknesses in oneself into positive forces. The power of a man is only as strong as his greatest weakness. By going and working this way, man improves himself as a whole. By working on its lesser good sides, one strengthens the overall picture of oneself. When the door of the conservatory opened and the chill of the evening blew his fresh breath over the back of Arturo, he did not look back. The smell of jasmine tea met him in the person of Sachiko Matai, his life companion.. Like him, she was dressed in a sober black and white ensemble that extra accentuated her light skin. A skin like silk he knew so well, a body he still coveted. His love for Sachiko in the last season of his life was no longer marked by the bright colours of passion or by the impetuousness of youth. Now their relationship knew the gentle depth of control, a trait peculiar to their old age and the knowledge of their unconditional love for each other. Proof of this they have been providing for so many years, so many days together in prosperity and adversity. It goes without saying that one achieves such a thing only after a long time. To be able to walk the way of life together is a privilege that one can rightly be proud. It is indeed an adventure of trial and error, a process of learning and understanding, of giving and taking. Periods of happiness and disaster alternate as in every human life, but each time one helps each other back on top of it. That was the core of their love. It was not always an easy road, but it eventually led to the daily enjoyment of the deep affection between a man and a woman. With a loving smile as a silent thank you, he sipped the hot jasmine tea she had brought for him. He preferred this kind of tea, not only because he thought it was the best fragrance tea, but also because the tea was made by laying jasmine flowers among the leaves of green tea. He found that symbolically in balance with his hobby, with his hundreds of flowers and plants he grew in his conservatory. Actually, the tea he drank was of Chinese origin where they used ten kilos of jasmine flowers to obtain about one kilo of jasmine tea. The tea at Arturo had a calming effect and worked relaxing. It also promoted his digestion, which at his age was indeed important. Therefore, he was always grateful for the jasmine tea that his wife prepared him every day without fail. He still found Sachiko Matai attractive and slim, although she was barely five years younger. On several occasions he told her that. True love and affection is expressed in words and deeds. Sometimes after years of silence or blindly accepting an established fact, that self-evident affection disappears with a little bit and at a time it's gone, one day it's completely gone. Sachiko allowed to color her gray hair black at her age. Sachiko did this to please her husband and not out of personal vanity. That would be a sin for an Akai. Arturo had once told me that if he met her for the first time, it was her black long hair that he first noticed.. He fell first for her black shiny hair, then for her silent smile that always shone in her eyes and when he really met her as his future wife, he fell for the wife Sachiko herself. It was so long ago. Times gone by and then she was such a young and ignorant child. Now, as a grown woman, she put her hair up in a bun, but at night, in the intimacy of their bedroom, she loosened it and caressed Arturo with the same love and affection through her raven-black long hair before kissing her goodnight. Sachiko had never used anything of makeup in her life. By the way, her husband always said that she possessed some kind of natural beauty, still blushing every time after the little complement like the young girl she had once been. Even before Arturo drank his cup of tea, the light went out in the conservatory and several things happened at once. Arturo and Sachiko were both surprised, both by the darkness and by the strange smell of the spray that came out of the nebulizer nozzles. Shocked, they wanted to run together to the exit of the greenhouse but their feet refused duty after a few shaky steps. The world began to turn in front of their eyes like a blurry image and they remained staggering, seeking support together. However, those last steps that removed them from the oxygen-rich and liberating evening air were no longer awarded to them. The delineated perimeter of the conservatory door disappeared into an ever-darkening fog before their eyes as they both fell unconscious among their orchids, lilies, bromeliads and other exotic plants that shared their love every day. ………. Slowly, the world came back in varying degrees of pain. It was beating like a nagging banging in the back of his head, a moping in his teeth, a dry throat begging for water, and his old bones that were apparently bruised in several places. It was an extremely tormented feeling all over his body that woke up from the anaesthetic. Arturo moaned softly when he opened his eyes. The light was too bright, flashed painfully like the sharp of a knife through his mind so he turned his head very carefully to the right. To his great dismay and fear, he saw that his wife Sachiko was in the same circumstances.. Like him, she was with both hands and feet tied to a chair. She sat next to him within reach. If he wasn't handcuffed, he could touch them like that. So close and yet so far apart. Tagged with a dirty cloth she too was slowly reeling and looked around her amazed and anxious. A surprised and troubled look appeared in her eyes when she noticed Arturo. Then the first musical sounds slipped through the space in which they were tied. The tones sizzled like glowing hot coals through their awakening bodies. Both Sachiko and Arturo, who could taste a piece of good classical music in different circumstances, regained consciousness on the sounds of a gloomy Requiem. That's a Mozart piece, it shot Sachiko in the head, almost at the same time as her husband recognized the piece of music. The familiar words sounded to them, but a throbbing headache prevented both from amazing at this music . Facts mixed with their tormented feelings. The Requiem of Mozart was the last and unfinished work of the Master, composed on his sick bed. It had been figuratively and literally his last composition, his requiem. One of those futile facts that shot through the spirit of Arturo. Something that barely mattered right now. He knew that Frans Xaver Süssmayr had composed this unfinished composition of Mozart into a legendary polyphonic piece of music. Why Arturo was thinking about that, he didn't know? Just a neurotransmitter that passed some information through a synapse into a human's head. A chemical reaction at a time when other things were much more important in their difficult situation. They heard the sounds and words of Lacrimosa , the sixth part of the Requiem of Wolfgang Amadeus Mozart from various corners of the walls threatening to flow on them. Lacrimosa Dies Illa, In terms of Resurget Ex Favvilla Judicandus Gay Giant, On that day of tears To which the guilty man From the ashes will rise To be judged A theatrical figure dressed in a wide white robe entered the room and suddenly danced like an unreal ghost with swirling gestures around them. Arturo and Sachiko followed the creature with anxious eyes. In every tone of the death song he waved a samurai sword around them, between them, and finally hit them during that macabre dance occasionally with surefire blows. The shining weapon reflected light at every move and at every stroke. Flashing blows to injure, not yet to kill. As a conductor's measure, the white spirit used the razor-sharp weapon on the sounds of the song, like a master he felt and shielded to the rhythm of music. Lacrimosa Dies Illa, Cutting and carving. bumps and twists. The gag choked in part the screaming of pain, their begging for mercy. However, the blood flowed with every note, more and more in a gloomy crescendo, in a menacing climax. The white dress their executioner wore turned red, soaked with blood on the sounds of gloomy music. The song led to an inhumane tragic but certain death. And death danced like a devil around them! In terms of resurget Ex Favvilla Judicandus Gay Giant, Huic Ergo Parce Deus Pie Jesu, Domine, Dona Requirement Requiem. Then be merciful to him, Oh, God.! Dear Jesus, Lord, Give them peace. The life of Arturo Mitsukai and his wife Sachiko now flows very quickly into streams out of them. Their bodies had been torn and pieces of skin were hung up unmaterially on their bodies. In their blood-filled eyes there was no hope, almost no light left. Just a sputtering pilot that threatened to extinguish every moment. Dona Requirement Requiem . A plea! Give them peace! The white-red nightmare, which unfortunately was not a dream, straightened up in all its strength, ready for the last notes. The sword raised high above himself, and on the word 'Requiem' he pulled out with all his power for the final blow, beheaded his two victims with a smooth movement in one stroke with the razor-sharp Nihonto.. The final sung word of the Requiem shouted the form even louder than the voices of the choir several times, while the heads of Arturo and Sachiko rolled on the ground in front of his feet as a final release from their suffering. His ultimate satisfaction, their forgiveness in death! 'Amen, Amen, Amen!’ © Rudi J.P. Lejaeghere Requiem: Prologue or Chapter 1 - Requiem: Prologue - Requiem: Chapter 2 -