Een bijzondere ontdekking


Snoezig en klein, vrolijk en fijn. Ze heet Kaya, het konijn. En wat kan ze toch beweeglijk zijn.

Daar is ze, kijk daar tussen die bomen, dansend in het maanlicht. Ziet ze er niet fantastisch uit? Dat wipneusje, die donzige, warme, witte vacht en dat speelse zwiepstaartje. Een genot om naar te kijken, toch?

Het is op een rustige zondagavond dat Kaya een bijzondere ontdekking doet. Het is bijna stil in het bos en eigenlijk horen konijntjes nu lekker in hun bedje te liggen. Maar Kaya niet. Die doet graag dingen andersom, zoals ondersteboven water drinken of een hol graven in de lucht. En dromen kan ook heel goed.

Kaya ligt op haar rug en kijkt naar de wolken. Witte warrige spinsels spelen met haar gedachten. Ik zie, ik zie…

‘Wat moooooooooi,’ zegt Kaya dromerig. ‘Ik zie een olifant op een been. En daar loopt een struisvogel met een lange neus en ook zie ik twee bosuilen op een fiets.’

Ze staat op en wandelt verder. Er is zoveel moois te zien als het nacht is. Zo bewondert ze de schitterende spinnenwebben die in het maanlicht net op knipogende sterren lijken.

Dan struikelt Kaya over iets hards. Ze krabbelt op en kijkt naar het ding dat half tussen de struiken ligt verborgen.

‘Wat is dat nou?’ mompelt ze zacht. Ze bukt en probeert het voorwerp van de grond te pakken.

‘Oei, dat is zwaar.’ Ze rolt het uit de struiken en bewondert het van alle kanten. Na een lang en nauwkeurig onderzoek kan ze maar één ding vaststellen: ze heeft een ei gevonden. Maar wat voor ei en van wie?

Dit kan ze niet alleen oplossen, daar heeft ze hulp bij nodig. Kaya gaat meteen op zoek naar haar vriend Juno, de eekhoorn.

Bij Juno’s vaste slaapboom tikt ze twee keer op de stam. ‘Juno!’ roept ze luidkeels naar boven. ‘Ben je wakker?’

Er klinkt wat gerommel in de boom en dan verschijnen er twee slaperige ogen tussen de bladeren. ‘Wie is dat?’ klinkt er zachtjes.

‘Ik ben het, Kaya. Ik heb je hulp nodig.’

‘Maar het is midden in de nacht,’ antwoordt Juno. ‘Hoor jij niet in je bed te liggen? Het is trouwens heel gevaarlijk voor konijnen om je zo laat nog te vertonen.’

‘Toe nou,’ zeurt Kaya. ‘Kom nou kijken wat ik heb gevonden. Het is fantastisch en bijzonder en geweldig en nog veel meer.’

De eekhoorn is nu wel een beetje nieuwsgierig geworden. Hij klimt zijn nest uit, laat zich van de stam naar beneden glijden en komt bij Kaya staan.

‘Nou, waar is het?’ zegt hij ongeduldig.

‘Niet hier,’ fluistert Kaya. ‘Volg mij.’ En ze huppelt er snel vandoor. De eekhoorn springt haar achterna.

 

‘Nou, wat denk je er van?’ vraagt Kaya als ze haar vondst laat zien.

‘Het is een ei,’ zegt Juno.

‘Natuurlijk is het ei,’ zegt Kaya. ‘Maar wat voor ei?’

‘Tja, dat is een goede vraag,’ zegt de eekhoorn nadenkend. Ik heb mijn hele leven nog nooit zo’n ei gezien.’

‘Daar heb ik niks aan.’ Kaya zucht. ‘Wat moet ik nou doen?’

‘Lekker naar bed gaan en je niet met vreemde eieren bezig houden,’ zegt Juno. Hij wipt er vandoor en laat Kaya achter met het grote ei.

Twijfelend kijkt het konijntje de eekhoorn na. Wat moet ik nu doen, denkt ze. Ik kan dat ei toch niet zomaar alleen laten? Straks komt er een vos die het wil stelen?

Zo blijft ze de hele nacht bij het ei zitten en denken en dromen en zuchten.